Stichting Topcare zet in op de voortdurende opwaartse kwaliteitsspiraal

De kern van de ambitie van wat Topcare voor de ouderenzorg wil is: willen leren en kennis willen delen. Deze ambitie liep als een rode draad door alle presentaties van het Topcare-symposium Kennisontwikkeling voor de ouderenzorg. Chemie tussen wetenschap en praktijk van 20 november in Utrecht.

Werken aan kennisontwikkeling

Diny de Bresser, voorzitter van de stichting Topcare, stelde zichzelf een aantal jaar geleden de kritische vraag: “Hoe toetsen we of de zorg die we geven ook echt betekent voor de cliënt wat wij denken? Kan het beter? En als we aantonen dat het beter kan, hoe delen we die kennis?”. Vanuit die gedachte ging Topcare in 2013 aan de slag en Bresser vertelde als aftrap van het symposium over wat erbij komt kijken om die vraag te kunnen beantwoorden: de tijd nemen voor reflectie op het dagelijks handelen, het klein houden, elkaar inspireren en aanspreken, en zeker ook: het plezier delen van de eerste onderzoeken die tot een positief resultaat leiden. ‘Mensen die in de zorg werken willen heel graag het beste doen voor de cliënt en hun kennis delen, zei ze. ‘De tijd die je daarin investeert, verdien je terug.’

Maar hoe doe je dat je als zorgorganisatie werken aan kennisontwikkeling? Binnen Topcare zijn hiervoor criteria ontwikkeld. Het vraagt in de eerste plaats om kwalitatief goede zorg en behandeling. En daarnaast: ruimte bieden voor praktijkgericht onderzoek en de implementatie van de resultaten ervan, kennis delen met derden en draagvlak creëren in de organisatie door ruimte te maken voor praktijkgericht onderzoek. De Bresser: ‘Dit vraagt om samenwerking met de wetenschap, voor de ouderenzorg echt een andere wereld, dus alle Topcare centra  hebben geïnvesteerd in goede samenwerking met hoogleraren of lectoren. Je hebt elkaar immers nodig om onderzoek op te zetten en kennis te delen. En binnen de Topcare centra zie je het mooie gevolg: zorgprofessionals doen zelf onderzoek, variërend van kleine praktijkgerichte onderzoeken zijn maar ook grotere promotieonderzoeken gericht op cliënten in de langdurige zorg.’

Noorwegen en Nederland

Bettina Husebo, hoogleraar langdurige zorg uit Noorwegen, was gevraagd om het Nederlandse publiek kennis te laten nemen van lessen uit haar land, maar draaide dit meteen om. ‘Ik wil jullie ook graag laten kennisnemen van onze vergissingen’, zei ze. ‘Veel van onze ouderen komen in de laatste fase van hun leven in verpleeghuizen, omdat voor intensieve mantelzorg vaak onvoldoende tijd is. Bij de intensieve zorg in het verpleeghuis zien we vaak dementie in combinatie met neerslachtigheid en onbegrepen gedrag. In veel gevallen ontvangen mensen hiervoor medicatie. Inmiddels weten we uit onderzoek dat toediening van antidepressiva bij deze doelgroep geen invloed heeft op hun gevoelens van depressie, en dat mensen die antipsychotica toegediend krijgen voor onbegrepen gedrag tweemaal zo snel overlijden als mensen die ze niet krijgen. We zijn op zoek gegaan naar oorzaken voor dit gedrag en daarvan is pijn een heel belangrijke. Het is ernstig om ons te realiseren dat de medicatie die we deze mensen toedienen niet werken én ze hieraan eerder overlijden, terwijl we dit gedrag níet juist hebben begrepen. Dus hebben we een pain assessment instrument ontwikkeld voor mensen met dementie. Inmiddels is dit in driehonderd Noorse verpleeghuizen geïmplementeerd en in zes talen vertaald. Deze mensen hebben meer aan een individuele benadering van hun gedrag dan aan medicatie.’

Nederland is voor Noorwegen een voorbeeldland, zei Husebo. Nederland heeft specialistische artsen voor ouderengeneeskunde, er wordt veel onderzoek gedaan, we trekken er voldoende geld voor uit en we hebben serieuze aandacht voor medicatietoediening bij ouderen. Omgekeerd kan Nederland ook weer iets leren van de aanpak van Noorwegen, vervolgde ze: ‘We doen aan onze universiteit veel onderzoek naar medicatiegebruik onder ouderen en van het onderzoeksteam maakt ook een journalist deel uit. Het is belangrijk om kennis te delen.’ Ze haalde een mooi voorbeeld van onderzoek aan: de COSMOS studie. Hierin worden pijn bij ouderen, advance care planning, medicatiereview en de organisatie van activiteiten van bewoners in hun onderlinge samenhang onderzocht, tegen een controlegroep die alleen pijnmedicatie ontving. ‘Wat bleek was dat in de interventiegroep aanvankelijk de kwaliteit van leven daalde’, vertelde ze, ‘maar dat die vervolgens beter werd. De interventiegroep gebruikte minder medicatie, had minder last van depressiviteit, had een betere eetlust en functioneerde ook beter.’ De kennis die hiermee is opgedaan, wordt nu gedeeld via een studieboek en een app. Inmiddels heeft de overheid een campagne opgezet over medicatiegebruik en voeding bij ouderen. Ook wordt een richtlijn ontwikkeld voor diagnostiek en behandeling van mensen met dementie, inclusief palliatieve zorg. Hierbij is de man van een jonge vrouw met dementie betrokken als ervaringsdeskundige. ‘De uitdaging zal zijn om meer mensen de laatste levensfase in hun thuissituatie te laten doormaken en het ook mogelijk voor ze te maken om thuis te sterven’, zei Husebo. ‘Domotica zal daarin een steeds grotere rol gaan spelen.’

