Inzet stagiaires helpt QuaRijn op locatie de Koekoek om zijn ambitie te realiseren

QuaRijn werkt voor de personeelsbezetting op de nieuwe locatie de Koekoek samen met twee ROC’s en een hogeschool. De inzet van stagiaires helpt om in de dagelijkse zorg goed aan te sluiten op de individuele cliëntbehoefte. Bovendien leren de stagiaires meteen hoe veelzijdig en complex werken in het verpleeghuis is.

Toen plannen werden gemaakt voor de realisatie van QuaRijn-locatie de Koekoek, werd meteen nagedacht over het zorgconcept dat op die locatie geboden moest gaan worden, gebaseerd op de visie van de organisatie op kwaliteit van leven voor mensen met dementie. Die visie is: zoveel mogelijk leven zoals thuis en dus aansluitend bij de individuele cliëntbehoefte. ‘In de discussies die we hierover voerden ging het ook al snel over de handen aan het bed die nodig zijn om dit te organiseren’, vertelt BPV-coördinator Anne-Marije Dijkman. ‘Met alleen inzet van professionals zou dit financieel niet te organiseren zijn, dus hebben we besloten de optie te benutten om samen te werken met scholen. Dit vanuit de gedachte dat we met de extra inzet van stagiaires onze visie wél  zouden kunnen vormgeven en meteen ook een rol konden spelen in het opleiden van mensen. Het is een uitdaging om verpleegkundigen van niveau 4 en 5 te vinden en te behouden. Daarom is het aantrekkelijk voor ons om de locatie de Koekoek op te zetten als leerwerkbedrijf waarin we gekwalificeerde medewerkers voor de toekomst kunnen opleiden. Met als achterliggende ideologie de wens om hen te interesseren voor de ouderenzorg.’

Interesse stimuleren

Die interesse is niet vanzelfsprekend. ‘Bij veel leerlingen bestaat het idee dat de ouderenzorg saai is en dus niet spannend’, zegt Dijkman. ‘De meesten willen naar het ziekenhuis, slechts een kleine groep is al geïnteresseerd in de ouderenzorg. De rest ziet de stage meer als een verplicht onderdeel van de opleiding. Daarbij is een deel ongemotiveerd, en dan is het moeilijk om bij hen de motivatie aan te boren om zich te verdiepen in de complexiteit van de doelgroep. Als je niet begrijpt waarom iemand reageert zoals hij reageert en dat dit gelinkt is aan het ziektebeeld – bijvoorbeeld dementie – dan komt die verdieping niet tot stand. Maar er is gelukkig een grote groep die zich openstelt om te leren. Wij stimuleren hen om zich te verdiepen in het leven van deze mensen en in hun ziektebeeld. Dan zien ze vaak na verloop van tijd wél in waar de uitdaging ligt. De begeleiding van een enthousiaste werkbegeleider draagt hier ook aan bij. Een verpleegkundige kan echt een rolmodel voor ze zijn. Dat weet ik ook nog heel goed uit mijn eigen opleiding.’

Nieuw inzicht

De stagiaires krijgen aan het einde van hun stageperiode een evaluatieformulier waarop Quarijn expliciet vraagt of hun beeld over ouderenzorg veranderd is. ‘Ze geven veelal aan dat ze door die stage hebben leren inzien hoe complex ouderenzorg is en hoe belangrijk het is dat er ook verpleegkundigen werken in de ouderenzorg’, zegt Dijkman. ‘Ze zien ook hoe breed de taak van die verpleegkundige is: die is niet alleen bezig met de zorg zelf, maar ook met kwaliteit, met contacten met mantelzorgers, de psycholoog en andere disciplines. We betrekken de stagiaires ook overal bij om ze dit te laten zien. Ze draaien gewoon mee volgens rooster, wat betekent dat ze ook in de avond- en weekenddiensten en tijdens feestdagen werken. Zo geven we ze mee dat dit echt een onderdeel van het vak is.’

Snel op één lijn

Voordat de Koekoek open ging, is contact gelegd met twee ROC’s en één hogeschool om de mogelijkheden voor samenwerking te onderzoeken. Alle drie de scholen zagen die mogelijkheden, zodat via het beschrijven van de individuele en de gezamenlijke doelstellingen de basis kon worden gelegd voor de samenwerking die nu daadwerkelijk tot stand is gekomen. ‘Hoewel de scholen natuurlijk ook gewoon stageplekken willen creëren, merkten we snel dat we met onze doelstellingen op één lijn zaten’, zegt Dijkman. ‘Het doel was helder: een leeromgeving creëren waarvan iedereen meerwaarde heeft. De scholen willen weten wat er speelt in de praktijk en wij willen laten zien wat nodig is in het curriculum om professionals af te leveren de dichtbij de praktijk staan.’

