Kwaliteitsverbetering verpleeghuiszorg

Mentaal Welbevinden bij TMZ: méér dan mooie woorden

Een prachtig en gedetailleerd document, het ‘Reisverslag Mentaal Welbevinden bij TMZ’. Ruim dertig pagina’s met doelen en werkwijzen om de cliënten van de Twentse organisatie zo goed mogelijke zorg en begeleiding te bieden. Vijf samenhangende thema’s dienen als kapstok. Maar: papier is geduldig en idealen laten zich gemakkelijk opschrijven. Veel spannender is het om te zien hoe de praktijk eruitziet. Kloppen de woorden met de daden? We vroegen het een medewerker, een vrijwilliger, een mantelzorger en een bestuurder.

De vrouw van Gerard Lesscher woont al elf jaar op een psychogeriatrische afdeling van TMZ. Lesscher bezoekt haar dagelijks. Elke ochtend wandelt hij met zijn vrouw ‘een echt buitenmens’ en aan het einde van de dag neemt hij ook andere bewoners mee naar buiten. “Dat buiten zijn, het ruiken, voelen, de vogels, de temperatuur, de geur van hooi of gemaaid gras.. Het is zó belangrijk voor de mensen.”

Gigantische ommekeer

Lesscher, die inmiddels in de Cliëntenraad zit, vertelt hoe essentieel het is om uit te gaan van de cliënt. “Maar dat betekent een gigantische ommekeer in de manier van werken. Binnen TMZ zijn we met elkaar in beweging, alle betrokkenen samen met en rond de cliënt. De vijf thema’s van ‘Mentaal Welbevinden’ grijpen allemaal in elkaar: onbegrepen gedrag, pijn, meer bewegen, intimiteit, levensvragen… Al die projecten willen die cliënt meer momenten van geluk bezorgen. En het zijn géén loze woorden, het is de praktijk.” De thema’s onbegrepen gedrag, pijn en meer bewegen zijn sinds 2015 projecten onder de paraplu van Waardigheid en trots.

Niet vergeten: mevrouw lippenstift opdoen!
Vrijwilliger en cliëntenraadslid Henk Bos is al jaren betrokken bij TMZ via zijn inmiddels overleden schoonmoeder. Hij vertelt dat het geluk van een bewoner soms in heel kleine dingen zit: “Een mevrouw die haar hele leven gewend was haar lippen te stiften, voelde zich onprettig toen dat na haar verhuizing opeens niet meer gebeurde. Toen de familie dat eenmaal had verteld, werd er simpelweg een briefje aan de binnenkant van de kastdeur geplakt en was mevrouw tevreden. En ook de zorgmedewerkers zijn in zo’n situatie blij: bewoners hun gelukmomentjes bezorgen – daar doen ze het immers voor.” Bos vervolgt: “Het is daarom zó belangrijk dat het intakegesprek zo uitgebreid mogelijk is. Vraag je af wat voor iemand erbij komt. Waar wordt iemand gelukkig van, wat vindt hij belangrijk? Ken je cliënt!”

Niet te stoppen trein

Gerard Lesscher vertelt dat een team dat eenmaal werkt vanuit de werkelijke wensen van de bewoner in een soort flow komt. “De medewerkers stimuleren elkaar. ‘Mentaal Welbevinden’ is net een trein die in beweging komt: die stop je niet meer.” Hij nuanceert: “Dat wil niet zeggen dat men elkaar niet af en toe beroepshalve de waarheid zegt. Als het in het belang van de cliënt is, spreken teamleden elkaar aan.” Hij merkt dat de teams op een bepaald moment iets opbouwen, ze bereiken een manier van werken waar ze trots op zijn. Samen cliënten zo lang mogelijk gelukkig maken – dat geef je niet zomaar weer weg.

