Nieuwenhuizen (Verenso): ‘Benut kennis specialist ouderengeneeskunde ook buiten verpleeghuis’

Als de specialist ouderengeneeskunde betrokken is bij het beleid van het verpleeghuis, heeft dit een positieve invloed op het beleid, stelt Nienke Nieuwenhuizen, voorzitter van Verenso. Ook in de eerste lijn heeft de specialist ouderengeneeskunde meerwaarde. Maar die kan nog veel beter worden benut dan nu gebeurt.

In de ontwikkeling die de verpleeghuiszorg nu doormaakt, moeten partijen de kracht tonen om hun eigen belangen – soms tegenstrijdig aan die van de anderen aan tafel – terzijde te schuiven en het belang van kwaliteitszorg voor de cliënt voorop stellen. Inge van der Stelt, beleidsmedewerker bij Verenso, zei dit in een eerder interview voor Waardigheid en trots. ‘En dit zien we ook daadwerkelijk gebeuren, hoe ingewikkeld het ook blijft’, zegt nu Nienke Nieuwenhuizen. ‘Je moet elkaars verschillen respecteren, maar wel samen zoeken naar de beste oplossing voor de cliënt. Dit is ook precies wat er gebeurt in de discussies die nu worden gevoerd, hierin staat steeds de vraag “Waarom doen we dit?” centraal. Dat is de beste basis om verder te komen en het Kwaliteitskader verpleeghuiszorg is hiervoor een goede stok achter de deur.’

Verbinden

De rol van de specialist ouderengeneeskunde hierbij is de verbinding zoeken, stelt Nieuwenhuizen. ‘We staan er anders in dan zorgaanbieders omdat we medische professionals zijn’, zegt ze. ‘We praten vanuit de inhoud en vragen: “Zet ons in, help ons om ons werk te kunnen doen voor de cliënt”. In het verpleeghuis hebben we nog maar een deel bereikt van wat we kúnnen bieden. We hebben nu de indicatorset basisveiligheid ontwikkeld en gaan volgend jaar toetsen of we daarmee ook echt meten wat we willen meten. Het moet op de werkvloer gaan leven en de we moeten aantonen dat de cliënten er een positief effect van merken. Snelle oplossingen zijn meestal geen duurzame oplossingen. Met die indicatorset hebben we gezaaid, nu is het wachten op de oogst.’ Dat dit tijd gaat vergen heeft te maken met het feit dat gegevens uit datasystemen moeten worden gehaald. ‘Daarin moeten we nog een slag maken’, zegt Nieuwenhuizen, ‘en dan wel met een zo beperkt mogelijke administratieve last natuurlijk.’

De Wegwijzer zorgvernieuwing: Positionering en bekostiging specialist ouderengeneeskunde naast de huisarts schetst drie routes voor eenvoudiger inzet van de specialist ouderengeneeskunde in de eerstelijn en normalisatie van zorg. De Beslisboom inzet SO op verzoek huisarts in de praktijk bevat het proces vanaf het verzoek van de huisarts tot aan het declareren van de geleverde geneeskundige zorg.

Betrokken bij beleid

Nieuwenhuizen zegt het zeer belangrijk te vinden dat specialisten ouderengeneeskunde worden betrokken bij het beleid van een verpleeghuis. ‘Een rol in het bestuur – zoals het kwaliteitskader wil – is nu nog een stap te ver’, zegt ze. ‘Maar gelet op onze expertise is het wel belangrijk dat wij betrokken zijn bij het beleid van de organisatie. Daarvoor is het vooral belangrijk dat het bestuur in contact is met de behandelvakgroep. Op sommige plekken is de rol voor de specialist ouderengeneeskunde helaas nog marginaal. Waar die wel goed geregeld is, zie je dat de kwaliteit van de zorg beter is. Je hoeft het niet over alles met elkaar eens te zijn, maar je moet wel kunnen bespreken waarom je het niet met elkaar eens bent, want dan creëer je een basis om stappen te zetten die de zorg beter maken. Maar dit vergt tijd, samenwerken kun je niet altijd afdwingen’
Een belangrijk gespreksonderwerp waarin de specialist ouderengeneeskunde bij uitstek een rol kan spelen, is het medicatiebeleid. ‘Ik denk dat we hierin heel goed werk leveren’, zegt Nieuwenhuizen, ‘maar ook hier weer speelt de vraag hoe we dit zichtbaar maken. We zijn stappen aan het zetten in onderzoek dat juist hierop gericht is. Deels via de academische netwerken waarin verpleeghuizen verbonden zijn aan universiteiten. En deels ook vanuit het kwaliteitskader, met een multidisciplinaire onderzoekagenda.’

