Praktijk en theorie lopen gelijk op in de Zeeuwse Praktijkroute Ouderenzorg

Onderwijs in de praktijk, vanaf dag één. Dat is waar de Zeeuwse Praktijkroute Ouderenzorg (ZPO) voor staat. Een nieuwe vorm van onderwijs die goed aanslaat in Zeeland en waarin zorgkantoor, zorgorganisaties en zorgopleidingen samen optrekken. In september 2017 startte de eerste opleiding voor verzorgende IG/maatschappelijk werk in de praktijk, naast de bestaande opleiding. En stroomde meteen 20 procent meer studenten op dit niveau in.

“Schooltje spelen in de praktijk, dat is dus niet de bedoeling. Studenten hebben geen vast lesprogramma, maar vullen dat zelf in. Ze gaan onderzoekend leren op de punten die ze tegenkomen in de praktijk. Praktijk en theorie lopen zo gelijk op en daardoor is het leerrendement hoger”, opent Aukje de Bakker het gesprek. Zij is docent in de Zeeuwse Praktijkroute Ouderenzorg voor opleidingsorganisatie Scalda (mbo). Haar standplaats: zorgorganisatie Allévo.

Aukje de Bakker doet haar verhaal samen met Wilma de Jonge, die als Professional in Begeleiding (PIB) de studenten in de praktijk begeleidt. Ze zitten samen in een licht lokaal van het voormalig hoofdgebouw van Allévo in Zierikzee. Het plan om dit gebouw te verkopen, sneuvelde weer toen de contouren van de ZPO duidelijk vorm kregen. Het gebouw bleek goed bruikbaar voor de studenten. Om bijvoorbeeld aan opdrachten te werken en hun skills te oefenen in het skills lab, waar ook medewerkers van Allévo hun vaardigheden trainen. Of voor coaching door de docent, met wie studenten tussentijds evalueren hoe het gaat en bespreken waar ze aan moeten denken.

Vorm van leren is onderzoekend

Aukje de Bakker werkte zelf als verpleegkundige in het ziekenhuis en de ouderenzorg. Ze begon in 2017 als docent in de nieuwe ZPO-opleiding. “Het is een vorm van leren die onderzoekend is en waarin praktijk en theorie gelijk oplopen. Zie je als student bijvoorbeeld in de praktijk hoe iemand een blaaskatheter krijgt, dan kun je aangeven dat je dat zelf ook wilt leren. Je wordt hierin gecoacht door docent en praktijkopleider.” De eerste twaalf weken krijgen studenten wel allemaal standaard les in de alledaagse levenshandelingen en hoe je mensen daarin kunt begeleiden. En bijvoorbeeld ook waarmee je rekening moet houden in de zorg voor mensen met dementie.

Echt anders dan een les in de klas

Door meteen die praktijk in te stappen, ervaren studenten vanaf de eerste dag hoe de ouderenzorg werkelijk is. Van het werken volgens de protocollen tot infecties die ouderen snel oplopen. Dat is toch echt anders dan een les in de klas, vertellen Aukje de Bakker en Wilma de Jonge. Je vergeet niet snel wat je ziet en leert in de praktijk. Voor de werkbegeleiders was het wel behoorlijk wennen, erkennen zij. Studenten moeten immers alles nog leren, stapje voor stapje.

Wilma de Jonge begeleidt de werkbegeleiders hier weer in. Zij ziet hoe de komst van studenten tot een nieuwe dynamiek leidt in de woongroepen. “De vaste medewerkers gaan meer nadenken over hoe ze zelf zorg verlenen. Ze beginnen het ook steeds leuker te vinden dat ze nu echt bij de opleiding betrokken worden”, vertelt ze. Bovendien nemen studenten hun ideeën mee over het gebruik van nieuwe technieken en social media. Ze zijn sneller in het gebruik van tablets en accepteren robotica eerder. Zo leren studenten en medewerkers van elkaar. En dat past weer in het Kwaliteitskader dat uitgaat van een leven lang leren.”

wilma de jonge

Studenten kiezen eigen leerweg

Vanzelfsprekend moeten de studenten aan het einde van de opleiding alle vereiste vaardigheden beheersen. De volgorde waarin ze die vaardigheden leren, bepalen ze zelf. Ze kiezen zelf hun eigen leerweg. Met deze opleiding kunnen ze ook buiten de ouderenzorg aan het werk. En dankzij die nieuwe combinatie met maatschappelijk werk, ook in meerdere functies, bijvoorbeeld als activiteitenbegeleider. “Bovendien zijn deze studenten echt meteen klaar voor de start als ze aan het werk gaan. Iemand die volgens de klassieke wijze geschoold is en alleen stage heeft gelopen, moet toch nog eerst gevormd worden”, vertelt Wilma de Jonge.

Gevoel van concurrentie is weg

De ZPO heeft meer voordelen volgens haar. “Het bevordert de samenwerking tussen onderwijs en de zorgorganisaties, evenals de onderlinge samenwerking tussen die organisaties. De muren zijn afgebroken. Het gevoel van concurrentie is weg, we leren nu van elkaar.” Ook cliënten en familie reageren vaak positief. “Zo wordt wel eens gedacht dat al die studenten een belasting vormen voor mensen in kleinschalige woongroepen. Maar het tegendeel is het geval. Die studenten komen bovenop de formatie en dat betekent extra handen in de zorg. Meer tijd dus voor activiteiten en de bewoners. Dat vindt iedereen juist positief.”

Interviews Karin Burhenne

Drieluik Zeeuwse praktijkroute
Dit was het tweede deel van het drieluik over de Zeeuwse praktijkroute. Lees ook:


Geplaatst op: 14 mei 2018
Laatst gewijzigd op: 22 mei 2018