Medezeggenschap: de zoektocht van ZZG Zorggroep

Het geluid van de werkvloer laten doorklinken bij het bestuur; dat is altijd de drijfveer geweest van Rob van den Bogaard. In zijn werk bij Fontys Hogeschool zat hij in de CMR (Centrale Medezeggenschapsraad) en na zijn pensionering, zoekende naar een zinvolle vrijetijdsbesteding, kwam hij terecht bij ZZG Zorggroep, als een van de voorzitters van de drie gebiedsraden. Die gebiedsraden, dat behoeft uitleg.

ZZG Zorggroep bestaat uit drie regio’s. Dat is het resultaat van enkele fusies. Iedere regio heeft nog steeds een eigen directie en relatief veel vrijheid. Het beleid is dat van de ZZG Zorggroep als geheel, maar binnen dat kader is er de mogelijkheid om het in te kleuren naar wat de eigen regio nodig heeft.

Gebiedscliëntenraad

Iedere regio heeft een eigen gebiedscliëntenraad. Zij moet dus worden geraadpleegd bij kwesties als nieuwbouw, de jaarrekening en andere beleidszaken. Maar het probleem was: de financiën zijn de verantwoordelijkheid van de centrale Zorggroep-directie. Ook gingen de gebiedsdirecteuren er verschillend mee om. Met name waar dat het verstrekken van informatie betrof. ‘Veel beslissingen kwamen dus niet bij de gebiedsraden terecht, legt Van den Bogaard uit. ‘Dat zou dus iets voor een centrale, de gebiedsraden overstijgende, cliëntenraad zijn, maar die was langer geleden al afgeschaft.’

‘Een bepaalde vorm is nodig. Iets tussen los zand en een vormvaste structuur in. Daar moeten we vervolgens goede mensen bij zoeken. Dat is de kunst.’

Adviesraad

Daarvoor in de plaats had ZZG Zorggroep een adviesraad in het leven geroepen. Een raad die over beleidsmatige zaken adviseerde aan de directie. Maar, zegt Van den Bogaard: ‘Dat is natuurlijk raar, want zij vertegenwoordigen de cliënten niet.’

Toen Rob van den Bogaard dus voorzitter werd van een van de gebiedsraden, vroeg hij zich af hoe hij de relatie met de raad van bestuur kon herstellen. Niet op persoonlijk vlak, haast hij zich te zeggen. ‘Persoonlijk waren zij niet moeilijk te benaderen, maar ik wilde dat er ook een formele link was tussen de raad van bestuur en de gebiedsraden om beleidsmatige zaken met elkaar te bespreken. Liefst over de gebiedsraden heen in één centrale raad, omdat je beleidsmatige zaken met de drie gebieden samen moet kunnen bespreken.’

Centraal cliëntenplatform

Van den Bogaard diende een projectvoorstel in bij Waardigheid en trots. Bedoeld om een zoektocht op te zetten naar nieuwe vormen van medezeggenschap, legt hij uit. Het projectvoorstel werd goedgekeurd. Van den Bogaard: ‘Zo werd ook voor de raad van bestuur duidelijk dat er in de gebiedsraden meer behoefte was aan medezeggenschap.’ Het resulteerde bij ZZG Zorggroep in het instellen van een centraal cliëntenplatform bestaande uit een vertegenwoordiging van leden van iedere gebiedsraad en van de raad van bestuur. De adviesraad van ZZG Zorggroep blijft gewoon bestaan; zij blijven over ingewikkelde zaken nadenken en adviseren, maar niet meer als officiële vertegenwoordiging van de cliënten.

Van den Bogaard kreeg dus zijn zin; maar zijn project is daarmee niet afgerond. Hij blijft met veel vragen rondom medezeggenschap zitten. Bijvoorbeeld over het niveau waarop onderwerpen besproken moeten worden. Daarvoor moeten we nog een laag medezeggenschap van ZZG Zorggroep beschrijven: de familieraad of welzijnsraad die iedere locatie heeft.

Familieraad

Een familieraad bestaat uit bewoners en meestal hun familie als vertegenwoordiger en bespreekt op iedere locatie lokale zaken. Meestal betreft dit onderwerpen die we tot het domein van het welzijn rekenen. Het eten, de vieringen, kortom alles waarmee de bewoners en hun familie direct te maken hebben. Zaken die je lokaal moet oplossen, vindt Van den Bogaard. ‘Daar moet je de gebiedsraden niet mee lastig vallen.’ DatClientenraad gebeurde in het verleden wel, vertelt hij. ‘We bespraken voorheen de rapportages uit de locaties, maar als daar wat speelt, moet je het ter plekke regelen. Alleen wat niet op te lossen blijkt, kun je eventueel opschalen.’