Kennisontwikkeling

Twee zaken waarvan Verenso veel werk heeft gemaakt, zijn de richtlijnen voor urineweginfecties en voor luchtweginfecties. ‘Ze zijn allebei bijna klaar’, zegt Nieuwenhuizen, ‘en de richtlijn probleemgedrag is al af. In het kwaliteitskader staat ook dat er een multidisciplinaire richtlijnagenda moet komen. Als we constateren dat mensen nu onvoldoende kwaliteit van leven krijgen, moet in kwaliteit geïnvesteerd worden. Hierom zijn we samen met de Nederlandse Vereniging van Artsen Verstandelijk Gehandicapten en V&VN de Stichting Kwaliteitsimpuls Langdurige Zorg (SKILZ) aan het oprichten. Die gaat vanaf de werkvloer ophalen waar de kennishiaten zitten, en op basis daarvan richtlijnen, beslisbomen en handreikingen ontwikkelen om die hiaten met praktische instrumenten weg te nemen. Een uniek project omdat we hiermee twee sectoren (verstandelijk gehandicapten sector en ouderenzorg) en verschillende beroepsgroepen samenbrengen in hun opgave om goede zorg te leveren voor heel kwetsbare mensen.’
Een wat meer ingewikkeld punt vormen de observatieafdelingen die nu binnen verpleeghuizen in het leven zijn geroepen. ‘Ingewikkeld omdat hierbij een minder directe relatie met het kwaliteitskader bestaat’, zegt Nieuwenhuizen. ‘Het gaat over eerstelijns verblijf en kortdurend verblijf en daar hebben we nu nog veel vragen over hoe we dat het best kunnen aanpakken en hoe dat moet worden gefinancierd. Als mensen ook bij toenemende kwetsbaarheid langer thuis blijven wonen, zijn observatiebedden nodig voor crisissituaties. Die zijn er nu nog te weinig. Het knelpunt is passende financiering.’

Advance care planning

Specialisten ouderengeneeskunde kunnen een belangrijke rol spelen in het verantwoord thuis blijven wonen van mensen met toenemende kwetsbaarheid. Niets voor niets vormt advance care planning een speerpunt in het beleid van Verenso. Nieuwenhuizen: ‘Samen met V&VN hebben we een handreiking uitgegeven met een eerste analyse over advance care planning. Een onderwerp dat een grote samenhang heeft met shared decision making, want samen vooruit plannen is ook samen beslissen. We willen in onze aanpak hiervoor ook de vraagstukken rond euthanasie en voltooid leven meenemen. Ons doel is de kennis die we als specialisten geneeskunde binnen het verpleeghuis hebben ook naar buiten te brengen. Als iemand in het verpleeghuis komt, kun je al te laat zijn om zulke onderwerpen nog te bespreken met de cliënt, dus willen we eerder bij dit proces betrokken worden en hiervoor samenwerken met de huisartsen. In tegenstelling tot hen hebben wij dagelijks te maken met zaken als dementie en cognitieve gedragsstoornissen. Met samenwerken kunnen we ook voorkomen dat ouderen op de afdeling spoedeisende hulp van het ziekenhuis belanden.’
Belangrijk hierbij is de financiering van de inzet van de specialist ouderengeneeskunde buiten het verpleeghuis. ‘Hierover gaan we binnenkort weer met het ministerie van VWS in gesprek’, zegt Nieuwenhuizen. ‘Als je wilt dat ouderen langer thuis blijven wonen, moet je de kennis van het paramedisch team en de specialist ouderengeneeskunde naar ze toe brengen. Hiervoor moet een passend tarief komen, en een aanspraak die de specialist ouderengeneeskunde zichtbaar maakt voor dit werk.’

Meer weten

Geplaatst op: 27 maart 2018
Laatst gewijzigd op: 21 juli 2021