Henk Bos vult aan dat het niet overal in de organisatie even hard gaat: “We hebben ook langzamere wagons. Niet alle projecten zijn op alle locaties even ver, dat verschilt.” Maar hij onderstreept dat deze ‘reis zonder eindbestemming’ een reis is die op zichzelf al de moeite waard is. Zonder te weten of en waar het eindigt.

De lat goed neerleggen
Bestuurder Fred Schrander voelt ook die energie binnen zijn organisatie: “Als de dingen lukken, raken mensen enthousiast. Dan krijg je een dynamische sfeer. Resultaten geven energie. Aan mij is het om te stimuleren dat de dingen kúnnen lukken. Ik moet de lat goed neerleggen, de medewerkers blijven uitdagen zonder te veel van hen te vragen. En ervoor waken dat ze niet te veel van zichzélf vragen: de projecten moeten niet te moeilijk worden maar voor iedereen begrijpelijk blijven.”

Onbegrepen gedrag begrijpen

Fred Schrander is geen ivoren-toren-bestuurder, maar werkt eens per maand mee in de verzorging van de bewoners. “Dan ervaar ik zelf hoe machteloos je je voelt als je niets kunt doen voor een cliënt zodat deze zich iets beter voelt. Het is zó waardevol dat onze medewerkers nu meer houvast hebben op punten als pijn en onbegrepen gedrag. Men leert beter signalen te herkennen, roept tijdig de hulp van een psycholoog of een arts in. Ook informatie vanuit de familie is vaak onmisbaar: “We hadden een mevrouw die altijd in februari erg verdrietig was. We wisten niet hoe dat kwam, wat we ermee moesten. Totdat de familie vertelde dat de dochter van mevrouw jaren geleden in februari was overleden. Vanaf dat moment konden we proberen in te spelen op de situatie.”

Familie nodig

Verpleegkundige Janine Peulken is coach onbegrepen gedrag op haar psycho-geriatrische afdeling. “Als je begrijpt waar bepaald gedrag vandaan komt, kun je begrip tonen. De rol van de familie is daarbij cruciaal: soms komt men met onbekende informatie van héél vroeger.” Twee andere thema’s uit ‘Mentaal Welbevinden’ waar ze zich mee bezig houdt zijn pijn en meer bewegen. Ze vertelt hoe haar team bewust bezig is met het signaleren van pijn via een speciaal stroomschema. Als pijn een verborgen oorzaak van onbegrepen gedrag is, komt men er nu vaker achter dan vroeger. Ook probeert de afdeling de cliënten meer te laten bewegen. “Dat kan in kleine dingen zitten zoals zelfverzorging, maar ook in grotere activiteiten. Daar heb je dan weer de familie bij nodig, of vrijwilligers.” Volgens Janine is de alertheid op bepaalde thema’s aangewakkerd en is het nu een kwestie van borgen. “Zodra medewerkers het nut van een andere werkwijze voor hun cliënten inzien, zijn ze om. Maar dan moet je dat in stand houden, de thema’s steeds blijven agenderen. Net zo lang tot die alertheid een gewoonte geworden is.”

Luister naar iedereen

‘Luisteren naar alle betrokkenen’ vindt Fred Schrander essentieel om ‘Mentaal Welbevinden’ te doen slagen. Zo kwam het thema ‘onbegrepen gedrag’ vanuit de Cliëntenraad naar voren en tegelijk ook vanuit de Verpleegkundige en Verzorgende Adviesraad. “Dan moet ik er iets mee,” concludeert Schrander. Hij adviseert alle zich vernieuwende zorgorganisaties om te stoppen met trainingen in zelfsturing etc. en om alleen energie te stoppen in zaken die de werkvloer zélf belangrijk vindt. En het Kwaliteitskader, heeft hij daar iets aan? “Dat hebben wij niet nodig”, lacht hij, “wij kunnen het zelf.”

Door: Linda van Ingen

Meer weten


Geplaatst op: 10 oktober 2017
Laatst gewijzigd op: 10 oktober 2017