Kwaliteitsverbetering verpleeghuiszorg

Ronnie van Diemen (IGJ): ‘Verpleeghuizen ontwikkelen zich steeds meer tot lerende netwerken’

Het programma Waardigheid en trots bracht al een grote dynamiek in de verpleeghuizen, en nu komt daar nog het Kwaliteitskader verpleeghuiszorg bovenop om weer een nieuwe kwaliteitsslag te maken en nog sterker in te zetten op persoonsgerichte zorg. De manier van inspecteren verandert mee met de ontwikkeling in de zorg.

Het toezichthoudende werk van de Inspectie in de verpleeghuizen ziet er nu beduidend anders uit dan in 2016, stelt inspecteur-generaal Ronnie van Diemen. ‘In 2016 waren we nog erg gericht op de veilige aspecten van goede zorg, die gewoon op orde moest zijn in instellingen’, zegt ze. ‘Dat ging steeds meer schuren met de persoonsgerichte benadering die toen in de verpleeghuizen al meer aandacht begon te krijgen. “Maar zien jullie dan niet dat we ook heel mooie dingen doen?”, kregen we toen te horen. Dat zagen we zeker wel, maar in een aantal huizen was de basis gewoon nog niet op orde. Doordat we in 2015 en 2016 al pilots hadden gedaan met nieuwe toezichtsmethoden konden we dit naadloos aan laten sluiten bij het kwaliteitskader. Het waarderend onderzoek waarop we nu als Inspectie gericht zijn en dat ons veel dichter bij de bewoners en de medewerkers brengt. Door gesprekken met hen te voeren en door te observeren krijgen we een goed beeld van hoe de zorg in een huis gegeven wordt. Dan begin je niet bij de vraag hoe de visie van de organisatie is, maar bij de bewoners. We hebben het immers over liefdevolle zorg, over diepere verlangens van mensen. Het is dus veel individueler geworden. Daarom zijn gesprekken met naasten ook zo belangrijk.’

Waarderend onderzoek

De Inspectie is deze werkwijze van waarderend onderzoek in 2017 integraal gaan toepassen. ‘Met als gevolg dat de inspecteurs heel positief zijn over wat zij zien gebeuren in de sector’, zegt Van Diemen. Het programma Waardigheid en trots heeft al een grote impact gehad en nu vormt het kwaliteitskader echt de basis voor het gesprek. Natuurlijk zien we nog instellingen de moeite hebben, maar onbewust onbekwame instellingen zien we zelden meer. Dat kan welbeschouwd ook niet meer, want het kwaliteitskader begint echt met leren en verbeteren. Er is steeds meer een dynamiek ontstaan van trots op het werk en van lerende netwerken. De hele sector heeft een slag gemaakt, vooral om de ontwikkeling van persoonsgerichte zorg te laten plaatsvinden.’

Ronnie van Diemen: ‘De hele sector heeft een slag gemaakt, vooral om de ontwikkeling van persoonsgerichte zorg te laten plaatsvinden.’

Kwaliteitsverschillen

Dit neemt niet weg dat kwaliteitsverschillen tussen verpleeghuizen de komende jaren zullen blijven bestaan. Van Diemen: ‘Er zijn nog steeds heel veel kritische aandachtspunten, denk daarbij aan bijvoorbeeld: onbegrepen gedrag, bejegening, nachtelijke onrust. Maar er is nu wel veel meer aandacht voor en die is fundamenteel gericht op continu verbeteren. Maar: juist door die gerichtheid op continue verbetering zal de sector en daarmee ook de Inspectie de lat steeds hoger leggen. De inspecties zullen dus altijd blijven, alleen de manier van inspecteren verandert mee met de ontwikkeling in de zorg. Zonder de Inspectie zal de snelheid van ontwikkelen nooit zo groot zijn als we wensen. En ik ben realistisch genoeg om te beseffen dat ook zo af en toe nog steeds een instelling tijdelijk door het ijs zal zakken.’

In gesprek met Ronnie van Diemen

Ruimte buiten de vinkjes

Van Diemen benadrukt dat het kwaliteitskader precies dat is: het stelt kaders, geen regels. ‘Je hebt dus als verpleeghuis de ruimte om aan de inspecteurs uit te leggen waarom je een kader op een bepaalde manier interpreteert’, zegt Van Diemen. ‘En natuurlijk zullen er vinklijstjes blijven. Maar als je een situatie kunt uitleggen waarin zo’n vinkje voor bijvoorbeeld medicatie niet is gezet – omdat je druk was met een cliënt maar wel zorgvuldig hebt overgedragen – dan is dat vinkje ook niet maatgevend.’

Deze huidige werkwijze van de Inspectie vereist ook een andere aanpak van de inspecteurs. ‘Daarin maken wij net zo goed een leerproces door als de verpleeghuizen’, zegt Van Diemen. ‘Belangrijk hierin is de verbinding die is ontstaan tussen de ervaren inspecteurs en de inspecteurs die recent toetreden. Zij leren van elkaar en dat ondersteunen we ook met trainingen, intervisies en gezamenlijke casusbesprekingen. Met als gevolg dat we steeds vaker heel positieve feedback uit verpleeghuizen krijgen over onze wijze van inspectie.

Arbeidsmarkt

Wat het proces van persoonsgerichte zorg nog wel in de weg kan zitten, is het arbeidsmarktprobleem. ‘We zien hierin regionale verschillen’, zegt Van Diemen. ‘In sommige regio’s bestaat het probleem nauwelijks, mede door de goede inzet van vrijwilligers. In andere delen van het land zien we regionale samenwerkingsverbanden ontstaan om nieuwe mensen op te leiden. Belangrijk hierbij is het besef dat het niet alleen om zorgverleners hoeft te gaan, het gaat om medewerkers en dat kan ook de dominee of een gastvrouw zijn. We zien ook verpleeghuizen waar de medewerkers zelf bepalen welke nieuwe mensen nodig zijn voor die bewoners op die afdeling. Dan ontstaan verrassende combinaties in de personeelssamenstelling. Dit zijn huizen die echt kijken naar wat een individuele bewoner nodig heeft, en die samenwerken met de omgeving buiten de verpleeghuismuren om daar de juiste nieuwe medewerkers bij te vinden. Die verbinding in de regio is essentieel. Een verpleeghuis kan niet excelleren als het niet naar buiten kijkt.’

Interview door Frank van Wijck

Meer weten

 


Geplaatst op: 5 maart 2018
Laatst gewijzigd op: 6 maart 2018