Iedere school heeft een docent beschikbaar als vast aanspreekpunt. De docenten zijn ook op gezette tijden aanwezig in de Koekoek voor intervisie of voor de behandeling van thema’s, op basis van wat de stagiaires aangeven. Deze docenten komen ook op de werkvloer.’

Leren van elkaar

De Koekoek ging in april 2014 open en in september kwamen de eerste stagiaires. ‘We zien inmiddels dat we er dankzij hun inzet in slagen om onze visie uit te dragen en inderdaad persoonsgerichte zorg te bieden’, zegt Dijkman. ‘We stimuleren de leerlingen om hun mening te delen en we betrekken ze bij de invulling van het onderwijsprogramma. We merken dat we hierdoor continu worden geprikkeld met nieuwe ideeën.’

Alle medewerkers fungeren ook als werkplekbegeleiders. Dijkman: ‘Dat is van invloed op hun hele functieprofiel. Aan toekomstige collega’s vragen we ook of ze ervaring hebben met het begeleiden van leerlingen, want in hun dagelijkse werk hebben ze altijd een stagiaire bij zich. Ze leren dus van elkaar en kunnen elkaar feedback geven over wat goed of juist minder goed gaat. De praktijk wijst uit dat beide partijen hiervoor open staan. In medewerkerstevredenheidsonderzoek vragen we niet expliciet uit hoe medewerkers tegen de aanwezigheid van stagiaires aankijken, maar we merken wel dat ze er plezier en uitdaging in vinden om continu samen te werken met jonge mensen en te zien hoe die groeien. Ook cliënten en mantelzorgers geven aan het prettig te vinden dat er zoveel jonge mensen in huis rondlopen. De bezetting op de groepen is goed, waardoor er tijd is om de zorg te bieden die aansluit op wat de cliënten wensen. We kunnen ’s ochtends rustig opstarten en aansluiten bij het ritme dat zij prettig vinden.’

Wel drie aandachtspunten

Punt van aandacht is wel dat stagiaires vaak korte periodes van 10 of 20 weken stagelopen en dat er dus meer wisselende gezichten zijn. ‘De vaste basis van gediplomeerden biedt echter voldoende continuïteit’, zegt Dijkman. Een ander aandachtspunt is dat bij aanvang makkelijk voldoende stagiaires te vinden waren, maar dat inmiddels scholen soms een overschot aan stageplekken hebben. Dijkman: ‘Het gevolg is dat we dan naar een andere oplossing moeten zoeken en de plekken bijvoorbeeld opvullen met stagiaires op niveau 3. Het eerste en tweede schooljaar zijn geen probleem, maar in de volgende twee schooljaren willen ze toch liever naar het ziekenhuis. Bij ons ligt dus wel de opdracht om ook de ouderejaars voldoende uitdaging te bieden.’

Een derde punt van aandacht is dat het een uitdaging voor de docenten is om lessen te verzorgen voor studenten van niveau 3, 4 en 5 uit het eerste tot en met het vierde leerjaar waar toch iedereen wat van opsteekt. Van belang is dat de inhoud van de lessen aansluit bij wat er onder de studenten leeft op dat moment. ‘Voor de werkbegeleiders is het een uitdaging om stagiaires coachend te begeleiden en werkenderwijs te laten leren’, zegt Dijkman, Op dit moment werken de stagiaires nog weinig zelfstandig, maar vooral de derde- en vierdejaars geven aan dit wel te willen. Logisch, want dan leren ze meer en ervaren ze ook beter wat zoal bij het werken op een groep komt kijken. We zijn dus aan het nadenken over de vraag of we ze na een inwerkperiode kunnen loslaten, waarbij ze wel kunnen terugvallen op een werkbegeleider die op een andere groep werkt. Zo werken we in kleine stapjes toe naar de situatie waarin we één woonlaag echt volledig tot leeromgeving maken. Het belangrijkste punt van aandacht hierbij is de behoefte aan continuïteit waaraan de bewoners en mantelzorgers behoefte hebben.’

Interview door Frank van Wijck

Meer weten


Geplaatst op: 23 februari 2017
Laatst gewijzigd op: 3 maart 2017