Minister Hugo de Jonge (VWS): ‘Cliëntenraden, durf lef te tonen’

Het thema voor het Landelijk Congres Cliëntenraden van 10 december – LEF op locatie – is niet voor niets gekozen, aldus minister Hugo de Jonge. ‘Het is waardevol dat jullie er zijn’, zei hij tegen de aanwezigen. De cliëntenraden zijn bij uitstek de partij die de teams op de locaties van verpleeghuizen een spiegel kunnen voorhouden over de kwaliteit van de geleverde zorg.

Waarom deze dag? Over die openingsvraag van dagvoorzitter Hadassah de Boer hoefde minister Hugo de Jonge niet lang na te denken. ‘Dit kabinet investeert in meer tijd voor bewoners van verpleeghuizen’, stak hij van wal. ‘De cliëntenraad kan in de uitvoering hiervan een belangrijke rol spelen, maar daar is wel lef voor nodig want het is niet gemakkelijk. Het vraagt lef van de cliëntenraden om op de locaties de teams een spiegel voor te houden om te laten zien hoe zij vinden dat het beter zou kunnen.’

De Jonge zei te hopen dat over een tijdje op alle meer dan tweeduizend locaties van de verpleeghuizen in ons land mensen zeggen: hier is de weg ingezet naar meer tijd en aandacht voor liefdevolle zorg voor onze bewoners. ‘Juist daarvoor is die spiegel van de cliëntenraad zo belangrijk’, benadrukte hij nogmaals. ‘En ik merk ook dat het werkt. Tijdens alle werkbezoeken die ik doe, zie ik de enorme betrokkenheid van alle mensen die dagelijks bezig zijn met het leveren van verpleeghuiszorg.’ Maar er is nog winst te boeken, merkte hij tijdens de meet and greet die aan de opening van het congres vooraf ging. Een cliëntenraadslid vertelde daar dat het nog niet vanzelfsprekend is in alle verpleeghuizen om soepel om te gaan met gehuwden van wie de ene partner al wel in het verpleeghuis woont en de andere nog niet. ‘Als ik dat hoor denk ik: er is nog een wereld te winnen’, zei hij. ‘Daarom is zo’n dag als deze ook zo belangrijk. Raak in gesprek met elkaar, leer van elkaar.’

hugo de jonge

Gesprekspartner zijn

Drie cliëntenraadsleden gingen in gesprek met De Jonge: Kitty Steltenpool (Omring), Jack van der Hoeven (Innoforte) en Fred Stortelers (Marga Klompé). De laatste gaf de aftrap. ‘Wij hebben goede medezeggenschap’, zei hij, ‘maar de continuïteit in de cliëntenraad vasthouden wordt lastig nu de zorgduur in het verpleeghuis zo verkort is. Mantelzorgers zijn inmiddels zelf ook al ouder.’ Van der Hoeven beaamde dit en voegde eraan toe: ‘In de centrale cliëntenraad lukt het wel om anderen dan directe familieleden als lid aan te trekken, maar in de lokale cliëntenraden is dit echt een uitdaging.’

Bovendien nemen de regeldruk en het papierwerk toe voor cliëntenraden en hun opleidingsniveau blijft achter bij die van de teamleden op de locaties, stelde Stortelers. ‘Daardoor ontstaat een disbalans.’ Dat is zeker een aandachtspunt, reageerde De Jonge. ‘Die opleiding van cliëntenraadsleden is belangrijk, want je moet een gelijkwaardige gesprekspartner kunnen zijn voor het team, de locatiemanager en de raad van bestuur. Daarom hebben we in het wetsvoorstel voor de Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen ook gesteld dat er budget moet zijn voor opleiding van cliëntenraden. En voor een ambtelijk secretaris die de cliëntenraden ondersteunt.’ Steltenpool: ‘Maar cliëntenraadsleden motiveren om een opleiding te volgen is wel een uitdaging.’

Lef tonen

De Jonge wilde weten wat het voor cliëntenraden moeilijk maakt om “lef op locatie” te tonen. Er is echt ruimte om dat te doen, reageerde Steltenpool. Ze vertelde dat Omring wilde besparen op de hotelmatige kosten en dat de centrale cliëntenraad bij het horen daarvan op de rem trapte, omdat juist eten en drinken zo belangrijk zijn voor verpleeghuisbewoners. ‘We zijn hierover samen met de OR in gesprek gegaan’, zei ze, ‘want het plan zou ook tot ontslagen leiden.’ Dat werkte, stelde ze, en dit laat zien hoe belangrijk het is een sterke cliëntenraad te hebben, die ook betrokken wordt bij het strategisch beleid. ‘Zorg dus dat je op de hoogte bent van de gang van zaken binnen de organisatie’, hield ze de aanwezigen voor. ‘Werk samen met de OR want samen sta je sterker. En breng als lokale cliëntenraden zaken in bij de centrale cliëntenraad, zodat je zaken onder de aandacht van de raad van bestuur kunt brengen.’ Stortelers vulde aan: ‘Maar om echt het gesprek met het bestuur te kunnen aangaan, moet je wel de regelgeving kennen. Wij hebben gemerkt hoe belangrijk dit is toen het ging om de Waardigheid en trots gelden. Wij hebben toen gezegd dat we niet zouden tekenen zolang voor ons niet helder was hoe het precies zat met de besteding daarvan. Dat was belangrijk, maar daar heb je wel lef voor nodig.’

