Saskia van Opijnen (Noorderbreedte): ‘Topcare daagt je uit om continu beter te willen worden’

Noorderbreedte heeft voor de locatie Nieuw Toutenburg het Topcare predicaat verworven voor gerontopsychiatrie. Een ontwikkeling met grote meerwaarde voor cliënten en medewerkers, vindt bestuurder Saskia van Opijnen. Het smaakt naar meer: de organisatie is nu bezig het predicaat te verwerven voor de afdeling voor patiënten met de ziekte van Korsakov.

‘Het mooie van Topcare’, zegt Van Opijnen, ‘is dat het je organisatie niet alleen erkenning biedt van wat al is, maar ook een verplichting geeft om continu beter te worden. We stonden in de regio al bekend om onze kennis en kunde op het gebied van gerontopsychiatrie, maar het kan altijd beter. Toen ik met de verantwoordelijk manager besprak of we er energie in zouden moeten steken om dat predicaat te behalen, kreeg ik als reactie dat dit alleen waardevol zou zijn als er de uitdaging in besloten zou liggen om continu beter te worden. En dat is inderdaad precies waar het bij Topcare om te doen is.’

Investeren in wetenschappelijk onderzoek

Uit de eerste visitatie kwam de conclusie dat op het gebied van wetenschappelijk onderzoek nog stappen moesten worden gezet. ‘Die conclusie onderschreven we ook, want dat stond echt nog in de kinderschoenen’, zegt Van Opijnen. ‘We zijn daarom in het jaar daarna hard aan de slag gegaan met het formuleren van onderzoeksvragen en de verbinding zoeken met de praktijk. Voor dit laatste hebben we onder andere onderzoekskaartjes ontwikkeld die de medewerkers uitdaagden om een eigen onderzoeksvraag te formuleren. Daar reageerden ze heel positief op. Door de onderzoeksvragen vanuit de praktijk te definiëren kom je zaken die echt relevant zijn voor die praktijk en dus voor de zorg die je verleent aan de cliënten. Binnenkort hopen we bovendien onze verbintenis met het lectoraat aan Stenden hogeschool in Leeuwarden formeel te bekrachtigen.’

Een ander aandachtspunt uit de eerste visitatie was dat ook meer moest worden gedaan om de expertisefunctie te benutten, zowel binnen de eigen organisatie als voor de regio. ‘Onder de streep ligt hierin feitelijk de boodschap besloten dat je wat zelfbewuster mag zijn over wat je te bieden hebt en dat je dat ook mag uitdragen naar anderen’, zegt Van Opijnen. ‘Ook dat is waardevol, want het zet aan tot reflecteren op wat je te bieden hebt, wat weer een belangrijke motor is voor verdere ontwikkeling. Het onderzoek vertalen naar de praktijk draagt daar ook aan bij. Heel mooi vind ik dat, want werken in de zorg is vaak vooral doen en tijd voor reflecteren wordt maar moeilijk genomen. Het is echter wel de basis om beter te worden.’

De laatste audit was ‘echt een evenementje’ voor de locatie, zegt Van Opijnen. ‘Ik vond het mooi om de spanning te zien die de vraag: hebben we het goed genoeg gedaan? gaf voor alle betrokkenen, en om te zien wat ze presenteerden om te laten zien dat ze het predicaat verdienden.’

‘Het mooie van Topcare’, zegt Van Opijnen, ‘is dat het je organisatie niet alleen erkenning biedt van wat al is, maar ook een verplichting geeft om continu beter te worden.

Leren en verbeteren

Er is een parallel tussen de doelstellingen van het Topcare predicaat en het Kwaliteitskader verpleeghuiszorg, vindt Van Opijnen. ‘Ook het kwaliteitskader gaat over doorlopend verbeteren’, zegt ze, ‘over een lerende organisatie willen zijn en een lerend netwerk. Topcare daagt je uit om je expertise niet alleen voor jezelf in te zetten maar ook voor andere aanbieders beschikbaar te maken. De bereidheid om kennis te delen is er in onze sector überhaupt wel, maar Topcare biedt een context om daarin nog een stap verder te gaan. En het is mooi om te zien wat dit met medewerkers doet. Het zal dan ook geen enkel probleem zijn om het verworven gedachtegoed van continu willen verbeteren en wetenschap aan praktijk verbinden levend te houden nu we het predicaat eenmaal hebben verworven.’

Het is het volop waard geweest om energie te steken in het verwerven van het predicaat, vindt Van Opijnen. ‘We hebben er echt wel een project van gemaakt hoor’, zegt ze, ‘waarbij we als organisatie ook specifieke ondersteuning hebben geboden aan de locatie via onze afdeling kwaliteit en innovatie. Het feit dat we nu ook opgaan voor het predicaat voor Korsakov is denk ik de beste indicatie dat we het de inspanning waard vinden.’

Interview door Frank van Wijck

Meer weten


Geplaatst op: 6 december 2018
Laatst gewijzigd op: 12 december 2018