SKILZ gaat het handelen van zorgprofessionals versterken met kwaliteitsinstrumenten

Het programma Waardigheid en trots heeft veel ruimte gegeven aan discussie over kwaliteit van zorg. De komst van het Kwaliteitskader Verpleeghuiszorg is het concrete uitvloeisel van die discussie. De Stichting kwaliteitsimpuls langdurige zorg (SKILZ) moet ervoor gaan zorgen dat die kwaliteit een wetenschappelijke basis krijgt in kwaliteitsinstrumenten zoals richtlijnen en beslisbomen, die het handelen van de zorgprofessionals versterken.

Kwaliteit komt niet vanzelf tot stand. Een vernevelapparaat goed gebruiken vergt niet alleen tijd en aandacht van de zorgprofessionals die degene die het nodig heeft helpt bij het vernevelen. Het vraagt ook om kennis over het correcte gebruik van het apparaat. Wie iemand bijstaat tijdens het sterven, heeft kennis nodig over het stervensproces en wat op dat moment wordt verwacht van degene die de stervende bijstaat. ‘Je hoort vaak zeggen dat kwaliteit in de langdurige zorg tot stand komt in de persoonlijke relatie tussen de zorgprofessional en de cliënt’, zegt Nienke Nieuwenhuizen. ‘Maar ik heb wel eens de indruk dat bestuurders en managers die stelling op een verkeerde manier gebruiken. De professional wordt wel opgeleid om iets goed te doen voor de cliënt. Maar die cliënt gaat er – terecht – van uit dat de professional niet alleen empathisch is maar ook kennis van zaken heeft. En voor die kennis van zaken is naast een opleiding ook nodig dat de professional kan terugvallen op kwaliteitsinstrumenten. Zijn die er niet, dan is er geen duidelijke route voor structurele kwaliteitsverbetering.’

‘We willen komen tot kwaliteitsinstrumenten die aansluiten op de kennisbehoefte in de praktijk’

Ruimte voor verbetering

In de langdurige zorg ontbreekt het op heel veel fronten nog aan kwaliteitsinstrumenten. ‘En als ze er zijn, weten we niet of ze werken’, zegt Nieuwenhuizen. ‘Het levenseindevraagstuk bijvoorbeeld, daar is nog nauwelijks onderzoek naar gedaan. Hoe kan daarin het best worden gehandeld? Wat is daarbij de rol van de verzorgende, de specialist ouderengeneeskunde, de geestelijk verzorger? De langdurige zorg heeft in vergelijking met de curatieve zorg altijd een achterstallige positie gehad op dit gebied. De middelen voor het ontwikkelen van kwaliteitsinstrumenten zijn ook altijd beperkter geweest. Het ministerie van VWS heeft dit nu onderkend en heeft daarom ruimte gecreëerd om hierin verandering te brengen.

Verenso, de vereniging voor specialisten ouderengeneeskunde waarvan ik voorzitter ben, heeft samen met Sonja Kersten, directeur van Verpleegkundigen en Verzorgenden Nederland en Bas Castelein, bestuurder van de Nederlandse Vereniging van Artsen Verstandelijk Gehandicapten de handschoen opgepakt om samen te gaan werken rond het kwaliteitsbeleid. Er is ook een kwaliteitskader voor de gehandicaptenzorg tenslotte en de drie partijen kunnen, ieder vanuit hun eigen achtergrond en kennis, veel voor elkaar betekenen in de ontwikkeling van kwaliteitsinstrumenten die erop gericht zijn het handelen van zorgprofessionals in de langdurige zorg te versterken. Samenwerken betekent dat je gezamenlijk onderwerpen kunt afstemmen en kunt beschrijven wat goede zorg is. Het heeft dus duidelijk meerwaarde.’

Deze drie partijen zijn in april 2018 formeel aan elkaar verbonden in SKILZ, met Nieuwenhuizen als voorzitter. Een unieke verbintenis, omdat hiermee twee sectoren – verstandelijk gehandicaptenzorg en ouderenzorg – en verschillende beroepsgroepen zijn samengebracht.

Samen inventariseren

Maar: april 2018 is alweer een poosje geleden. Wat is er sinds die tijd gebeurd? ‘Op inhoud vonden de drie partijen elkaar vrij snel’, zegt Nieuwenhuizen. ‘Maar we moesten wel nog inventariseren waar we staan ten opzichte van elkaar. In richtlijnontwikkeling bijvoorbeeld is de ouderenzorg verder dan de gehandicaptenzorg, daar staat dit nog min of meer in de kinderschoenen. Daarnaast is sprake van dubbel werk, alle drie de partijen hebben bijvoorbeeld een eigen richtlijn voor probleemgedrag. Dat is zonde, het is waardevol om die met elkaar te verbinden.’

