Vivium Zorggroep doet mee aan surveillance infectieziekten van het RIVM

Naarderheem, onderdeel van Vivium Zorggroep, doet al jaren mee aan de landelijke surveillance voor infectieziekten in verpleeghuizen van het RIVM. Dit levert concrete gegevens op waarmee een kwaliteitsslag kan worden gemaakt in hygiëne en infectiepreventie. Ook kan het antibioticagebruik worden teruggedrongen. In de ketensamenwerking op dit gebied bestaat nog wel ruimte voor verbetering.

Astrid Beckers herinnert zich nog goed hoe ze als specialist ouderengeneeskunde in het ziekenhuis waar ze werkte, werd geraakt door wat een legionellabesmetting kan veroorzaken. ‘Tegelijkertijd vond ik het ook interessant om het hele proces van die besmetting uit te vlooien’, zegt ze, ‘om uit te zoeken waar besmette mensen eerder zijn geweest.’ Inmiddels werkt ze bij centrum voor geriatrische revalidatiezorg Naarderheem, een onderdeel van Vivium Zorggroep (zorgspecialist in de regio Gooi en Vechtstreek, Amsterdam-Zuid en Amsterdam Nieuw-West). ‘Ik ben me na die uitbraak in het onderwerp gaan verdiepen en ben ook nascholing over monitoring van infecties gaan volgen. Toen SNIV werd opgezet, heb ik daar direct contact mee gezocht. We zijn als artsen snel van start gegaan met de verschillende SNIV-metingen.’

Metingen

De metingen laten zien dat het vooral blaas- en longontstekingen zijn waarmee Naarderheem te maken heeft. Ook is een keer een uitbraak van gastro-enteritis voorgekomen. ‘Dan doe je een interventie en zie je de verbetering’, zegt Beckers. De SNIV-metingen zorgen er volgens Beckers ook voor dat je kritisch gaat kijken naar je eigen functioneren. ‘We zijn die metingen daarom Vivium-breed gaan toepassen. De onderlinge meting leidt zichtbaar tot betere zorgkwaliteit.

Uitbraakteam

Het mooie van registreren is dat je ook kunt terugkijken in de geschiedenis van je huis, stelt Beckers. ‘Van dat verleden leer je’, stelt haar collega Mano Beker, teamleider. ‘Je weet direct hoe je moet handelen omdat er al een draaiboek is.’

Een mooi voorbeeld is de recente uitbraak van het Norovirus in Naarderheem. Beker: ‘De richtlijn gastro-enteritis – waaronder het Norovirus valt – en je eigen ervaring helpen je dan om snel de diagnose te stellen en de feiten boven tafel te krijgen over wat er aan de hand is en hoeveel mensen erbij betrokken zijn. Direct wordt een uitbraakteam ingesteld dat hiermee aan de slag gaat en dat ook contact onderhoudt met de GGD, het ziekenhuis en de media. Ook is er direct contact met de mantelzorgers. Ieders rollen liggen vast in het draaiboek. Relevante vragen als ‘Kunnen patiënten nog met ontslag?’, ‘Moeten we de afdeling sluiten?’ en ‘Wie moeten we informeren?’ worden direct opgepakt.’

Heel belangrijk is de aandacht voor wat er gebeurt bij overdrachtsmomenten’, zegt Beckers. ‘Er moet ruimte zijn om antwoorden te geven op vragen. Maar je moet ook in de gaten houden of gebeurt wat is afgesproken en of alle hulpmiddelen efficiënt worden ingezet. En niet te vergeten: monitoren wat een uitbraak kost, om tegenwicht te bieden tegen het geluid dat al die hygiëne- en infectiepreventiemaatregelen zo duur zijn.’

Rol deskundige infectiepreventie

Of het mogelijk is uitbraken volledig te voorkomen, betwijfelt Beker. ‘We weten hoe essentieel handen wassen is, maar ik geloof niet dat verder veel gericht onderzoek is verricht naar maatregelen waarmee uitbraken volledig te voorkomen zijn. In ieder geval moet je zorgen dat je als organisatie je kennis op peil houdt en daarin is de deskundige infectiepreventie heel belangrijk. Die kent de nieuwe richtlijnen en weet welke invloed die hebben op de protocollen die je voor je eigen organisatie hebt opgesteld.’

Meer weten

Geplaatst op: 27 januari 2017
Laatst gewijzigd op: 21 januari 2020