Kristel van Tol (specialist ouderengeneeskunde): ‘Wij zijn echt andere dokters dan huisartsen’

Door de dubbele vergrijzing en extramuralisering neemt de behoefte aan betaalbare en kwalitatief hoogstaande (extramurale) behandeling toe. Goudenhart – WelThuis is van mening dat zij, vanuit haar complete, integrale intramurale aanbod, verpleeg(huis)zorg op verschillende plaatsen kan aanbieden. Dus ook thuis, in de eigen woning van de cliënt. Gevolg van deze visie is dat WelThuis werkt volgens het model ‘Huisarts in the lead’. Bij dit model gaat het om normaliseren van zorg, ook als mensen geclusterd of kleinschalig wonen in de wijk. Dat betekent dat de huisarts als eerste aanspreekpunt blijft, maar de specialist ouderengeneeskunde (SO) kan inschakelen op het moment dat dit nodig is. Dit vraagt om een goede samenwerking tussen huisarts en SO. In een blogserie vertellen verschillende betrokkenen over hoe deze samenwerking in de praktijk vorm krijgt. Deze vierde blog is van Kristel van Tol, specialist ouderengeneeskunde Goudenhart.

‘Toen ik hoorde van het contract voor de inzet van specialisten ouderengeneeskunde in de eerste lijn was ik zeer verheugd. Het is duidelijk een stap voorwaarts, vergeleken met het pionieren dat eraan vooraf ging om deze inzet herkenbaar te maken voor huisartsen. Met slechts twee specialisten ouderengeneeskunde zaten we snel tegen de grens van onze mogelijkheden aan, dus er was echt een financiële structuur nodig om verder te kunnen bouwen. We moesten op een gegeven moment steeds vaker nee zeggen, terwijl we merkten hoe positief de huisartsen waren over onze inzet. Dan moest je dus afremmen terwijl je juist zo graag dóór wilt. Dankzij het contract met CZ zijn nu voor de huisartsen in de regio zes specialisten ouderengeneeskunde beschikbaar, mede dankzij onze partners Saffiergroep en WZH.’

Wat houdt het contract in?
Met een groep van 52 huisartsen van de Stichting Georganiseerde eerstelijns Zorg is een overeenkomst bereikt voor de inzet van de specialist ouderengeneeskunde voor 1.500 uur op jaarbasis (ten laste van de subsidieregeling extramurale behandeling).

Mijn eerste ervaringen met de huidige aanpak zijn goed. Natuurlijk is het nog in ontwikkeling, je moet de huisartsen leren kennen. Waar de een je belt met een heel duidelijke en concrete vraag, merk je dat bij de andere nog veel vraagverheldering nodig is voordat je weet wat precies van je verwacht wordt. Maar de huisartsen weten me goed te vinden. Ze hebben mijn 06-nummer en mogen me ook bellen voor korte vragen tussendoor. Dat vind ik niet belastend, want ik weet dat ze altijd een reële vraag hebben en dat ze het kort houden.’

‘Al met al wordt de samenwerking met de huisartsen steeds intensiever. Ze zien ook de meerwaarde van de inzet van de specialist ouderengeneeskunde in de eerste lijn, dat zeggen ze ook tegen ons. Ik hoor het ook terug van de wijkverpleegkundigen en de eerstelijnsverpleegkundigen, die de positieve gevolgen van het opvolgen van onze adviezen zien. En ik merk het aan de familieleden van de oudere om wie het gaat. Die betrek ik altijd bij mijn bezoek, omdat ik helder wil krijgen of de vragen en zorgen die zij hebben dezelfde zijn als die van de huisarts. Ze zijn blij met de interventies die ik als specialist ouderengeneeskunde voorstel. En mijn tussenkomst helpt hen ook om te accepteren dat hun naaste toch echt langzaam maar zeker achteruit gaat.’

‘Wijkverpleegkundigen en eerstelijnsverpleegkundigen zien de positieve gevolgen van het opvolgen van onze adviezen.’ 

‘Als ik bij een oudere op bezoek ben geweest, merk ik soms dat ik voorstellen doe die voor mij heel logisch zijn maar die de huisarts toch niet zo snel zou bedenken. Aan de ene kant verrast me dat dan maar anderzijds begrijp ik het ook wel. Soms spelen zulke complexe zaken dat het heel verhelderend kan zijn iemand van buitenaf te laten meekijken. Iemand bovendien die heel specifieke expertise heeft op het gebied van de zorg voor ouderen. Wij hebben een andere manier van denken, zijn echt andere dokters dan de huisartsen. Het zit heus niet alleen in het feit dat wij meer tijd hebben dan de huisarts voor het bezoek aan een oudere.’

‘Die tijd begint wel weer een knelpunt te worden trouwens, die 1.500 uur uit de contractafspraak zijn niet genoeg. We moeten alweer regelmatig nee verkopen. Het liefst wil ik op gezette tijden twee of drie uur in een huisartspraktijk aanwezig zijn, anders ben ik alleen maar bezig met reizen. Er is altijd voldoende vraag om die uren zinvol te vullen. Ik zou andere specialisten ouderengeneeskunde dan ook beslist aanraden zelf ook aan de slag te gaan in de eerste lijn. Het is een uitgelezen kans om samen met de huisarts constructief te werken aan goede ouderenzorg. Maar besef wel dat het pionieren is, je komt niet in een gespreid bedje maar moet het samen opbouwen.’

Meer weten


Geplaatst op: 13 november 2017
Laatst gewijzigd op: 29 juli 2019