Ken elkaars kwaliteiten

Manon Schook werkt in een verpleeghuis waar mensen wonen met dementie en ziet de zorg dus van binnenuit. Ze brengt de rol van het onderwijs ter sprake en heeft het over het belang van evenwichtige teams in de zorg.

Het werken in de ouderenzorg is mij met de paplepel ingegoten. Mijn moeder werkte in een verpleeghuis en ik denk dat ik een jaar of 11 was dat ik voor het eerst met haar meeging. Reuze interessant vond ik dat. Met mijn voorliefde voor oudere mensen koos ik er heel bewust voor om tijdens mijn HBO-V opleiding af te studeren in verpleeghuis Hogeveld, een onderdeel van WZH. Ook werd ik lid van het lectoraat PG. Terwijl mijn studiegenootjes kozen voor werken in het ziekenhuis, besloot ik na mijn afstuderen te blijven werken in het verpleeghuis. Volgens velen niet een erg sexy keuze. Het ziekenhuis staat immers bekend om haar goede zorg, terwijl dit in het verpleeghuiszorg nog wel eens in twijfel wordt getrokken en men al gauw denkt aan het wassen van billen. Dat is enorm jammer, zeer onterecht en voor mij de reden me aan te melden als ambassadeur verpleeghuiszorg. De zorg mag dan anders zijn dan in een ziekenhuis, dat maakt het niet minder mooi; ik probeer er hoe dan ook een feestje van te maken voor de bewoners.

Mantelzorg

Met het oog op 2025 en de huidige ontwikkelingen verwacht ik dat de rol van de mantelzorger steeds groter wordt. We vergeten hierbij alleen nog wel eens de mantelzorger zelf. Wil hij eigenlijk wel mantelzorger zijn en kan hij dat ook wel? Ik werk vaak met plezier samen met mantelzorgers, maar soms zie ik ook dat een mantelzorger eraan onderdoor gaat. Iemand kan bijvoorbeeld niet in de gelegenheid zijn om te mantelzorgen door werk, privéredenen of omdat iemand het niet aan kan. Mantelzorgen zie ik als een keuze en het is mooi als het kan, maar het verplichten werkt niet zonder meer. Dat komt niet ten goede van de zorg.

Daarnaast heb je ook mensen die helemaal geen mantelzorger hebben. Je kan die mensen niet zomaar aan hun lot overlaten, zij hebben ook zorg nodig. We zullen met elkaar moeten kijken hoe we de zorg rondom een bewoner goed georganiseerd kunnen krijgen. Ik geloof niet dat alleen ik die ‘belangrijke ander’ kan zijn. Die rol moeten we met elkaar oppakken, waarbij het onze taak is er alles aan te doen de bewoner een gevoel van veiligheid te geven.

Scholing

Als de rol van de mantelzorger groter wordt, betekent dat automatisch ook dat scholing moet worden aangepast. Je moet toch leren in je werk om te gaan met de mantelzorger en dat vraagt om competenties. Je hoopt dat wanneer er een nieuwe bewoner komt, je gelijk kan werken aan een goede band met hem en met de mantelzorger. Tegelijkertijd moet je ook realistisch zijn. Soms moet je opkomen voor de bewoner, terwijl dit niet is wat de mantelzorger wil. Hier zal je mee om moeten leren gaan door de mantelzorger te begeleiden. Je kan voor de mantelzorger bijvoorbeeld het onderscheid duidelijk maken tussen ‘dit is je moeder’ en ‘dit gedrag volgt uit de dementie’. Het is dus belangrijk dat het onderwijs zich ook hierop richt en dus voortdurend in gesprek is met de zorg.

Complexere zorg

Een andere ontwikkeling is dat de zorg steeds complexer wordt. Mensen kregen vroeger vrij eenvoudig een indicatie voor een verpleeg- of verzorgingshuis maar dat is nu niet meer zo. Mensen moeten nu redelijk hulpbehoevend zijn voor ze een indicatie krijgen. Dit betekent dat de zorg zwaarder is geworden en je observatievermogen groot moet zijn. Er komen bijvoorbeeld steeds meer bewoners met dementie én een zware lichamelijke zorgvraag. Probleemgedrag van bewoners ligt niet alleen aan hen, maar zeker ook aan ons. Als je je niet goed inleeft in de bewoner, ontstaat er onbegrip. Wij moeten kritisch naar onszelf en de omgeving kijken en ons ook bij behandelingen blijven afvragen: is dit wel het beste voor de bewoner? Daarbij hoort ook de vraag: wat levert het iemand nog op en wat betekent het voor de kwaliteit van leven van deze persoon? Het leven en het hebben van een goede dag moeten hierin centraal staan in plaats van het (medisch) behandelen.

