“De werkelijkheid is veel genuanceerder”

Journalisten die een stage komen doen in jouw verpleeghuis en ze de vrije hand geven om erover te schrijven: je moet het maar durven. Bij Envida pakten ze die handschoen op. Het resultaat? Journalisten die weten dat de werkelijkheid genuanceerder is dan op het eerste gezicht toeschijnt en een zorgorganisatie die blij is dat er verhalen zijn geschreven zoals het in werkelijkheid is.

Hoe dat allemaal zo kwam? De relatie tussen zorgorganisatie Envida en journalisten van dagblad De Limburger wisten elkaar altijd al te vinden, zegt voorzitter van de raad van bestuur, Jan Maarten Nuijens. “Onze PR- en communicatieman had al eens tegen twee van hun journalisten gezegd dat ze eigenlijk eens een dagje mee zouden moeten lopen om wat meer mee te krijgen van de werkelijkheid van alledag.”

Context ontbreekt

Want goed zicht hebben op die werkelijkheid van alledag, daar schort het nog wel eens aan in de beeldvorming, vindt Nuijens. “De beeldvorming over onze sector is heel eenzijdig. Iedereen herinnert zich het verhaal over de moeder van Van Rijn; het zijn beelden die zich vast beitelen in ons geheugen, alsof het allemaal niet deugd in de ouderenzorg. Maar de context ontbreekt bij dergelijke verhalen.”

En die context, daar zou meer aandacht voor moeten zijn. Dat vonden die twee journalisten over wie dit gaat ook een interessante gedachte. Hennie Jeuken en Annelies Hendrikx werken voor De Limburger en schrijven over de gezondheidszorg. Directe aanleiding van bovenstaande anekdote, waarin zij werden uitgenodigd om mee te komen lopen op de werkvloer, was een niet zo gunstig rapport van de Inspectie die Envida ten deel viel.

Alles op orde

Bij een onaangekondigd bezoek bleek dat de papierwinkel niet op orde was en dat het nakomen van de afspraken over multidisciplinair werken evenmin de toets der kritiek konden doorstaan. Een zwaar rapport, waarmee de organisatie echter voortvarend aan de slag ging. Een jaar later was alles op orde; een geweldige opsteker voor iedere medewerker die ermee te maken had gehad. Maar wat gebeurde was dat in de media opnieuw berichtgeving stond over de situatie van een jaar ervoor. Medewerkers waren enorm teleurgesteld. Zo hard gewerkt en dan toch een dergelijk optreden in de regionale pers.

Jeuken en Hendrikx namen de uitnodiging om bij Envida op de werkvloer mee te komen lopen met beide handen aan. Het oorspronkelijke plan – een dag – is uiteindelijk uitgelopen op acht dagen. Jeuken op een afdeling somatiek, Hendrikx op een afdeling psychogeriatrie (PG). Alle facetten van de afdeling zijn langsgekomen; meelopen met de verpleeghuisarts, helpen met wassen door een verzorgende, een informatieavond voor familie, een activiteitenmiddag en een cliëntenoverleg.

Eyeopeners

Twee eyeopeners heeft het Jeuken opgeleverd. De eerste over de kwetsbaarheid van de huidige populatie bewoners in een verpleeghuis. “Je kunt weten dat mensen alleen nog maar worden opgenomen in een verpleeghuis als het thuis echt niet meer gaat, toch schrokken wij van de afhankelijkheid en kwetsbaarheid van bijna alle bewoners. Op de afdeling somatiek zit eigenlijk iedereen in een rolstoel. Mensen zijn zonder uitzondering incontinent.”

Het zet het incident rond de moeder van Van Rijn voor Jeuken in een ander daglicht. “Als een bewoner net verschoond is, kan een half uur later alweer sprake zijn van een natte broek. Dit is niet altijd te voorkomen. Het is pas echt kwalijk als zo iemand een halve dag in een natte luier blijft zitten.”

Vouwfietsen

De tweede eyeopener hangt hiermee samen: hoe hard de medewerkers werken en met hoeveel warmte zij dat doen, vertelt Jeuken. “Wij waren aangenaam verrast door de wijze waarop bewoners worden bejegend. Iedereen een glimlach, een aai over de bol voor wie dat nodig heeft. Men moet echt keihard werken. Voor de nachtdienst zijn er vouwfietsen zodat de medewerker zo snel mogelijk bij het volgende belletje kan zijn. Maar als 31 bewoners die nacht diarree hebben dan is het eigenlijk niet te doen.”

De gemiddelde verblijfsduur is volgens de verpleeghuisarts inmiddels een half jaar. Eigenlijk fungeert het verpleeghuis als het voorstadium van een hospice. Jeuken: “We denken veel te rooskleurig over de laatste fase in ons leven. Websites van ouderenzorgorganisaties stellen ons vaak een walhalla voor; alsof de oude dag een wereld vol rozengeur en maneschijn is, maar het is vaak gewoon niet zo leuk. De zorg is echt wel goed, maar je bent er zelf vrij belabberd aan toe.”

