Martin den Hartog (Avoord): ‘Topcare voedt de nieuwsgierigheid in de organisatie’

De inspanningen die Avoord moest doen om het Topcare predicaat te verwerven voor dementiezorg, hebben de medewerkers een impuls gegeven om op een heel andere manier naar hun cliëntenpopulatie te kijken. Bovendien heeft het hun nieuwsgierigheid geprikkeld. En daar biedt de organisatie graag ruimte voor.

Topcare predicaat

Dat Avoord het Topcare predicaat heeft ontvangen voor dementiezorg, vindt zijn oorsprong in het programma Waardigheid en trots. Bestuurder Martin den Hartog vertelt: ‘Binnen dat kader hebben we onszelf pakweg drie jaar geleden de vraag gesteld wat onze cliënten – mensen met dementie – belangrijk vinden. Toen we die vraag aan hen stelden was hun eerste antwoord: een pil tegen dementie. Die konden we helaas niet bieden, maar toen we vanuit dat perspectief gingen doorvragen, zeiden ze dat ze vooral hun vaardigheden wilden behouden. Wij dachten aanvankelijk dat ze daarmee primair hun ADL-functies bedoelden: toiletbezoek, in staat zijn zichzelf te wassen, dat soort dingen. Maar ze bedoelden de vaardigheden die hen maakten tot de mens die ze altijd waren geweest. Kunnen fietsen bijvoorbeeld, accordeon spelen. Vanuit dat perspectief ligt vaardigheid heel dicht bij waardigheid.’

SOCAV

Avoord wist niet zo goed hoe het moest omgaan met deze vraag. Het ging daarom te rade bij wetenschappers – breinprofessor Erik Scherder bijvoorbeeld – om te kijken welke mogelijkheden zij zagen om hieraan tegemoet te komen. Dit leidde tot een Waardigheid en trots project waarin het behouden of opnieuw aanleren van vaardigheden centraal stond. Dit programma kreeg de naam SOCAV: Spiegelen, Observeren, Compenseren en Aanleren van (verloren) Vaardigheden.

Binnen het project werden de verzorgenden door peer-coaches getraind en begeleid om in samenwerking met familie en (para)medici meer persoonsgerichte zorg te gaan leveren aan mensen met dementie om zo hun eigen regie, zelfredzaamheid en kwaliteit van leven te vergroten en/of behouden. Het werd opgezet in samenwerking met de afdeling IQ Healthcare en Alzheimercentrum van het Radboudumc en de Universiteit van Tilburg. Den Hartog: ‘Toen we vervolgens op zoek gingen naar geestverwanten die ook op die manier bezig waren met samenwerking tussen wetenschap en praktijk, kwamen we al snel bij Topcare uit. Daar voelden we ons senang bij en daaruit vloeide de behoefte voort om het predicaat te verwerven voor onze dementiezorg.’

Bekijk de video waarin Miriam van Reisen vertelt over SOCAV:

Afdeling onderzoek en innovatie

In het zoeken naar de verbinding tussen wetenschap en praktijk is Avoord zo ver gegaan dat het een afdeling onderzoek en innovatie heeft opgezet, waaraan ook promovendi zijn verbonden. ‘Een mooi uitvloeisel hiervan is dat dit de werkvloer nieuwsgierig maakt’, zegt Den Hartog. ‘Die gaat meer vragen stellen en daarmee ontstaat vanzelf een lerende organisatie die erop gericht is de zorg voor mensen met dementie steeds verder te verbeteren. En juist omdat je weet dat je nooit zelf alle antwoorden kunt geven op de vragen die hierbij naar boven komen, is de samenwerking met wetenschappers en met andere verpleeghuizen – die binnen Topcare centraal staat – zo mooi. Het heeft onze organisatie echt een boost gegeven om op een andere manier aan te kijken tegen dementiezorg en het behouden of opnieuw aanleren van vaardigheden.’

