Regionale samenwerking in West-Brabant: meer personeel, leuker werk

Links Cor van Nijnatten, rechts Monique Cooijman

Bakkers en taxichauffeurs die kiezen voor de ouderenzorg. Hulpbehoevende ouderen die met een gericht programma langer zelfstandig thuis blijven wonen. En een set maatregelen om het werk van verzorgenden en verpleegkundigen makkelijker en zinvoller te maken. Allemaal opbrengsten van regionaal samenwerken in West-Brabant. ‘Meer werkplezier en het gevoel gehoord te worden, dat doet iets met de mindset van de medewerker.’

Achttien regionaal samenwerkende ouderenzorgorganisaties in West-Brabant, samengebracht in de transitietafel VVT West-Brabant, hebben heel wat in beweging gebracht. Bovenstaande voorbeelden komen uit het regionale programma ‘Ouderenzorg voor morgen’, dat gelinkt is aan de gelijknamige regiovisie (pdf). Vijf actielijnen liggen aan de basis van een reeks verbeteringen die in de praktijk merkbaar zijn:

  1. een actieve voorbereiding op het ouder worden
  2. de samenleving meer betrekken bij de ouderenzorg
  3. meer afstemming met de netwerken rond de oudere
  4. het regionaal organiseren van goed werkgeverschap
  5. meer toepassen van zorgtechnologie

Benieuwd wie de deelnemers zijn aan het samenwerkingsproject in West-Brabant? Kijk op ouderenzorgvoormorgen.nl.

Mensen gelukkiger maken in hun zelfstandigheid

Met de regiovisie en de vijf actielijnen zijn mooie samenwerkingsprojecten ontstaan. Het SwitchZ-programma bijvoorbeeld, voor zij-instromers. Dit programma maakt het gemakkelijk voor bakkers, taxichauffeurs en andere zij-instromers om te switchen naar de ouderenzorg. Met een verkorte opleiding, een salaris tijdens de opleiding én een baangarantie. Regionaal programmamanager Monique Cooijman: ‘SwitchZ heeft ondertussen al honderden nieuwe collega’s opgeleverd.’

Langer Actief Thuis

Ook cliënten plukken in West-Brabant de vruchten van de praktische uitvoering van de regiovisie. Bijvoorbeeld met het project Langer Actief Thuis. ‘Thuiswonende ouderen die aangemeld worden voor thuiszorg volgen een speciaal traject’, legt Monique uit. ‘We bieden deze mensen maximaal twaalf weken een combinatie aan van fysiotherapie, ergotherapie en wijkverpleging aan huis. We brengen daarbij de doelen van de cliënt in kaart. Wilt u zelfstandig douchen? Of eropuit om boodschappen te doen? Als we dat weten, maken we het programma op maat. We zijn nog maar net begonnen met Langer Actief Thuis, maar we merken nu al dat mensen sneller weer zelfstandig zijn. De belangrijkste winst: het vergroot hun levensgeluk. En we zorgen er tegelijkertijd voor dat we een opname in het verpleeghuis uitstellen of voorkomen.’

‘Zonder het zorgkantoor zou het allemaal een stuk trager gaan’

Monique Cooijman

Rol van zorgkantoor

Het zorgkantoor speelt een sleutelrol bij de totstandkoming van ‘Ouderenzorg voor morgen’. Het zorgkantoor kwam in de periode 2018-2021 met regionale transitiemiddelen om samenwerkingsprojecten te financieren die leiden tot arbeidsbesparende innovaties en het oplossen van regionale knelpunten. Ook dit jaar is er een regionaal budget gericht op samenwerking en innovatie. Dit budget is gevormd door de inleg van kwaliteitsmiddelen vanuit elke organisatie. Monique: ‘Zonder het zorgkantoor zou het allemaal een stuk trager gaan en zou er minder samenwerking zijn.’

Niet elkaar beconcurreren

Over de 18 samenwerkende zorgorganisaties zegt Monique: ‘We zijn elkaars lifeline en niet elkaars concurrent. Het omarmen van dit principe is trouwens versneld door corona. We hielpen elkaar tijdens de pandemie om de crisis het hoofd te kunnen bieden. Met middelen en – ook nu – door collegiale consultatie aan onder andere de transitietafel.’

Groeiende vraag het hoofd bieden

Corona versnelde meer: namelijk het besef dat de zorg voor ouderen niet pas in 2030 om urgente maatregelen zal vragen, maar nu al, door toenemende zorgvragen en stijgende personeelstekorten.

‘We zijn elkaars lifeline en niet elkaars concurrent’

Monique Cooijman

Dat besef veranderde de toekomststrategie van de samenwerkende West-Brabantse zorgorganisaties. Monique: ‘We willen niet groeien. We willen samen onderzoeken hoe we met bestaande zorgorganisaties beter kunnen insteken op de groeiende vraag. Wat daaraan bijdraagt zijn:

  • technologische middelen, waarmee mensen langer zelfstandig thuis kunnen blijven wonen;
  • meer samenwerking met welzijn, huisartsen, ziekenhuizen en andere partijen;
  • een bredere blik op de inzet van het juiste personeel.’

Minder shoppen

Dat je als zorgorganisaties elkaars lifeline bent en niet elkaars concurrent is bijvoorbeeld goed te zien aan de gezamenlijke inzet van zorgtechnologie. Monique Cooijman: ‘Doordat nu alle achttien organisaties in regionaal verband voor de thuissituatie – waar dat kan – een medicatiedispenser gaan inzetten, wordt de onderlinge verbinding sterker. Door dit soort afspraken is er minder reden voor medewerkers en cliënten om te “shoppen” van de ene zorgorganisatie naar de andere. Dit komt omdat het aanbod en de diensten steeds beter regionaal op elkaar worden afgestemd.’

