Flevoland gestart met uniforme triage

Een masterclass in de vorm van e-learning om te zorgen dat iedereen op dezelfde manier werkt met triage bij ouderenzorgorganisaties. Dat is een van de concrete resultaten van het project Duurzame medische zorg in Flevoland, dat binnenkort stopt. Betty Ambaum: ‘Verdere samenwerking is echt noodzakelijk.’

Pilots in de regio’s – Vliegwiel voor samenwerking

Het actieonderzoek Duurzame medische zorg ging in november 2018 vanuit ESHPM van start. Vanaf dag één werd samengewerkt met de regio’s, het ministerie van VWS, de zorgkantoren en Waardigheid en trots in de regio. Met als uitgangspunt: hoe kun je door samenwerking in de regio de zorg anders organiseren en meer capaciteit creëren?

In 2020 verscheen een interactieve publicatie over duurzame medische zorg in een aantal pilot regio’s. De publicatie schetste de problemen in een aantal regio’s en laat zien hoe zij experimenteren met innovatieve vormen van ouderenzorg.

Nu, een jaar later, vertellen een zevental regio’s hoe zij verder zijn gegaan met deze initiatieven. In deze serie nemen we je de komende tijd mee het land door. Dit is deel 2: Flevoland.

Betty is sinds het voorjaar van 2020 projectleider van Duurzame medische zorg (DMZ) in de regio Flevoland. ‘Maar als directeur behandeldienst bij Coloriet had ik al eerder kennis gemaakt met het project en ken ik de aanleiding om mee te doen: het grote tekort aan specialisten ouderengeneeskunde (SO), GZ-psychologen en verpleegkundig specialisten in de regio. En het besef dat we met elkaar in de regio op een andere manier moeten kijken naar hoe zorg geleverd wordt.’

Pilot met uniforme werkwijze

De vier samenwerkende zorgorganisaties besloten onder andere om samen een pilot te starten voor een uniforme werkwijze van signaleren, triageren en rapporteren. Om medewerkers in deze werkwijze mee te nemen, ontwikkelden ze een masterclass in de vorm van een e-learning. Deelnemers leren hierin:

  • situaties beoordelen met een Niet Pluis-lijst
  • een klacht beschrijven volgens de SOEP-methode
  • een triageschema doorlopen

Bij het volgen van het triageschema kan het in het ene geval zo zijn dat medewerkers iets zelf oplossen, in het andere geval dat zij de senior verpleegkundige inseinen. Die beoordeelt of contact moet worden opgenomen met het behandelteam of een gespecialiseerd verpleegkundige. ‘We zijn nu bezig om deze e-learning met Vilans te borgen, zodat ook organisaties buiten de regio hem kunnen gebruiken’, vertelt Betty Ambaum.

Eenduidige triage gaat niet vanzelf

De nieuwe werkwijze werd in de pilot uitgetest op een locatie van Coloriet (De Regenboog). Corinne van den Dool, verpleegkundig specialist ouderengeneeskunde bij Coloriet, vertelde eerder dit jaar dat zorgmedewerkers het positief vinden dat ze meer verantwoordelijkheid krijgen. ‘Ook krijgen wij minder vragen binnen en de vragen die wel binnenkomen, zijn beter voorbereid en beschreven’, zo was haar ervaring op dat moment.

‘Als ieder op zijn eilandje blijft zitten, lossen we de problemen niet op.’

De andere zorgorganisaties zijn de werkwijze nu aan het uitrollen. Betty benadrukt dat zoiets tijd vergt. ‘Het is heel belangrijk om hier permanent aandacht aan te geven, want zoiets gaat niet vanzelf. Een uniforme triage is complex. Op de vraag of het de SO echt ontlast, krijg je wisselende antwoorden. We zien bijvoorbeeld dat de SO soms twijfelt of in de triage voldoende is doorgevraagd. En we hebben te maken met externe artsen van ANW Nederland, omdat die in de avond-, nacht- en weekenddiensten worden ingezet.’

Groningse triage-app

Nu het DMZ-project binnenkort stopt, wil Flevoland de e-learning graag met Vilans borgen. Betty: ‘Mijn advies is om de e-learning verder te vertalen naar het niveau van verzorgenden. Dat zal een uniforme werkwijze verder bevorderen. Daarnaast hebben we met Groningen contact over de triage-app die deze regio ontwikkelt. Die app sluit heel mooi aan bij onze e-learning en ik denk dat de app het makkelijker maakt om tot een uniforme werkwijze te komen.’

‘Het is aan de organisaties zelf om te beslissen hoe ze hiermee verder gaan’, vervolgt Betty. ‘De laatste jaren hebben zij samen al heel veel stappen gezet; de samenwerking in de regio is echt verbeterd. Dat blijkt onder andere uit het feit dat we elkaar sneller vinden en sneller de samenwerking op verschillende dossiers oppakken. Zoals bijvoorbeeld de inzet in de eerste lijn, of het gezamenlijk hebben van een farmaco-overleg met de apotheker. En last but not least: het gezamenlijk opleiden.’

‘Durf te investeren in grensoverschrijdende zaken.’

Start regionaal opleiden

Want de vier organisaties hebben inmiddels als regio gezamenlijk de erkenning gekregen voor het regionaal opleiden van GZ-psychologen. Dat was destijds bij de start van het DMZ-project ook het streven. Bedoeling is om in maart 2022 te starten met twee studenten. In het najaar van 2022 zal verder een gezamenlijke opleiding voor SO moeten starten, met één student. Uiteindelijk moeten deze opleidingen met reguliere onderwijsgelden gefinancierd worden. En hoewel het programma DMZ in de oude vorm afloopt, zullen er ook in 2022 gelden zijn voor regionale ontwikkelingen. Zorgaanbieders en zorgkantoren stemmen dat met elkaar af. Verder is de regio aangesloten bij het landelijke onderzoek capaciteitsraming, waarin onderzocht wordt hoeveel opleidingsplaatsen daadwerkelijk nodig zijn.

Samenwerking is vereist

Volgens Betty is verdergaande samenwerking echt noodzakelijk. ‘We moeten nog meer van onze eilandjes afkomen, want als ieder voor zich werkt, kunnen we de problemen niet oplossen. Ik weet dat iedereen samenwerking belangrijk vindt, maar het is heel belangrijk om woorden om te zetten in daden. Bijvoorbeeld door samen regionale behandelteams in te richten. Dat vergt nieuw leiderschap. We hebben bestuurders en managers nodig die durven te investeren in grensoverschrijdende zaken.’

Geleerde lessen in Flevoland

  • Om een dergelijk belangrijk en groot project ook echt te borgen is een taak voor het managementteam van de afzonderlijke organisaties.
  • De aandacht die het project krijgt wisselt en daarmee ook de voortgang.

Door Karin Burhenne

Meer weten

Geplaatst op: 19 november 2021
Laatst gewijzigd op: 3 december 2021