Sarah Blom (ouderenpsycholoog): ‘Meneer Jacobs treitert zijn medebewoners’

Sarah Blom is ouderenpsycholoog, theatermaker en voormalig mantelzorger van haar grootmoeder met dementie. Al enkele jaren voert ze diepgaande gesprekken met mensen met dementie. Het leidt tot bijzondere ontdekkingen en inzichten die niet verloren mogen gaan. Sarah blogt erover en verwerkte ze in haar educatieve theatershow ‘Dag Mama’.

Jij, jij mag niet bij de zwemclub, jij kan niet zwemmen. jij hoort hier niet.’ Het is half 4 in de middag, wanneer ik de afdeling een bezoekje breng. Ik neem plaats op de stoel bij de televisie. Zo’n grote plastic fauteuil. Weinig sfeervol, wel makkelijk af te nemen bij incontinentie ongelukjes. Ik kijk rond.

Mevrouw de Vries, Jansen en de Kreek liggen te slapen aan tafel, Meneer Nien probeert zijn broek naar beneden te trekken en mevrouw Rijk heeft bezoek. Van dochter Chantal; knap, jong en in het bezit van 2 hoogblonde zoontjes. Niet ouder dan 4. Ze kijken hun ogen uit ‘Mama, waarom likt die mevrouw aan haar hand?….Mama, kijk! Die meneer trekt zijn broek uit!’.

Chantal geeft geen reactie. Ze kijkt haar moeder in de ogen aan en probeert contact te krijgen ‘Mam, ik ben het, Chantal…Mama?’  Ze wrijft over steeds dunner wordende benen. ‘Ik ben het mama, je dochter, Chantal, kijk maar.’ Mevrouw Rijk staart voor zich uit. Het blijft stil. Tranen wellen op in de ogen van Chantal.

‘Haha, ze hoort je niet, ze voelt zich te goed voor ons, toch Rijkie?’En als ze al praat is ze niet te verstaan! Misselijk word je ervan!’
Daar heeft meneer Jacobs wel een punt. Mevrouw Rijk praat erg zacht maar aangezien haar woordenschat zich beperkt tot drie brandende vragen:  Hoe heet je? Ben je getrouwd? Heb je kinderen?,  mis je de boodschap vrijwel nooit.

Maandenlang kon ik haar vragen enkel met ‘nee’ beantwoorden, waarna het gezicht van mevrouw Rijk telkens volledig vertrok, een en al medelijden.  Na negen maanden zwangerschap, slappe borsten en een licht hangbuikje was ik dan ook verheugd eindelijk een vraag met ‘ja’ te kunnen beantwoorden: ‘Ja mevrouw Rijk, ik heb een zoon!’. En zo geschiedde het. Ik trad eindelijk toe tot haar wereld.
‘Ik ook, ik heb een dochter, Chantal! Ben je getrouwd?’ Nee dat niet, mevrouw Rijk. ‘Niet?.. Wat erg!’ Alleenstaand met kind, ja het was waarschijnlijk het slechts denkbare scenario ooit, de schrik sloeg mwevrouw Rijk nu werkelijk om het hart. En dus verzon ik al snel een verhaal over een leuke man, een boekhouder, knap, lang maar helaas ontzettend lui.
‘We moeten ze goed verwennen’, was dan steevast haar antwoord.

‘Ik zit hier tussen allemaal gekken’

Mevrouw Rijk, geboren voor het gezinsleven, de ideale huisvrouw, ze vertedert mij.  Gevoelens die meneer Jacobs overduidelijk niet voor haar koestert. Hij irriteert zich. Mateloos. Iedere dag opnieuw.
Aan haar zachte stem, aan het bezoek dat ze dagelijks ontvangt, haar gesmak tijdens het eten. Maar het is werkelijk niets vergeleken met de irritatie die hij voelt voor Mevrouw Visser, zijn overbuurvrouw. Een lijkbleke en kinderloze vrouw die sinds een aantal maanden op de afdeling verblijft. Rimpelige handen omklemmen een besmeurde babypop. Al wiegend en kussend zingt ze het schepseltje met de altijd vrolijke ogen toe ‘slaap kindje slaap, daar buiten loo…’

