Jan Megens (Menzis): ‘Onzekerheid over overproductie? Als er plaats is, is er geld’

In een interviewserie vertellen de zorgkantoren over de veranderingen in de inkoop van de verpleeghuiszorg en onder andere de invloed van het Kwaliteitskader verpleeghuiszorg en persoonsvolgende bekostiging.

Met de komst van het Kwaliteitskader verpleeghuiszorg zijn de gesprekken van de zorgkantoren van Menzis met de verpleeghuizen echt anders geworden, stelt manager Wlz Jan Megens. De twee zijn veel meer partners geworden in het proces om aan te sluiten op de zorgvraag van de cliënt.

Jan Megens is zeer te spreken over de komst van het Kwaliteitskader verpleeghuiszorg. ‘Het heeft gezorgd voor een uniform kader voor waaraan verpleeghuizen minimaal moeten voldoen’, zegt hij. ‘We zijn hiermee weg van de vrijblijvendheid en van de eigen invulling van wat kwaliteit is. Dat geeft rust, ook voor ons als zorgkantoren. Maar het betekent ook een uitdaging, want voor de invulling ervan zijn substantiële middelen beschikbaar gesteld en die moeten goed besteed worden.’

Ter nuancering voegt Megens hieraan toe: ‘Laten we trouwens niet doen alsof voor de komst van het kwaliteitskader in de inkoopgesprekken niet al over kwaliteit gesproken werd, al was het alleen maar vanwege Inspectierapporten. Maar we merken wel dat de gesprekken anders zijn geworden. Het feit dat een verpleeghuis een kwaliteitsplan moet overleggen maakt die gesprekken veel inhoudelijker. We voeren ze dan ook graag en we merken dat een aantal verpleeghuizen al goed bezig zijn, maar dat andere echt nog een weg te gaan hebben. Maar daarbij kunnen we ze ook helpen natuurlijk: als een verbeterplan om extra investeringen vraagt, is daar geld voor. Natuurlijk moet eerst aan de minimale kwaliteitsnormen voldaan zijn voordat een verpleeghuis aan leren en verbeteren toekomt, maar het kwaliteitsplan biedt wel juist de goede basis om tot een lerend netwerk te komen. En we zien ook duidelijk al de eerste verbetercirkels ontstaan.’

De cliënt centraal

De vraag van de cliënt is veel meer centraal komen te staan en dat merkt Megens ook. ‘Een paar jaar geleden was er nog geen uniform kader en nu dat er wel is zie je dat de cliënt meer zekerheid heeft gekregen over wat goede kwaliteit is en meer in zijn recht is komen te staan om dat in te vullen. Ook hebben cliëntenraden een steeds belangrijker rol gekregen. Het feit dat de vraag van de cliënt belangrijker is geworden, zien we terug in de persoonsvolgende bekostiging. Het gaat niet meer over volume en volumesturing, maar over de vraag of een huisdier mee mag, over de familiekamer of over privacy. We gaan nu ook individuele cliënten bellen om te vragen of alles goed loopt en of ze vinden dat ze de zorg krijgen waarop ze recht hebben.

Het Kwaliteitskader heeft ook gezorgd voor veel meer verbinding tussen de zorgkantoren, de Inspectie voor Gezondheidszorg en Jeugd en de Nederlandse Zorgautoriteit. Als we twijfels hebben over de kwaliteit leggen we nu makkelijker de verbinding met de IGJ en als we financiële problemen zien met de NZa. Wel kijken we altijd eerst in dialoog met het verpleeghuis naar mogelijke oplossingen.’

click to tweet Jan Megens van @Menzis ‘Een #verpleeghuis kan niet meer zeggen dat het budget op is. Als er plek en zorgvraag is, is er geld.

Personeel en ict

Over de extra gelden die beschikbaar zijn gesteld voor personeel en dagbesteding zegt Megens: ‘Dit gaat echt over handen aan het bed en terecht. We zullen hierover als zorgkantoren het faciliterend gesprek voeren met de verpleeghuizen. Ben je in contact met de scholen in de regio? Wat doe je om je eigen personeel bij te scholen? Heb je je uitstroom in kaart? Dat gesprek móeten we voeren, we moeten ons maximaal inspannen om ondanks de personeelskrapte de mensen daar te krijgen waar ze moeten zijn. Hierbij kijken we ook naar de mogelijkheden van differentiatiebeleid en naar de vraag of het personeelsprobleem in alle regio’s even groot is.

Tegelijkertijd kunnen we de ict-ontwikkelingen niet uitsluiten, ook daarin moeten we investeren. Een mooi voorbeeld vind ik de app-machine van De Posten, die apps van verwanten – vaak de kleinkinderen – vertaalt naar geschreven tekst. De cliënt kan daar een reactie op schrijven die weer als app teruggaat naar dat kleinkind. We moeten met VWS afspraken maken over de voorwaarden waaronder we in zulke oplossingen mogen investeren.’

Geen discussie over overproductie

Brancheorganisatie ActiZ stelt (zie: Zorgcontractering Wlz 2018) dat onzekerheid over overproductie het voor verpleeghuizen lastig maakt om te investeren in personeel. ‘Ik wil best meegaan in het idee dat het vanuit een theoretisch denkkader mogelijk is dat overproductie niet wordt betaald, maar de afgelopen drie jaar hebben wij dat in alle gevallen wél gedaan’, zegt Megens. ‘Een verpleeghuis kan niet meer zeggen dat het budget op is. Als er plek en zorgvraag is, is er geld. Wij waren de eersten die daarop gingen sturen en gelukkig doen nu alle zorgkantoren dat. ActiZ mag dus een beetje afdalen naar de werkelijkheid van alledag. Voor theoretische exercities hebben we nu even niet zoveel tijd.’

Interview door Frank van Wijck

Meer weten


Geplaatst op: 19 maart 2018
Laatst gewijzigd op: 20 maart 2018