Programmamanager als verbinder

De wil om als ouderenzorgorganisaties samen het hoofd te bieden aan de uitdagingen van de komende jaren staat buiten kijf. Maar dat wil niet zeggen dat dit altijd even soepel gaat. Zorgorganisaties zijn geworteld in een traditie en weten dat zij sterke en minder sterke kanten hebben, vergeleken met zorgorganisaties in de buurt. ‘Elke bestuurder vindt zijn organisatie het liefst toch wel een beetje uniek’, zegt Monique. ‘Dat besef popt dan regelmatig weer op. Het is voor de transitietafel én voor mij als programmamanager een kwestie van het managen van achttien bestuurlijke verwachtingen. En wijzen op het regionaal belang. Niet altijd even makkelijk, maar we maken stappen.’

‘Jouw werk op de rails’

Zorgorganisatie Groenhuysen is een van de deelnemers aan de regionale samenwerking in West-Brabant. Deze organisatie in de regio Roosendaal telt 2.300 medewerkers. Groenhuysen heeft een tot de verbeelding sprekende website met de toolkit Jouw werk op de rails. Het gaat om werkdocumenten om de processen op werkvloer-niveau te verbeteren. Cor van Nijnatten en Ton Akkermans van Groenhuysen hebben ‘Jouw werk op de rails’ opgezet. Het instrument wordt daarop eenvoudig uitgelegd. Filmpjes en vlogs vergroten het draagvlak.

Medewerker kent de knelpunten

‘We geloven in de kracht van de medewerker’, aldus Cor. ‘Zij weten het beste waar de knelpunten in hun werkproces zitten en weten vaak ook het beste wat de meest passende oplossing is. Dit gaat over vertrouwen in de medewerkers op de werkvloer. En als je vertrouwen geeft, hoort daar ook het geven van verantwoordelijkheid bij. Op deze manier kunnen we onze huidige medewerkers binden en boeien en hopen we een aantrekkelijke werkgever te zijn voor toekomstige medewerkers.’

Meer werkplezier

De makers van het programma willen het werk van de medewerkers zinvoller en leuker maken. ‘We willen kleine haalbare verbeteringen vertalen naar de dagelijkse werkpraktijk’, licht Cor toe. ‘En we zorgen ervoor dat die verbeteringen niet na verloop van tijd weer wegzakken. Deze kleine verbeteringen leiden tot tijdwinst waardoor zorgmedewerkers meer tijd hebben voor het contact met cliënten. Meer werkplezier en werkgeluk ook. Het vak van verzorgende en verpleegkundige wordt er aantrekkelijker door. Ook willen we dat de cliënt de voordelen van dat werkplezier ervaart. Meer werkplezier en het gevoel gehoord te worden, dat doet iets met de mindset van de medewerker.’

‘Als je vertrouwen geeft, hoort daar ook het geven van verantwoordelijkheid bij’

Cor van Nijnatten

Direct resultaat

Het programma ‘Jouw werk op de rails’ is opgebouwd uit vijf verschillende modules die uiterst praktisch zijn in hun uitwerking. Module één gaat over het opruimen van de afdeling. De aanpak begint met foto’s van de werkruimtes om vervolgens op een methodische manier stap voor stap te komen tot een opgeruimde werkplek. Cor: ‘Zoeken naar een bloeddrukmeter behoort vanaf dat moment tot de verleden tijd.’ Module twee betreft het schrappen van overbodige activiteiten in het werkproces en module drie gaat over technologische ondersteuning. Allemaal vooral praktisch, eenvoudig en met direct resultaat uit te voeren. Module vier over personele inzet en vijf over borging zijn op dit moment nog in ontwikkeling.

Olievlek

Kleine concrete stapjes dus. Ook de verspreiding van het programma is gebaseerd op kleine stapjes. Niet meteen organisatiebreed uitgerold, maar locatie voor locatie. ‘We geloven meer inhet olievlek-effect.’ Maar hoe klein de stappen ook zijn, Cor en Ton willen wel stevig doorpakken als ze eenmaal op een locatie zijn begonnen. ‘Als we aan de slag gaan met de opruimsessies, willen we halverwege niet met de manager hoeven te soebatten over de aanschaf van een kast. Voor elke locatie waar we aan de slag gaan, stellen we daarom een businesscase op. Daarin staat precies wat de kosten zijn.’

‘Gedrags- en cultuurverandering verspreidt zich over de regio’

Monique Cooijman

Regionale opschaling

Hoe enthousiast ze bij Groenhuysen ook zijn over ‘Jouw werk op de rails’, de meeste andere organisaties in de regio hebben het concept nog niet overgenomen. Het effect van ‘not invented here’ speelt een rol. Vaak hebben collega-organisaties eigen programma’s waar ze ervaring en meer vertrouwen in hebben. ‘Dat kan natuurlijk’, vindt Cor, ‘maar ondertussen zijn wij en onze medewerkers heel blij met deze toolkit.’

‘In alle projecten blijft het de kunst om van succes te komen tot brede, regionale opschaling en verzilvering’, besluit Monique. ‘Het vraagt continue aandacht om anders werken in elk team voor elkaar te krijgen. Door op meerdere vlakken tegelijk te innoveren, zien we dat gedrags- en cultuurverandering steeds meer vorm krijgt en zich over de regio verspreidt.’

Door Rob van Es

Meer weten

Geplaatst op: 19 juli 2022
Laatst gewijzigd op: 20 juli 2022