‘Hee! het is geen echte baby hoor! Ik zit hier tussen allemaal gekken, hoe kom ik hier in godsnaam weg?’ En op dat moment, geheel onverwacht, schieten de ogen van mevrouw De Kreek open. Ze ontwaakt uit haar sluimerstand: ‘Ik gaat hiero weg hoor, mijn dochter zeit het al, jij hoort hier niet hoor, ma, jij kan heel goed voor jezelf zorgen. Ja, ik gaat hiero weg. Mijn dochter zei het.. Ze zeit mam… jij hoort hier niet. Ik gaat weer naar huis, naar mijn eigen bedoelinkje.’

‘Jij gaat helemaal nergens heen, jij bent zo gek als een deu…’

‘En nu is het afgelopen meneer Jacobs.’ Uit de keuken klinkt een stem. Het is verzorgende Melissa.  ‘Ongelofelijk! Bah! Ik dacht er een gezellige middag van te maken. Kijk eens, kaasstengels voor iedereen’.  Maar mevrouw De Kreek krijgt geen hap meer door haar keel. Tranen rollen over haar wangen ‘Mijn….mijn… dochter komt mij halen… ’.

‘Ach, houd toch je kop, huilebalk!’

‘Nu is het genoeg! Kijk eens wat u heeft gedaan. Mevrouw De Kreek is helemaal van streek. Nu gaat u hier weg!’ Melissa loopt op de heer Jacobs af, zet de rolstoel van de rem, rolt hem naar achteren en rijdt hem over de brede gang naar zijn appartement. ‘Zo, u kunt terugkomen wanneer u weer normaal doet’. Met een klap valt de deur dicht.

Hij staart naar een foto in zijn hand

Daar zit hij dan, meneer Jacobs. Weggereden uit de huiskamer. In zijn appartement geparkeerd.  Het is deze plek waar meneer Jacobs het grootste deel van zijn dag doorbrengt. Alleen. Bezoek krijgt hij niet, ook niet van zijn zoon.

Ik stap mijn grote plastic stoel uit en loop richting zijn appartement. Het is doodstil op de gang. Ik klop aan. ‘Meneer Jacobs?’ Niks. ‘Meneer Jacobs, mag ik binnenkomen, alstublieft?’
‘Wat moet je’?, klinkt het fel. ‘Ik wil heel even met u praten.’ Ik open de deur een klein stukje en kijk naar binnen. Daar zit hij, geparkeerd tussen de tillift en zijn bed. Omringd door een IKEA kast, nachtkastje en enkele zwart-wit foto’s aan de wand. ‘Mag ik binnenkomen? Dat zou ik heel fijn vinden.’‘ Wat kan mij dat schelen…. Ikke, ikke, ikke!’, zegt meneer Jacobs.  ‘U heeft gelijk, het doet er totaal niet toe wat ik wil. Mensen zouden eens wat minder met zichzelf bezig moeten zijn’,  antwoord ik beslist.

Voorzichtig doe ik een stap naar binnen en loop langzaam op de heer af.  Hij staart naar de foto in zijn hand, een gekreukte zwart-wit foto . ‘Mag ik hier zitten?’  Ik wijs naar zijn bed. Geen antwoord. Ik hurk naast hem neer en wacht, enkele seconden. ‘U heeft een foto in uw hand.’  Jacobs: ‘Je bent toch niet scheel.’  ‘Ik zou hem graag zien’, houd ik vol.