De Jonge reageerde: ‘Ik hoor jullie dus zeggen: werk als cliëntenraad samen met de OR en durf af en toe op de rem te staan. Laat zien dat je een partij bent om rekening mee te houden.’ Van der Hoeven vulde aan: ‘En zorg dat je de wens van de cliënt kent. Wij gebruiken daarvoor een gastvrijheidsbarometer, en dat is een uitstekend hulpmiddel om het gesprek met de cliënten te voeren en hun wensen in kaart te brengen.’ Steltenpool: ‘In onze situatie hebben de lokale cliëntenraden een grote vinger in de pap bij de besteding van de Waardigheid en trots gelden. Alle plannen en wensen voor het komende jaar zijn daardoor in november al helder. Ook de kleine dingen, zoals gaan vissen of het tuincentrum bezoeken.’ Haar oproep om na 2020 niet te stoppen met het toekennen van deze gelden kon rekenen op een stevig applaus uit de zaal.

Een welgemeend bedankt

Afsluitend stelde De Jonge dat het thema voor dit congres – LEF op locatie – niet toevallig gekozen was. Als jongen van achttien zat hij in de lokale medezeggenschapsraad van de hogeschool, en sprak hij zich fel uit tegen fusieplannen met een andere hogeschool die er op dat moment lagen. Hij zei zich nog heel goed te herinneren hoe spannend het was om als jochie van achttien een boze bestuurder tegenover zich te hebben. ‘Maar durf het wel’, zei hij, ‘weet wat er leeft op de locaties.’

Vervolgens bedankte hij alle aanwezigen voor het feit dat ze er zijn als cliëntenraadsleden. ‘De spiegel die je het team biedt om te laten zien wat er beter kan voor de bewoners is een cadeau voor dat team’, zei hij. ‘Het is dus waardevol dat jullie er zijn.’

Onmisbare factor

Direct aansluitend hield Carin Gaemers – voormalig cliëntenraadslid en samen met Hugo Borst auteur van het manifest Scherp op ouderenzorg – een keynote lecture. Alles wat in dat manifest staat, komt voort uit haar eigen ervaring in de cliëntenraad en de centrale cliëntenraad, zei ze. Ze vertelde: ‘Lef op locatie is mij uit het hart gegrepen. Je hebt lef nodig als cliëntenraad, en als lokale cliëntenraad ben je een onmisbare factor in het verpleeghuis. Alleen op locatie kun je vaststellen of de zorg die er wordt geboden ook echt is wat de bewoners nodig hebben.’

De afgelopen jaren zijn voor cliëntenraden niet gemakkelijk geweest, memoreerde Gaemers, dankzij de fusies, reorganisaties en bezuinigingen in de verpleeghuissector. ‘Bewoners kregen het niet beter maar slechter’, zei ze. ‘En ik weet nog hoe het was om als cliëntenraad niet gehoord te worden.’  Volgens haar bestaan voor cliëntenraden drie situaties. ‘De eerste is dat het goed gaat met het huis en dat je als cliëntenraad en raad van bestuur elkaars bondgenoten bent. Leun dan niet achterover maar neem die rol. De tweede is dat het slecht gaat en dat je als kemphanen tegenover elkaar staat. Vecht dan voor wat je waard bent. En de derde is als het er tussenin zit en het best goed gaat maar niet geweldig. Probeer dan zoveel mogelijk verbeteringen voor elkaar te krijgen en hou in de gaten waar het fout dreigt te gaan. Probeer goed door één deur te kunnen met de raad van bestuur en de locatiemanagers, maar schrik er ook niet voor terug om het te laten schuren.’

Brede interpretatie

Volgens Gaemers bevat de verandering in de Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen, die nu bij de Eerste Kamer ligt, nog wel wat haken en ogen. ‘Het is teveel een compromis tussen aan de ene kant wat medezeggenschap kan zijn en aan de andere kant de grip die de raad van bestuur op alles – en dus ook op de cliëntenraad – wil houden’, zei ze. ‘Gelukkig is het voortbestaan van de lokale cliëntenraad in de nieuwe wet geborgd. De grote winst is het instemmingsrecht. Dit recht lijkt te worden beperkt tot zaken die rechtstreeks invloed hebben op het dagelijks leven van de bewoners, maar ik daar u als cliëntenraden uit om ook in bedrijfseconomische en organisatorische beslissingen uw stem te laten horen, want ook die hebben vaak invloed op het leven van de bewoners. Vat de wet dus breed op en zorg dat je ondersteuning krijgt als je die nodig hebt. Ga ervan uit dat die wet aan jouw kant staat.’

De wet goed benutten is op dit moment extra belangrijk, omdat juist nu belangrijke vraagstukken op de agenda staan zoals het kwaliteitsplan, benadrukte Gaemers. ‘Het is onnozel om te denken dat dit in het eerste jaar meteen tot het gewenste resultaat zal leiden’, zei ze. ‘Speel er dus een rol in, ook op locatie, en zorg dat je weet wat de bestuurder tegen het zorgkantoor gaat zeggen. De raad van bestuur kan je hulp de komende drie of vier jaar goed gebruiken om tot een kwaliteitsplan te komen dat goed aansluit bij het Kwaliteitskader verpleeghuiszorg. En ga niet te snel akkoord met de opmerking dat krapte op de arbeidsmarkt het aantrekken van extra medewerkers in de weg staat. Met de nodige creativiteit valt ook op dit punt veel te bereiken. De verpleeghuiszorg staat voor een stevige opdracht met de invulling van dat kwaliteitskader en het is ook deels aan de cliëntenraden om dit tot een succes te maken. Wees daarin bondgenoten waar het kan, maar schrik er ook niet voor terug om het te laren schuren als dat moet.’

Door: Frank van Wijck

Meer weten


Geplaatst op: 10 december 2018
Laatst gewijzigd op: 10 december 2018