Er is aldus een verdeling tussen welzijnsonderwerpen die op de locaties spelen en bespreekbaar zijn en meer beleidsmatige onderwerpen die naar de gebiedsraden en het centrale cliëntenplatform worden getild. Maar daarmee is de medezeggenschap nog steeds niet goed geregeld, vindt Van den Bogaard. ‘In essentie moet je de vraag beantwoorden waaraan medezeggenschap moet voldoen. Of: wanneer aan de voorwaarde van medezeggenschap is voldaan. Is dat als mensen hun mening kunnen geven over het eten? Of wil je dat zij ook gemakkelijk hun mening kunnen geven over de jaarrekening van de organisatie?’

Zorgzwaarte

Wat meespeelt is de zorgzwaarte van de cliënt, zegt hij. De verblijfsduur van de gemiddelde cliënt is kort en cliënten zijn lang niet altijd meer in staat tot een actieve rol in een raad. Hun familieleden zijn niet zelden vermoeide mantelzorgers voor wie het kortetermijnbelang van hun vader of moeder belangrijker is dan de financiële toekomst van de zorgorganisatie. Van den Bogaard: ‘Voor de zomer van 2017 hebben we alle lokale familieraden uitgenodigd voor een gezamenlijke bijeenkomst. Meer dan 300 betrokken mensen. Er lag een Trimbos-onderzoek om te bespreken en we wilden het belang van cliëntenparticipatie laten zien. Ook de bestuurder zou er dus bij zijn. Maar we hebben de bijeenkomst moeten afzeggen, want er was te weinig animo voor.’

Tweespraak

ZZG Zorggroep experimenteert wel met verschillende andere vormen van medezeggenschap, zoals panel- en partnerprojecten, waarbij lokaal, dus bij de huizen zelf, gesprekken plaatsvinden. Ook maakt de organisatie gebruik van Tweespraak: een methode waarmee klanten anoniem hun bevindingen kunnen doen. Van den Bogaard: ‘We zijn nu bezig om te zien of we met al die bevindingen op beleidsmatig niveau wat kunnen. Dan overbruggen we die kloof tussen medezeggenschap op de locaties en centraal.’

Een andere discussie die speelt is die van de zorgcoöperatie die hier en daar in Nederland het licht ziet. Waar zorgcoöperaties ontstaan, worden bewoners en familie lid van de coöperatie. Daarmee krijgen zij verantwoordelijkheden die die van de ‘gewone’ klant in een zorgorganisatie overstijgen. Ook daar zitten vragen aan vast, zegt Van den Bogaard: ‘Mensen zijn dan niet slechts klant meer, maar zijn zelf in “de lead”. De vraag is natuurlijk of mensen dat kunnen en of ze dat willen.’

Haken en ogen

Aan iedere vorm van medezeggenschap zitten haken en ogen, vindt hij. En: ‘Je kunt het formeel nog zo goed regelen, het komt altijd aan op de invulling die mensen eraan geven. Het hangt van mensen af.’ Maar een bepaalde vorm is wel nodig, zegt hij tenslotte. ‘Iets tussen los zand en een vormvaste structuur in. Daar moeten we vervolgens goede mensen bij zoeken. Dat is de kunst.’

Jose van den Bogaard (geen familie van Rob) heeft zitting in de gebiedsraad van de regio Nijmegen. Wat haar betreft wordt er meer centraal aangestuurd bij ZZG Zorggroep. ‘Sommige zaken zijn op ieder locatie weer anders geregeld. Vrijwilligersbeleid bijvoorbeeld. Maar ook het schoonmaken gebeurt niet overal op dezelfde manier. Bij het ene huis moet de familie helpen, bij het andere huis hoeft dat niet per se. Ik vind dat dit in de gebiedsraden en daarna in het centrale cliëntenplatform besproken moet worden en dat de centraal genomen beslissing overal hetzelfde moet worden doorgevoerd. Maar het wordt meestal teruggelegd bij de huizen: dat het daar maar geregeld moet worden. Het laatste half jaar is er wel een omslag bij de organisatie. Er is nu meer ruimte voor dit soort gesprekken op centraal niveau. Het blijft gelukkig niet allemaal bij de huizen “hangen” zonder dat er aandacht voor is op het centrale niveau.’

Geschreven door Ellen Kleverlaan

Meer weten

Geplaatst op: 2 november 2017
Laatst gewijzigd op: 17 maart 2022