Norschoten: Verkorte indicatiestelling maakt van verpleegzorg in de thuissituatie betere zorg

Norschoten, zorginstelling voor Barneveld en omstreken, wil eraan bijdragen dat mensen die verpleegzorg nodig hebben langer thuis kunnen blijven wonen. Ze wil bovendien voorkomen dat mantelzorgers overbelast raken doordat zij de zorg voor de langer thuis blijvende mensen alleen dragen. Dat is in een notendop de visie op zorg van Norschoten. Door het verkorte indicatietraject dat zij in het kader van Waardigheid en trots hebben ingevoerd, kunnen zij hieraan bijdragen.

Agnes Ton, intern projectleider: ‘Een aanvraag voor verpleegzorg wordt vaak pas gedaan als het echt niet langer kan; als mantelzorgers het echt niet meer aankunnen. Maar dat is te laat, mantelzorgers hebben dan vaak eerst een rustperiode nodig. We kunnen veel leed voorkomen door eerder de mantelzorgers te ontlasten door verpleegzorg aan huis en zo een de opname in een verpleeghuis uit te stellen.’

Het is dus belangrijk dat al eerder in zo’n proces de verpleegzorg van Norschoten in het vizier komt van de toekomstige cliënt en zijn verwanten. En dus ook in het vizier van de wijkverpleegkundigen en de thuiszorgorganisaties; zij kunnen immers voor een warme overdracht zorgen als verpleegzorg nodig is doordat zij al eerder in het proces bij de cliënt en zijn naasten zijn betrokken.

Ingewikkelde casuïstiek

Er is dan ook een intensief en goed contact tussen de wijkverpleegkundigen en de zorgconsulenten van Norschoten op gang gekomen, vertelt Jacintha van Ravenhorst, zorgconsulent bij Norschoten. ‘Iedere twee weken hebben wij overleg met elkaar. We bespreken onder meer ingewikkelde casuïstiek en bespreken dan ook op welk moment het zinvol wordt om ons in te schakelen.’

Door het versnelde indicatietraject is er zodra dat nodig is, dan ook snel passende zorg mogelijk. Norschoten kan nu in maximaal twee dagen een indicatiestelling doen. Een groot verschil met de termijn van minimaal zes weken die in het verleden gold.

Het proces geschiedt in theorie als volgt. Een cliënt in de thuissituatie die verpleegzorg nodig heeft, krijgt bezoek van de zorgconsulent. Ze bekijkt in nauwe samenwerking met de wijkverpleegkundige eerst wat nodig is. Dan wat de cliënt en zijn verwanten zelf kunnen. Met de indicatie van zorg die nodig is, kan de zorgconsulent vervolgens een inschatting maken van het zorgprofiel.

Zorgprofiel

Op twee A4tjes schrijft de zorgconsultent de kernpunten voor deze cliënt op, inclusief zorgprofiel. Dit legt zij voor aan het CiZ. Volgens het geldende vier-ogenprincipe kijkt de medewerker van het CiZ mee. Er is een vaste medewerker die aanspreekpunt is voor Norschoten, vertelt Van Ravenhorst. ‘Zij is altijd bereikbaar en tijdens vakanties is er een vervanger. Nog diezelfde dag is de indicatiestelling rond.’

In maart is Norschoten begonnen met de verkorte indicatiestelling. Iedere maand groeit het aantal aanvragen, tot inmiddels, juni 2016, zo’n 25 in totaal. Bij twee aanvragen had het CiZ vragen over de indicatiestelling. Dan lukt het niet in twee dagen. Van Ravenhorst en haar collega waren blij met de vragen van het CiZ. ‘Daar leren we weer van. Als onze motivaties bij de indicatiestellingen meteen akkoord zijn, krijgen we geen feedback op ons werk. Door de vragen kregen we echter wel een goed inzicht in wat zij van ons nodig hebben.’

Ook die twee aanvragen zijn inmiddels goedgekeurd. Stel nou dat het CiZ de verkorte indicatiestelling niet kan honoreren? Van Ravenhorst: ‘Dan kunnen we alsnog een regulier traject van zes weken ingaan. Of, als wij vinden dat het CiZ gegronde redenen heeft om de aanvraag niet goed te keuren, kunnen we het ook zo laten en akkoord gaan met het voorstel van het CiZ.’

Drie groepen cliënten

Er zijn drie groepen cliënten te onderscheiden, voor wie Norschoten indicatiestellingen doet of gaat doen. De eerste groep zijn revaliderende mensen. Via de zorgverzekeringswet ontvangen zij zorg, waarbij na de revalidatie soms toch een beroep moet worden gedaan op zorg via de Wlz. De indicatiestelling brengt de zorgconsulent met de EVV-er tot stand. Door gebruik te maken van het elektronisch cliëntendossier, het zorgplan en informatie van de cliënt zelf of de familie. Veel informatie dus, waardoor een indicatiestelling goed mogelijk is, zegt Van Ravenhorst.

De tweede groep cliënten ontvangt al verpleegzorg, maar heeft extra zorg nodig. Bijvoorbeeld een cliënt met dementie die gedragsproblematiek ontwikkelt en waarvoor het zorgzwaartepakket niet meer dekkend is voor de zorg die inmiddels nodig is. Voor een verandering van het zorgprofiel moet een nieuwe indicatie worden aangevraagd. Van Ravenhorst krijgt regelmatig van afdelingen een dergelijk verzoek.

