Surplus gaat voor excellente zorg

Anton van Mansum (R) en Anthonie Maranus

In de interviewserie ‘Waardigheid en trots’ belichten we de plannen van een aantal van de (potentiële) deelnemers. Dit is interview 5: Surplus.

Als bewoners het verpleeghuis goede kwaliteit van leven ervaren, en als de talenten van mantelzorgers en vrijwilligers ten volle worden benut, kunnen medewerkers trots zijn op het werk dat zij doen. Dit is het plaatje dat Surplus over 2 jaar neergezet wil hebben.

Zorgaanbieder Surplus geeft zijn verbeterplannen in het kader van Plan Waardigheid en Trots weer in de vorm van een huis. Het fundament wordt gevormd door alle activiteiten die waarborgen dat de basis op orde is. Hierop rusten 4 pilaren, die de plannen beschrijven vanuit het perspectief van de bewoner, mantelzorger,zorgverlener en de bestuurder en de besturing. Het dak wordt gevormd door wat Surplus “service excellence” noemt. Hierbij gaat het om initiatieven die gericht zijn op houding en gedrag, waarbij “excellente zorg” de gemene deler is. Bestuurder Anton van Mansum zegt: ‘Hiermee bedoelen we het vermogen om continu te kunnen voldoen aan de verwachtingen van de bewoners en deze te kunnen managen. Niet alleen op het gebied van professioneel handelen en processen, maar ook in de persoonlijke waardering. Dit bewerkstelligen vraagt om leiderschap waarin we verantwoordelijkheid nemen om de zorg voor onze bewoners  te laten passen bij de veranderende wereld, waarin we medewerkers ruimte geven om hun werk te doen en waarin we zorgen voor een gezonde bedrijfsvoering.’

Basis op orde

Surplus is actief in West en Midden Brabant, in een deel van het land met een sterke sociale cohesie en veel mantelzorg. ‘Binnen onze organisatie is de basis – de veiligheid voor onze bewoners – op orde’, zegt medebestuurder Anthonie Maranus. ‘Dit betekent dat er ook ruimte is om het nog beter te doen voor onze bewoners en onze medewerkers. We horen van onze medewerkers dat ze vinden dat de werkdruk toeneemt en dat ze tekort schieten in de aandacht die ze onze bewoners kunnen bieden. Dat willen we veranderen. Daarom zijn we – in lijn met wat staatssecretaris Martin van Rijn stelt in zijn brief Waardigheid en Trots (pdf) – gestart met een verbetertraject. Nadrukkelijk geen quick fit, maar een verandering die jaren zal vergen voordat hij volledig in de genen van de organisatie en de medewerkers is doorgedrongen. Als basis hiervoor hebben we onze knelpunten – niet minder dan 180 – in kaart gebracht. Dit aantal maakt meteen duidelijk waarom van een quick fix geen sprake kan zijn. We willen dat onze medewerkers weer trots zijn op hun werk. Om dit te bewerkstelligen, moeten we heel dichtbij de bewoners en medewerkers gaan staan en uitgaan van wat voor hen belangrijk is. Dit doen we door als raad van bestuur een voortdurende rondgang over alle locaties van Surplus te maken, om te horen welke dilemma’s er leven, wat medewerkers belangrijk vinden en om samen te zoeken naar oplossingen.

Dromen laten uitkomen

Om te weten wat voor bewoners belangrijk is zijn we op één locatie gestart met het ophalen van hun dromen. ‘Dan blijkt hoe klein en eenvoudig sommige dromen zijn’, zegt Van Mansum. ‘Om een voorbeeld te noemen: een bewoner heeft de wens om nog eens nasi te bereiden, een andere bewoner had de wens om nog eens uitgebreid nasi te eten. ‘Surplus kan hierin faciliteren door deze 2 bewoners bij elkaar te brengen en zo 2 dromen te realiseren.’

Maranus vult aan: ‘Deze relatief kleine dingen zijn van grote waarde  voor de mensen die in het verpleeghuis wonen, ze maken echt het verschil. Een ander voorbeeld illustreert dit. Een dochter die als mantelzorger betrokken wil blijven bij de zorg van haar moeder en haar daarom graag eenmaal per week wil douchen, zei toen we met haar in gesprek gingen: “Ik dacht dat mag vast niet, dus ik vroeg er ook maar niet naar”. Het mag echter wel, natuurlijk wel en graag zelfs, want het is een kwaliteitsmoment voor moeder en dochter.’