Plots gooit de heer de foto in mijn gezicht. ‘Hier, druk je neus er maar op!’  Ik pak de foto van de grond. ‘Bedankt voor uw vertrouwen’. Ik begin te beschrijven wat ik zie: ‘Ik zie een groep jongens, even tellen… Twaalf jongens. Staat u ook op de foto meneer Jacobs?’  ‘Ach donder toch op, mens.’ Ik herhaal, vastberaden:  ‘Staat u hier ook op meneer Jacobs?’ Er gebeurt niks, tot hij na ongeveer 20 seconden plots zijn vinger op de foto legt en zegt: ‘Hier.’ ‘Dit bent u, hier op de foto’. Ik houd de foto vast en ga op de grond zitten. De heer torent met zijn rolstoel boven mij uit. Zo is het goed. Zo zitten we minuten lang, zonder een woord te zeggen. En dan gebeurt er eigenlijk altijd iets bijzonders.

Het enige tastbare bewijs dat Jacobs voor opname heeft bestaan

Sinds een aantal weken bezoek ik meneer Jacobs geregeld op zijn kamer. Meestal zit hij met zijn rug naar de deur voor zich uit te staren en is er die bekende stilte. Deze momenten gebruik ik om rapportages af te schrijven en dossiers door te lezen. Op andere momenten maakt hij kwetsende opmerkingen of vraagt hij mij ‘op te rotten.’ Maar heel langzaam, bijna onmerkbaar, verdiept ons contact zich. Aanvankelijk met blikken, later met woorden. Waarmee we spreken over zijn foto’s. Het enige tastbare bewijs dat Jacobs ook voor zijn verpleeghuisopname heeft bestaan. En langzaam, met behulp van zijn zoon die ons te woord wilde staan, vallen de puzzelstukjes op zijn plek. Zijn boosheid, zijn verbale agressie naar vrouwen, zijn wrok. Het valt uiteindelijk allemaal op zijn plek.

Een noodlottig ongeval

De jongen op die foto, te midden van al die andere jongetjes, blijkt ongewenst. Hij is slechts 5 jaar oud als er een noodlottig ongeval gebeurt. Zijn vader wordt levend begraven in het beton tijdens zijn werk als bouwvakker. Hoewel Jacobs ontzettend gesteld is op zijn vader, wordt er over dit ongeval niet gesproken, laat staan gehuild. In plaats van hem te troosten, snauwt zijn moeder hem af: ‘Hou op, huilebalk!’ en zet hem in de hoek. Na een aantal maanden hertrouwt ze en verdwijnt Jacobs in een internaat. Afgedankt.

Sarah Blom: ‘De grootste beproeving staat meneer Jacobs te wachten aan het eind van zijn leven: de opname in het verpleeghuis. Vanaf dat moment wordt zijn trauma volledig ‘gereactiveerd’ en alle wonden opgereten.’

Het maakt meneer Jacobs totaal ongeschikt voor de liefde en voor de omgang met anderen. Huwelijken stranden, banen mislukken en vrienden heeft hij niet. Hij is eenzaam en verbitterd. Hij overleeft.
Maar de grootste beproeving? Die staat hem te wachten aan het eind van zijn leven, namelijk een opname in het verpleeghuis. Vanaf dat moment wordt zijn trauma volledig ‘gereactiveerd’ en alle wonden opgereten. Het is de periode waarin meneer Jacobs minstens drie keer per dag wordt weggereden uit de huiskamer, iedere dag verneemt dat hij anderen leed berokkent en ‘normaal moet doen’ en aanziet hoe zijn tafelgenoten worden getroost en omarmd door kinderen, partners en personeelsleden. Ja, het bevestigt álles waar hij zijn leven lang al zo bang voor is: ongewenst zijn. Meneer Jacobs zal zonder onze hulp ”ongewenst” sterven.

Urenlang vertoeven in elkaars blikveld

Ik ben van mening dat we als zorgverleners meer moeten stilstaan bij de impact van wonen in een woongroep op onze cliënten. Want deze impact is hoog. Omringd worden door mensen die je niet zelf hebt uitgekozen, geconfronteerd worden met gedrag dat angst inboezemt (‘word ik ook zo’), urenlang vertoeven in elkaar blikveld, voortdurend afscheid nemen van bewoners die achteruitgaan, sterven of ziek worden. Dagelijks ondervinden dat je de minst populaire bewoner van de groep bent en ga zo maar door. Het geeft veel stress en is ziekmakend.