Samenstelling team

Ik zie in 2025 graag teams die bestaan uit verschillende mensen met verschillende niveaus, waarbij alle niveaus even waardevol zijn. Welke niveaus nodig zijn kan een team heel goed zelf aangeven. Ik geloof niet in een team met alleen maar niveau 5. Juist alle verschillen maken dat je een goed functionerend team wordt. Iemand van niveau 2 kan wel eens enorm goed zijn in het voeren van een gesprek met de familie, waar een niveau 5 weer van kan leren en vice versa.

Zonder de lagere zorgniveaus red je het niet. Het is voor mij namelijk bijna onmogelijk om én iemand in zijn kamer te verzorgen én de woonkamer draaiende te houden. Het zou prettig zijn als er standaard iemand in de woonkamer aanwezig is, iemand die ervoor zorgt dat het daar veilig is, die een spelletje speelt. De situatie is nu dat als ik in de woonkamer bezig ben met een activiteit en er iemand naar de WC moet, de hele activiteit stil ligt. Ik kan wel makkelijk schakelen, maar de bewoners niet. Sommigen zijn hierdoor een hele avond van slag. Hier ligt ook een grote kans voor de samenwerking met vrijwilligers en mantelzorgers.

Kwaliteiten

Een ander aspect in een team zijn de persoonlijke kwaliteiten, dus de kwaliteiten die los van een niveau staan. Wij zijn nu bezig met het maken van een lijst van wie wat leuk vindt en waar de kwaliteiten en krachten van iedereen liggen. Het is belangrijk die van elkaar te kennen en ze ook te gebruiken. Als de één goed is in saté maken, zorg er dan voor dat zij in de gelegenheid wordt gesteld met de bewoners saté te maken. Als een ander gek is op dansen, laat haar dan heerlijk dansen en bewegen met de bewoners op een dansavond. Weer een ander haalt er voldoening uit om de bezoekers een gastvrij gevoel te geven en is daar heel goed in. Dit heeft niets te maken met niveaus en dat moet ook veranderen in de opleiding. Het gaat niet om competentie 1.35.b of iedereen met een niveau 5. Het gaat om mensen en hun kwaliteiten. Daar wordt nu nog te weinig naar gekeken. Iemand met hart voor de zorg die rekenen niet haalt, mag bij wijze van spreken niet door, maar een botte hark die goed kan rekenen wel.

Mijn ideaalbeeld voor 2025 ziet er als volgt uit: er zijn goede teams die in balans zijn en die elkaar kritisch houden en coachen. Teams met mensen van diverse niveaus die van elkaar leren en samen kijken naar wat er nodig is en dat met elkaar organiseren. Het zijn wel zelfsturende teams, maar alle leidinggevenden hoeven er ook weer niet rigoureus uit. Ik vind het zelf bijvoorbeeld erg prettig een leidinggevende te hebben die mij kan coachen en waar ik af en toe zaken of situaties bij neer kan leggen die mij boven de pet gaan. Dat is echt een aanvulling.

Inspiratie

Tenslotte denk ik dat we elkaar nog veel meer kunnen inspireren. Er zijn tegenwoordig zoveel initiatieven buiten de reguliere zorg waar wij van kunnen leren. Neem stichting Zwementie, waarbij studenten zwemmen met mensen met dementie. Dat is zo ontzettend mooi en inspirerend. Sinds kort zit ik in de Gideonsbende. Dit is een groep mensen uit heel Nederland die het prettig vinden zich te laten inspireren om het anders te doen. We willen met elkaar het beste uit de organisaties halen en proberen op een positieve wijze gehoor te geven aan de veranderingen in de zorg. Het is belangrijk dat goede dingen aan het licht komen en we mooie dingen laten zien, in plaats van dat we het alleen maar hebben over wat er niet goed gaat.

Ik hoop dat we in 2025 een langetermijnvisie hebben en niet meer worden gestuurd door trends. Zo is het niet handig om alles opeens anders te gaan doen, maar het een tijdje later toch weer terug te draaien. Ik denk dat we met elkaar al op de goede weg zijn richting de zorg in 2025. Er zit beweging in, er is aandacht voor en de veranderingen die zijn ingezet hebben al tot goede dingen geleid. Alles in een keer omgooien en vervolgens in chaos verkeren, daar zit niemand op te wachten. Zoals de veranderingen nu gaan, geleidelijk aan, zo is het goed.

De verpleeghuiszorg verandert zeker de komende 10 jaar. De rol van de mantelzorger wordt groter, de zorg wordt complexer, het onderwijs moet hierop aangepast worden, de samenstelling van het zorgteam zal veranderen en we zullen elkaar meer en meer gaan inspireren.

Interview door Marion Duimel en Ingrid meijering

Meer weten

  • Dit geschetste perspectief van Manon Schookis opgenomen in de bundel ‘Verpleeghuiszorg 2025 van het programma ‘Waardigheid en trots’.  Download een printversie van de bundel.

Geplaatst op: 5 oktober 2016
Laatst gewijzigd op: 18 juli 2019