Vragen durven stellen

Beide voorbeelden laten zien hoe belangrijk het is dat de medewerkers, de bewoners én de mantelzorgers elkaar echt kennen. Het laat ook zien hoe belangrijk het is dat medewerkers vragen durven te stellen aan bewoners en hun familie. Van Mansum vertelt: ‘Een bewoonster van één van onze locaties ontving zelden bezoek. Daardoor sprak ze niet of nauwelijks meer, ook niet met onze medewerkers. Tijdens een ziekenhuisbezoek dronk ze een glaasje cola met een medewerker en begon ze ineens honderduit te vertellen. De aandacht en het gesprek deden haar zichtbaar goed. Deze bewoonster bleek al jaren geen contact meer te hebben met haar dochter. Een medewerker heeft het aangedurfd om de dochter van deze bewoonster te bellen. Met het resultaat dat de dochter nu één keer per week op bezoek komt. Daarnaast is de dochter ook actief met het herstellen van het sociale netwerk van haar moeder. Een groot compliment voor de medewerker die in deze situatie het initiatief  heeft genomen.’

Van Mansum merkt terecht op dat dit geen traject is van 3 maanden, maar een programma van zeker 3 jaar. Surplus heeft op alle locaties regisseurs ingezet die met de medewerkers meekijken. De regisseur is een verpleegkundige niveau 4 die geen route heeft. Ze neemt het werk van een teamlid over als dit teamlid tijd nodig heeft voor een gesprek met een bewoner of een mantelzorger. Ook is op 2 locaties een start gemaakt met het trainen van alle medewerkers. Van Mansum: Trainingen met een sterke focus op intervisie, binnen de werksetting, gericht op het bewerkstelligen van een gedragsverandering. Vindt iemand het moeilijk om een familielid te bellen, zoals in het voorbeeld dat we hierboven aanhaalden? Dan doen we dat de eerste keer samen.’

Talenten benutten

Surplus kan bogen op een actieve inzet van vrijwilligers. ‘Toch zijn we ervan overtuigd dat we hun talenten nog veel beter kunnen benutten’, zegt Maranus. ‘Daarin investeren we dus ook. We willen een veel sterkere verbinding realiseren tussen de formele en informele zorg.. Hierin spelen behalve de vrijwilligers ook de mantelzorgers nadrukkelijk een rol. Zij zijn bij uitstek de ervaringsdeskundigen, want zij hebben – soms jarenlang – thuis een groot deel van de zorg voor onze huidige bewoners  voor hun rekening genomen. Het is té lang gemeengoed geweest in de verpleeghuiszorg dat de rol van de mantelzorger direct naar de achtergrond verdween als diens naaste werd opgenomen. Het nadeel hiervan is dat het leven zoals dit in de thuissituatie werd geleefd niet wordt voortgezet in het verpleeghuis, wat voor de bewoner  de kloof tussen thuis en het verpleeghuis onnodig groot maakt. Daarom willen wij de mantelzorger ruimte geven om van belang te blijven, zodat het leven voor de bewoner  ook in de verpleeghuissetting “zo thuis mogelijk” is. Hierin  is écht wat te winnen.’

Ruimte nodig

Het kost tijd en geld om een dergelijk verandertraject te doorlopen, binnen de hele organisatie, benadrukt Van Mansum. ‘Maar als de kwaliteit voor onze bewoners erdoor stijgt en het ziekteverzuim van je medewerkers daalt, dan verdien je deze investering terug, zegt hij. Als we erin willen slagen om het zorgleefplan weer terug te geven aan de bewoner, hebben we ruimte nodig van de Inspectie voor de Gezondheidszorg en het zorgkantoor. In het zorgleefplan hoort de bewoner centraal te staan, het moet de bewoner en de medewerkers laten zien wat ze voor elkaar kunnen betekenen. In de loop der jaren is het echter steeds meer een verantwoordingsdocument geworden voor de Inspectie en het zorgkantoor. Het moet weer terug naar waarvoor het bedoeld is, wat automatisch betekent dat die 2 partijen meer op de achtergrond moeten komen te staan.’

Over 2 jaar

Het huis dat Surplus schetst in de verbeterplannen die het aan VWS heeft voorgelegd, is dan ook nog niet af. ‘Als het dak erop zit, kunnen we onze bewoners een 8+ bieden’, zegt Maranus, ‘dat is onze eerste ambitie. Het heeft een versnellend effect als partijen van buitenaf meekijken naar het werk dat we verzetten om dat dak erop te krijgen. Daarom hebben we ook ons project ingediend om in aanmerking te komen voor het ontwikkeltraject Waardigheid en Trots. We willen de kennis die we hiermee opdoen graag delen met andere aanbieders, net zoals we graag willen leren van de ontwikkeling die zij doormaken.

En waar wil Surplus over 2 jaar staan? Dan moet het vanzelfsprekend zijn om tegemoet te komen aan de wensen van onze bewoners en om hun kwaliteit van leven centraal te stellen, zegt Van Mansum. De bewoner moet dagelijks deze ambities ervaren. Ook de rol van mantelzorger en vrijwilliger moet dan geborgd zijn in de organisatie. Gebruikmaken van hun talenten moet dan op alle locaties vanzelfsprekend zijn.

Interview door Frank van Wijck

Meer weten

Geplaatst op: 17 juli 2015
Laatst gewijzigd op: 29 november 2019