Het is onze verantwoordelijkheid iedere bewoner de (psychische) zorg te geven die hij nodig heeft. Zelfs wanneer gedrag kwetsend  of ‘onuitstaanbaar’ is. Ook dan is onze nabijheid gewenst.

Meneer Jacobs heeft uiteindelijk de hulp gekregen die hij nodig heeft. De uitkomst? Laten we het erop houden dat niet enkel het levensgeluk van mevrouw De Kreek, Rijk en Visser is toegenomen, maar ook meneer Jacobs zich voor het eerst van zijn leven, voor zover mogelijk, gewenst voelt.

click to tweet Sarah Blom: ‘Ik ben van mening dat we als zorgverleners meer moeten stilstaan bij de impact van wonen in een woongroep op onze cliënten. Want deze impact is hoog.’

De interventies

Hieronder zal ik de interventies uiteenzetten:

  • De heer heeft EMDR therapie gekregen waardoor de intensiteit van zijn traumatische belevingen zijn afgenomen. EMDR therapie bij dementie laat veelbelovende resultaten zien.
  • De huiskamer is opgedeeld in twee aparte woongedeeltes, waarbij er ook een heuse mannentafel is gecreëerd. Daarnaast is de eettafel opgedeeld in 2 aparte eettafels. Hierdoor vertoeven bewoners niet continu in elkaars blikveld. De groepen zijn oa geformeerd op basis van cognitief niveau en (wederzijdse) klik. In de huiskamer is gezorgd voor kamerplanten, wat de zichtlijnen breekt.
  • De heer heeft een aparte plek, een eigen stoel, gekregen in de huiskamer: ‘de meneer Jacobs’ stoel. Dit is met letters en foto’s duidelijk zichtbaar en persoonlijk gemaakt.
    Hier kan hij zich terugtrekken, zonder volledig afgezonderd te hoeven worden. We hebben een koptelefoon met verschillende muziekstijlen uitgeprobeerd. Een enkele keer vindt hij dit prettig.
  • Verzorgenden zijn getraind in gesprektechnieken bij dementie (verwoorden, spiegelen, observeren, valideren) waardoor meneer Jacobs voor het eerst in zijn leven werkelijk wordt gezien en ‘aangeraakt’. De heer kan zijn emoties uiten vanuit acceptatie. Zijn verbale agressie is hiermee beduidend afgenomen. Ook is men ervan bewust dat contact zonder woorden ook contact is.
  • De heer wordt niet meer ‘op afstand’ gecorrigeerd (lees: schreeuwend vanuit de keuken), hetgeen enkel de onrust en negatieve beeldvorming van de heer vergroot.
  • Zijn gedrag, met name verbale agressie, is in intervisies besproken. Gezamenlijk is een lijst opgesteld met zogenaamd ‘acceptabel’ en ‘niet acceptabel’ gedrag. Bij ‘niet acceptabel’ gedrag wordt de heer neutraal en rustig naar zijn appartement geleid. Zijn gedrag wordt concreet benoemd ‘u scheldt nu mw… uit voor ….. Dit kan niet hier op de huiskamer. Ik breng u nu naar uw appartement. Na de koffie kom ik u graag weer ophalen’.
  • Er wordt niet onnodig ‘ingegrepen’ wanneer een bewoner zelf van repliek kan dienen. Belangrijk: als zorgverleners kunnen we spanningen tussen bewoners onbewust vergroten wanneer we telkens ingrijpen. Enerzijds moeten we onderkennen dat we niet altijd aanwezig zijn bij de toedracht  van een conflict en derhalve de kans aanwezig is dat we bewoners onterecht als dader of slachtoffer aanwijzen. Anderzijds vertrouwen we hiermee onvoldoende op het zelf oplossend vermogen van onze cliënten.

Meer weten


Geplaatst op: 8 september 2017
Laatst gewijzigd op: 7 augustus 2019