Belangrijk is dat  de specialist ouderengeneeskunde achter de aanvraag staat, zegt zij. ‘Zorgprofielen bevatten veel criteria waaraan moet worden voldaan. Ik stuur een zorgprofiel ook wel eens toe, zodat medewerkers zelf kunnen meedenken of een bepaalde cliënt wel aan de criteria voldoet. Het werk is soms zwaar, maar dat betekent niet automatisch een hogere indicatie.’

Samenwerking

Een derde groep cliënten vormen de cliënten die thuis wonen en bij wie de zorgconsulenten van Norschoten nog niet over de vloer komen. Mensen die wel al zorg ontvangen via de thuiszorg en voor wie de wijkverpleegkundigen een bekend gezicht vormen. Dit is de groep (potentiële) cliënten voor wie de samenwerking tussen wijkverpleegkundigen en zorgconsulenten betekenis moet krijgen.

Een eerste huisbezoek aan zo’n cliënt door wijkverpleegkundige en zorgconsulent is inmiddels afgelegd, vertelt Ton. Belangrijk is altijd weer het beste voor de cliënt te kunnen regelen. De mogelijkheden van mantelzorg worden besproken, maar ook de financiële consequenties van thuiszorg uit de Wmo, zorg via de zorgverzekeringswet of uit de Wlz.

Zorg die via de zorgverzekeringswet wordt vergoed, kent betere voorwaarden dan de andere financieringsstromen. De zorgverzekeringswet kent weliswaar een eigen risico voor iedere Nederlander, maar Wlz-zorg en ondersteuning uit de Wmo kennen een maandelijkse eigen bijdrage. Als dus Wlz-zorg nodig is, dan heeft dat voor de cliënt financiële consequenties. Bovendien kunnen er vanuit de zorgverzekeringswet meer uren ingezet worden dan via de Wlz.

Regelmatig overleg

Om de bureaucratie, die iedere partij in de zorg en daarbuiten nou zo graag zou verminderen, ook inderdaad een halt toe te roepen, is er veelvuldig overleg. Ton zit regelmatig met alle zorgaanbieders die meedoen met ERAI, CIZ, en soms met VWS en de zorgkantoren om de tafel.

De bureaucratie op cliëntniveau moet minder, zegt Ton. De leveringsvoorwaarden worden daarom nu een-op-een door de zorgkantoren overgenomen. Dat geldt voor volledig pakket thuis (vpt), modulair pakket thuis (mpt) en zorg in natura. Het PGB valt hier buiten. Ton benadrukt hoe blij ze is met dit traject van Waardigheid en trots. ‘Praktijk en beleid weten elkaar heel goed te vinden. Er ontstaat afstemming.’

Hoe gaat het indiceren de twee zorgconsulenten af? Van Ravenhorst heeft al wat langer ervaring met indiceren; het komt erop neer dat ze heel goed moeten weten welke zorgprofielen er bij de verschillende zorgzwaartes horen. Daar hebben zij dan ook scholing in gehad, met name voor de zorgprofielen die minder vaak voorkomen.

Eigen zorgprofielen

De zorgconsulenten hebben ook contact met Vilente, waar men al langer met eenzelfde traject bezig is. Vilente heeft eigen zorgprofielen gemaakt, uiteraard op basis van die van VWS, maar dan in de taal van EVV-er. Van Ravenhorst: ‘Heel handig om het gesprek met zorgprofessionals te faciliteren.’

Belangrijk voor Agnes Ton is het veranderen van de beeldvorming over verpleeghuiszorg. In de Nederlandse maatschappij maar ook onder medici en andere zorgverleners bestaat nog altijd het idee dat verpleegzorg in een zorginstelling geleverd moet worden, zegt Ton. ‘Maar dat is lang niet altijd direct nodig. Het is heel goed mogelijk om in een tussenfase de nodige zorg te leveren in de thuissituatie. Ondersteund door mantelzorgers maar ook door de mantelzorgers te ondersteunen.’

Er is bijvoorbeeld veel onduidelijkheid over het modulair pakket thuis (mpt) en volledig pakket thuis (vpt); bij Norschoten krijgen ze wel vragen van mensen bij thuiszorgorganisaties om uit te leggen wat het inhoudt. Dat doen ze graag, maar ze signaleren dus ook dat er nog veel onbekendheid is over wat allemaal mogelijk is. Ook bij huisartsen en zorgprofessionals in ziekenhuizen. Ton: ‘Het is nieuw en onbekend: verpleegzorg in de thuissituatie. Hier ligt voor Norschoten een mooie taak weggelegd.’

De meeste van de 11 locaties van Norschoten hebben nog niet genoeg waarderingen op Zorgkaart Nederland om van een valide waardering te kunnen spreken. Eén verpleeghuislocatie heeft dat wel en scoort een 8.1 gemiddeld.

Interview door Ellen Kleverlaan

Meer weten


Geplaatst op: 29 juni 2016
Laatst gewijzigd op: 12 augustus 2016