Samenwerking huisarts en specialist ouderengeneeskunde in beweging

Zorgaanbieder de Zorgboog is net zoals verschillende andere leden van het VVT-platform van zorgaanbieders in Zuid Oost Brabant deelnemer aan Waardigheid en trots in het thema Bekostiging specialist ouderengeneeskunde. Zij werkten met alle betrokken huisartsenorganisaties in een project een nieuw samenwerkingsmodel uit voor de huisarts en de specialist ouderengeneeskunde in de avond-, nacht- en weekenduren en in de nieuwe woonvormen in wijk en dorp. Ontstaan vanuit de wetenschap dat tal van huisartsen zorg gingen bieden aan ouderen en dat deze ontwikkeling niet goed paste bij een regionale voorziening voor de ANW uren. Een waardevolle ontwikkeling in afwachting van een passend financieringsmodel.

Het is geen gering aantal: 3.323 kwetsbare ouderen. Om zoveel mensen gaat het in de 103 huisartsenpraktijken van de huisartsenzorggroepen PoZoB, DOH, Elan/RHV Helmond e.o. en SGE in Zuidoost-Brabant. En daarnaast zijn er nog eens de ouderen in kleinschalige woonvormen voor mensen met een Wlz-indicatie waar huisartsen met affiniteit voor deze doelgroep de zorg voor hun rekening nemen. In de zorg overdag weten de professionals elkaar steeds beter te vinden, maar het is anders in de avond-, nacht- en weekenduren (ANW). Dit heeft er ook mee te maken dat steeds meer zware (verpleeghuiszorg) plaatsvindt in moderne woonzorgcomplexen of in kleinschalige woonvormen.

‘De ene huisartsenpraktijk is heel erg betrokken bij de zorg voor ouderen en in de andere praktijk ligt de focus op andere aandachtsgebieden binnen het huisartsenvak’, zegt Gerben Welling, voorzitter bestuur Huisartsenposten Oost-Brabant. ‘Al die huisartsen draaien in de ANW-uren diensten op de huisartsenpost en een deel van hen krijgt dus patiënten aangeboden met vragen over ouderdom en kwetsbaarheid waarmee ze minder uit de voeten kunnen. Ook is niet altijd duidelijk meer of men ergens woont met een opname-indicatie of gewoon als huurder met thuiszorg.’

Heldere visie ontwikkelen

Om hierin verbetering te realiseren, met als uitgangspunt het gegeven dat huisartsen gebruik moeten kunnen maken van de kennis van specialisten ouderengeneeskunde, is het project Medische Ouderenzorg Zuidoost-Brabant opgezet, een initiatief van het VVT-platform, de al genoemde huisartsenzorggroepen en de huisartsenposten Shoko en de Huisartsenposten Oost-Brabant. ‘We constateerden dat de zaken inhoudelijk wel lopen maar dat het door de regelgeving al snel complex wordt, zegt Henri Plagge, voorzitter van de raad van bestuur van De Zorgboog. ‘Sommige partijen hebben over deze materie al zes keer hetzelfde rapport uitgebracht, wij wilden het gewoon regelen door er een heldere visie op te ontwikkelen met de betrokken professionals. Met als uitkomst de specialist ouderengeneeskunde op consultatiebasis beschikbaar te hebben voor de huisarts, vooral voor de ANW-uren. En voor mensen met een opname-indicatie in een kleinschalige woonvorm een model voor samenwerking tussen de huisarts en de specialist als beiden betrokken zijn bij de medische zorg voor de oudere. Juist in de ANW-uren kunnen zich problemen voordoen omdat de eigen huisarts op dat moment niet beschikbaar is. De waarnemend huisarts kan dan onvoldoende bekend of bekwaam zijn met de doelgroep, er kan onduidelijkheid zijn over de vraag of het nodig is een psycholoog in te schakelen bij gedragsproblemen en het kan moeilijk zijn verantwoorde beslissingen te nemen over aanpassing van medicatie.’