Benen uit het lijf

Patricia Veenhof is de teamleider van het team somatiek bij wie Jeuken haar stage liep. Veenhof zag de komst van de journalisten als een kans. “Negatief in de media komen vanwege een inspectierapport uit het verleden, was voor medewerkers echt heel vervelend. Mensen krijgen het uit hun omgeving steeds weer voor de voeten geworpen, terwijl dat inspectierapport vooral met de papierwinkel van doen had en medewerkers zich de benen uit het lijf rennen. Ik dacht, als deze journalisten met ons komen meelopen, kunnen we tenminste laten zien hoe het hier echt aan toe gaat.”

Voor Veenhof was er nog een reden om ‘ja’ tegen het verzoek van hogerhand te zeggen. “Wij wilden ook graag de bureaucratie aantonen, waarmee wij te maken hebben. Door alle regelgeving waaraan wij moeten voldoen, is de werkdruk zo hoog.”

Geen vreemde aan het bed

Je mooier of beter proberen voordoen als organisatie, dat heeft geen zin, zegt Veenhof. “We wilden echt laten zien hoe het is. We hebben geen grenzen aangegeven van te voren, behalve dan als bewoners aangaven geen vreemden aan het bed te willen hebben. We hebben het wel met iedere bewoner die het aanging, besproken.”

Het was eigenlijk een beetje als met andere, reguliere stages, zegt Veenhof. “Alsof we een nieuwe leerling hadden; eerst uitleggen en vervolgens overgaan tot de orde van de dag.” Jeuken en Hendrikx hebben ook zoveel mogelijk meegedaan met de verzorgenden. Helpen met eten, wassen, maar ook aanwezig zijn bij het teamoverleg en meedraaien met een dag-, avond- en nachtdienst.

Vrije hand

Wat het opleverde was een boekje: ‘Thuis in het verpleeghuis’ en een serie artikelen in De Limburger. Jeuken en Hendrikx kregen de vrije hand bij het schrijven, alleen de namen van sommige bewoners zijn veranderd. Er zijn wel afspraken gemaakt over feitelijke onjuistheden: die mocht Envida verbeteren. In de praktijk leidde het nauwelijks tot aanpassingen.

Maar discussie was er wel. PR- en communicatieman Marc Kentgens: “Als je als organisatie zelf zo’n boekje zou schrijven, dan kies je voor gepolijste verhalen. Nu zijn het verhalen met af en toe taalgebruik dat wij als communicatieafdeling niet zouden bezigen, maar op de werkvloer wel voorkomt. Juist daardoor hebben de verhalen zo’n meerwaarde. Het is het onbewerkte, echte verhaal. Dat loslaten van het willen polijsten, heeft zelfs doorgewerkt in de strategie van de organisatie. ‘Naar eer en geweten’ staat daarin, zo willen wij werken en zorg leveren.”

Anders kijken

Het ongepolijste, echte verhaal is tegelijk een genuanceerder verhaal dan Jeuken en Hendrikx voor hun stage schreven, zegt Jeuken. “We zijn anders gaan kijken door deze ervaringen. We staan genuanceerder in ons werk en bezien de werkelijkheid door een andere bril, met ruimte voor verschillende kanten aan dezelfde kwestie.”

Bij dat ongepolijste, echte verhaal, dat in boekje en artikelen terechtkwam, heeft de raad van bestuur evenmin een corrigerende rol gespeeld. Voorzitter Jan Maarten Nuijens: “Ik vond het juist een kans om het eerlijke verhaal over het voetlicht te krijgen. Wij hebben niks te verbergen en de beeldvorming over onze sector kun je alleen maar verbeteren door de betrokkenheid en passie van de medewerkers erin te kunnen betrekken. Dan ontstaat als vanzelf een genuanceerder beeld.”

Leefkwaliteit

Laten we niet vergeten dat de afgelopen jaren hard gewerkt is aan de leefkwaliteit in verpleeghuizen, zegt Nuijens. “Met aandacht voor alle randvoorwaarden en bijvoorbeeld de privacy van mensen. Maar de bewoners zijn veelal in de laatste fase van hun leven. Het ontluisterende beeld dat daar soms bij hoort, laten we moeilijk tot ons doordringen. Maar dat eerlijke verhaal moet wel verteld worden.”

Saillant maar ook vrolijk stemmend detail aan de hele geschiedenis is dat de journalisten al eens eerder met een andere organisatie in gesprek waren over het opzetten van een exercitie als dit. Jeuken: “Die organisatie zag er uiteindelijk toch vanaf; het leek hen toch te risicovol om twee journalisten de bijna vrije hand te geven om van binnenuit over hun organisatie te schrijven. Maar die organisatie heeft spijt nu duidelijk is wat een mooi genuanceerd beeld van Envida en de verpleeghuiszorg dit heeft opgeleverd.”

Interview door Ellen Kleverlaan

Geplaatst op: 4 maart 2016
Laatst gewijzigd op: 1 april 2019