Parallellen tussen onderwijs en zorg

Monique Vogelzang, inspecteur-generaal bij de Inspectie van het Onderwijs, mocht de lessen schetsen die de ouderenzorg van het onderwijs kan leren. Ze begon met vertellen dat de 3,6 miljoen leerlingen en studenten in ons land zonder goede chemie met de docenten geen goed onderwijs zouden kunnen krijgen. Vul voor “leerlingen en studenten” ouderen in, voor “docenten” verpleegkundigen en verzorgenden en maak van “onderwijs” ouderenzorg en de parallel is duidelijk. Zonder een goede klik kan nooit kwaliteit tot stand komen. Ze vertelde: ‘In Nederland kennen we vrijheid van onderwijs, maar we hebben wel een basisidee over wat kwaliteit is. De drie kernelementen hierin zijn de vraag of de leerlingen goed les krijgen, of ze genoeg leren en of ze veilig zijn. Een goed bestuur zorgt voor een goede schoolleiding, die zorgt voor goede docenten die werken aan continue verbetering in het onderwijs. Die keten is de essentie en externe stakeholders houden de ketenpartners scherp.’ In de ouderenzorg is het idealiter precies zo. En net zoals in de ouderenzorg verpleeghuizen zich kunnen aanmelden om het Topcare certificaat te verwerven, kunnen in het onderwijs scholen zich laten toetsen of ze in aanmerking komen voor het predicaat excellente school. Van de 632 scholen die dit hebben geprobeerd, heeft inmiddels 45 procent dit predicaat verworven. ‘Ze zijn gemotiveerd om te blijven verbeteren en leerlingen en ouders werken daar actief aan mee’, zei Vogelzang. ‘Het leidt niet tot concurrentie, maar we merken wel dat excellente scholen iets meer leerlingen trekken.’

Vogelzang noemt enkele andere voorbeelden van projecten in het onderwijs. Scholen die willen inzetten op een voortdurende opwaartse kwaliteitsspiraal, kunnen elkaar vinden in LeerKRACHT, dat inzet op kennisdeling, of in het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek, waarin docenten zelf onderzoeksvragen kunnen indienen. ‘Zo komen onderzoek en praktijk bij elkaar’, vertelde Vogelzang. ‘En hier zijn meer voorbeelden van. Het Practoraat onderwijs en (sensor)technologie bijvoorbeeld of ZorgThuis.’ Beide slaan een brug tussen onderwijs en zorg. Scholen die zich aan dergelijke initiatieven verbinden, moeten er wel op ingericht zijn dat kennisdeling leidt tot kwaliteitsverbetering, zei Vogelzang er nog bij. Met andere woorden: bestuurders moeten de mensen die zich hiervoor inzetten hiervoor ruimte bieden en faciliteren.

Kennisontwikkeling en -deling

Dat ruimte bieden en faciliteren wil in de zorgpraktijk nog wel eens een bottleneck zijn, werd duidelijk uit het panelgesprek dat de plenaire sessie van het symposium afsloot. Voor de implementatie van mooie ideeën in de praktijk ontbreekt het nog wel eens aan tijd en leiderschap. Ook het personeelsverloop in de zorg is een struikelblok, zei specialist ouderengeneeskunde en hoogleraar ouderengeneeskunde Raymond Koopmans. Mirjam van Dam (verplegingswetenschapper bij Topcarecentrum Lelie Zorggroep, gespecialiseerd in zorg voor mensen met Korsakov, zij is aan het promoveren op verpleegkundige interventies bij deze doelgroep) zei dit te herkennen. ‘Maar gelukkig hebben wij een bevlogen manager die zich inzet voor kennisontwikkeling’, zei ze. ‘En de organisatie vindt het ook belangrijk dat verpleegkundigen promoveren.’ Karin Bosch (programmamanager innovatie en ontwikkeling bij Amsta) raadde aan het bij het inzetten op zorgverbetering vooral simpel te houden. ‘Ga uit van wat er in de teams leeft’, zei ze.

Kennis delen en zorgen dat ontwikkelde zorgprogramma’s worden gedeeld tussen zorgaanbieders is lang geen gemeengoed geweest, stelde Koopmans. ‘Gelukkig is dit nu beter’, zei hij. En hij noemde Topcare een goed voorbeeld, omdat dit gericht is op kennisontwikkeling en -deling. ‘Leren en lerende netwerken staan erin centraal’, zei hij, ‘net als in het Kwaliteitskader verpleeghuiszorg. Ook in dat kwaliteitskader ligt een duidelijke ambitie om tot kwaliteitsverbetering te komen.’ De meerwaarde daarvan zagen Bosch en Van Dam ook. De laatste zei: ‘Mijn bestuurder stelde recent dat we moeten stoppen met concurreren op kwetsbare ouderen.’ Dat is een mooi uitgangspunt om voor kennisdeling ruimte te scheppen.

Door: Frank van Wijck

Meer weten


Geplaatst op: 22 november 2017
Laatst gewijzigd op: 22 november 2017