Meerwaarde snel duidelijk

Over de inhoud van de gekozen opzet waren alle betrokkenen het snel eens, stelt Welling. ‘Natuurlijk moet je even door het bekende “Ik doe het al jaren zo”-argument heen, maar van de meerwaarde van de mogelijkheid tot consultatie van een specialist ouderengeneeskunde in de ANW-uren was iedereen het snel eens’, zegt hij. ‘Door snel antwoord op vragen te krijgen kun je voorkomen dat een huisarts tijdens de dienst veel energie moet steken in het zoeken van een oplossing en de patiënt dan maar instuurt naar de afdeling spoedeisende hulp van het ziekenhuis, wat door de hectiek die daar heerst beslist geen geruststellende omgeving is voor iemand die toch al kwetsbaar en in de war is. We zagen de laatste tijd al dat het aantal verwijzingen naar deze afdeling groeide, vaak op basis van een net niet echt somatisch probleem. De traditionele lijnen tussen eerste en tweede lijn voldoen niet meer.’

Het onderwerp hoofdbehandelaarschap gaf weinig aanleiding tot discussie. Het uitgangspunt is dat de huisarts voor de oudere in de thuissituatie de hoofdbehandelaar is en voor de oudere in een verpleeghuis of kleinschalige woonvorm de specialist ouderengeneeskunde. ‘Maar er is geen blauwdruk’, benadrukt Plagge. ‘De huisarts kan ervoor kiezen in de thuissituatie de specialist ouderengeneeskunde te consulteren of de zorg gedeeltelijk aan hem over te dragen. Intramuraal kan de huisarts ook medebehandelaar zijn. Waar het om gaat is dat de twee elkaar weten te vinden en dat de samenwerkingsafspraken worden vastgelegd in een overeenkomst.’

Passend financieringsmodel nodig

Voor de projectfase – die nu is afgerond – is financiering geboden door het eerstelijns stimuleringsfonds en de zorgkantoren. In de huidige situatie is de bekostiging van de huisartsenzorg en de specialistische zorg geregeld via de Zorgverzekeringswet of de Wet langdurige zorg. In 2018 zal alle medische extramurale behandeling worden overgeheveld naar de Zvw. Tot die tijd blijft de subsidieregeling extramurale behandeling van kracht. ‘Met die subsidieregeling kun je voor kortdurende consulten een eind komen’, zegt Plagge. En Welling vult aan: ‘Uit het budgetsysteem kan ik ook die specialist ouderengeneeskunde wel bekostigen, zo lang de kosten tenminste niet zo hoog worden dat het macrokader in gevaar komt. Maar vooralsnog zitten in het financieringssysteem natuurlijk nog allerlei rare kronkels. Wat de bekostigingslijnen betreft zitten we midden in een transitie en daar zijn we nog lang niet uit. We moeten veel meer vrijheid krijgen om door de domeinen heen te werken en ook de financiering te regelen. Voor de korte termijn kunnen we kijken of de beleidsregel innovatie ons niet verder kan helpen, maar uiteindelijk zal de overheid met een passend financieringsmodel moeten komen.’

Landelijk opschalen

Wat in de regio Zuidoost-Brabant is opgezet moet nu landelijk opgeschaald worden, stelt Plagge. ‘De problematiek rond kwetsbare ouderen in de thuissituatie speelt overal’, zegt hij. ‘Maar het moet wel echt van onderaf opgezet worden. Als we het als blauwdruk hadden aangereikt aan de professionals, hadden we het nooit voor elkaar gekregen, zelfs niet op een zo bescheiden schaal als hier in Zuidoost-Brabant.’

Welling plaatst wel een kanttekening bij de mogelijkheid de gekozen opzet verder uit te rollen. ‘In veel steden bestaat een meer concurrentiële situatie tussen zorgaanbieders onderling’, zegt hij, ‘dat kan een hindernis zijn. En er kan sprake zijn van zorgaanbieders die primair kijken door de bril van continuïteit van hun eigen organisatie. Dat mag nooit een doel op zich zijn, de organisatie is er voor de cliënten.’

Interview door Frank van Wijck

Meer weten

 

Geplaatst op: 14 maart 2016
Laatst gewijzigd op: 29 juli 2019