Een uitvloeisel hiervan is dat nu meer onderzoeksprojecten ontstaan. Bijvoorbeeld naar het pestgedrag van ouderen in het grand café van Avoord (die allemaal een vaste plek claimen in dat grand café en niet accepteren dat een nieuwkomer onwetend zo’n plek inneemt), of tegen nieuwe bewoners die geen achtergrond hebben in de lokale cultuur. Ander onderzoek is gericht op angst en onbegrepen gedrag. ‘Maar we onderzoeken ook of we de SOCAV-methode al in de extramurale setting kunnen toepassen’, zegt Den Hartog.

Andere benadering

De benadering van mensen met dementie is echt anders geworden, stelt Den Hartog. Hij legt uit: ‘We hebben alle medewerkers een dagboek laten bijhouden over hoe ze met deze mensen omgaan en welk gedrag dit met zich meebrengt. Daaruit kun je zien hoeveel medewerkers van cliënten overnemen, en hoe ze daarmee dus vaardigheden van hen afpakken die met ander gedrag ook behouden hadden kunnen blijven. Op basis daarvan hebben we de medewerkers geleerd om veel meer met de handen op de rug zorg te bieden en zich meer te richten op het behouden of opnieuw aanleren van vaardigheden van onze cliënten.

Een mooi voorbeeld is de man die altijd accordeon had gespeeld, maar bij wie al voor zijn verpleeghuisopname die accordeon in een hoek was beland. Door hierover in gesprek te gaan, kwamen we erachter dat zijn zus ook accordeon speelde en bereid was om dat samen met hem te gaan doen om te kijken of hij daarmee de vaardigheid daartoe zou terugkrijgen. Dat bleek inderdaad het geval. Hij heeft die vervolgens nog lang in stand kunnen houden.’

Persoonsvolgende zorg

Den Hartog zegt bij de cliënten duidelijk het effect van de gekozen aanpak te zien. ‘In de eerste plaats dat ze bepaalde vaardigheden langer kunnen behouden en meer eigen regie hebben over wat zij belangrijk vinden en op momenten weer beter in staat zijn om te communiceren’, zegt hij. ‘Maar daarnaast horen we het ook van hun familie. Vaak zeggen ze dan: hadden we het maar geweten. Ze geven aan dat ze dan hun vader of moeder heel anders zouden hebben benaderd in hun dementie.’

De gekozen aanpak sluit goed aan bij het Kwaliteitskader verpleeghuiszorg. ‘Wat we hier doen is een schoolvoorbeeld van persoonsgerichte zorg’, zegt Den Hartog. ‘Bovendien zorgt het voor het creëren van een lerende organisatie en een lerend netwerk. Daarin gaat het inmiddels om meer dan alleen dementiezorg. We hebben bijvoorbeeld ons kwaliteitsplan laten beoordelen door Topcare aanbieders en zijn zelf betrokken geweest bij de beoordeling van kwaliteitsplannen van gehandicaptenzorgorganisaties, om te leren van andere sectoren in de zorg. Op het gebied van technologie hebben we verbinding met organisaties op basis van de vraag wat daarvan toepasbaar is voor mensen met dementie.

Dagbesteding

En voor dagbesteding hebben we Noorderbreedte bezocht. Als aanbieder van dementiezorg bestaat onze cliëntèle voor het grootste deel uit vrouwen. Noorderbreedte is onder andere gespecialiseerd in zorg voor mensen met Korsakov, wat voor het grootste deel mannen treft. We kunnen dus van elkaar leren over het aanbieden van dagbesteding die het best aansluit bij beide seksen. Zo geven we op zoveel mogelijk manieren ruimte aan de nieuwsgierigheid die door Topcare in de organisatie is ontstaan.’

Interview door Frank van Wijck

Meer weten


Geplaatst op: 12 december 2018
Laatst gewijzigd op: 12 december 2018