En: er moest geld komen, voor een bureau en een directeur. Nu de financiering is geregeld, is de hoop gevestigd op het zo snel mogelijk vinden van die directeur. ‘Dit moet iemand zijn die los staat van onze drie organisaties’, zegt Nieuwenhuizen. ‘Iemand met kennis van kwaliteitsbeleid of minimaal een visie daarop, een verbinder bovendien die in staat is om over de domeinen heen en samen met de partners tot prioritering te komen. Iemand die de sector echt wil helpen om een stap te zetten in kwaliteitsontwikkeling.’

‘SKILZ zal ook actief de samenwerking zoeken met de academische netwerken waar onderzoek kan worden gedaan en kennis kan worden gedeeld.’

Ook het programma Kennisinfrastructuur Langdurige zorg werkt o.a. samen met academische netwerken aan het beter vindbaar en toepasbaar maken van kennis, voor het werkveld én de wetenschap. Lees meer over het programma Kennisinfrastructuur langdurige zorg.

Prioriteiten stellen

Wat SKILZ moet gaan opleveren, is een gestructureerd meerjarenbeleid over kwaliteit, over de sectoren heen. ‘Hierbij is het allereerst belangrijk om onze prioriteiten te gaan bepalen’, zegt Nieuwenhuizen. De werkvloer moet hierin leidend zijn en ook de stem van de cliënt moet doorklinken. Richtlijnen zijn nogal eens hoog over en dat is nu juist wat wij niet willen. We willen komen tot kwaliteitsinstrumenten die aansluiten op de kennisbehoefte in de praktijk. En als ze tot stand gekomen zijn, moeten ze vervolgens worden geïmplementeerd. Dat is bij uitstek iets waarin de werkgevers belangrijk zijn. Daarnaast kan hierin Vilans een rol spelen voor ons, maar we hebben er ook de beroepsgroepen voor nodig.

Verder leiden richtlijnen bijna altijd weer tot onderzoeksvragen, dus volgt dan vrij organisch ook een onderzoekagenda. Ook op het gebied van onderzoek is er een impuls in de sector. We weten in de verpleeghuiszorg nog zoveel niet. We weten bijvoorbeeld niet hoeveel verpleeghuisbewoners met COPD er zijn, of ze medicatie krijgen en wat daarvan het effect is. We weten niet hoeveel dubbelproblematiek er op PG-afdelingen is. We weten niet eens hoe lang mensen nu echt in een verpleeghuis wonen. We horen daar heel veel verhalen over, maar aan exacte cijfers ontbreekt het. SKILZ zal dus ook actief de samenwerking zoeken met de academische netwerken waar onderzoek kan worden gedaan en kennis kan worden gedeeld. Daarnaast werken we hard aan een basis voor het verzamelen van data. En dan natuurlijk zoveel mogelijk zonder extra administratieve last te genereren.’

Nienke Nieuwenhuizen

Veel vraagstukken

Waarmee verwacht Nieuwenhuizen dat zorgprofessionals in die prioriteitsstelling zullen gaan komen? ‘De ouderenzorg is een walhalla aan vraagstukken’, zegt ze. ‘Denk bijvoorbeeld aan levenseinde vraagstukken, aan onbegrepen gedrag, aan onderwerpen als persoonlijkheidsstoornissen en verslaving bij ouderen met een ggz-achtergrond. Ook psychofarmaca en over- en onderbehandeling zijn interessante onderwerpen. Veel van deze zaken zijn niet alleen van groot belang voor kwaliteit in verpleeghuiszorg, maar ook voor ouderenzorg in de thuissituatie. Het gaat ons inzichten opleveren in de vraag waar de grenzen van ouderenzorg thuis liggen, en wat de meerwaarde is van verpleeghuiszorg ten opzicht van de thuissituatie.’

Zes overkoepelende thema’s zijn al benoemd: ondersteuning van zelfmanagement, mondzorg, wilsonbekwaamheid, anticiperende medische besluitvorming rondom het levenseinde, voeding en slikproblemen en slaapstoornissen bij mensen met een verstandelijke beperking. ‘Maar het is een work in progress’, zegt Nieuwenhuizen afsluitend. ‘We willen zoals gezegd zoveel mogelijk aansluiten bij wat actueel is voor de professionals en cliënten. In ieder geval hopen we zo snel mogelijk met minstens drie thema’s aan de slag te kunnen.’

Door: Frank van Wijck

Meer weten


Geplaatst op: 27 februari 2019
Laatst gewijzigd op: 11 maart 2019