Huisarts en SO zij aan zij voor duurzame medische zorg in Midden Holland

Een huisarts en specialist ouderengeneeskunde die in het verpleeghuis samenwerken. En een gloednieuwe campus waar mbo-medewerkers van ouderenzorgorganisaties in de regio hbo-modules volgen. Het zijn enkele concrete resultaten van de samenwerking in Midden-Holland. ‘Samenwerking is absoluut nodig, want de opdracht die er ligt, is fors’, zegt Miranda Schouten, bestuurder van WelThuis.

Pilots in de regio’s – Vliegwiel voor samenwerking

Het actieonderzoek Duurzame medische zorg ging in november 2018 vanuit ESHPM van start. Vanaf dag één werd samengewerkt met de regio’s, het ministerie van VWS, de zorgkantoren en Waardigheid en Trots in de regio. Met als uitgangspunt: hoe kun je door samenwerking in de regio de zorg anders organiseren en meer capaciteit creëren?

In 2020 verscheen een interactieve publicatie over duurzame medische zorg in een aantal pilot regio’s. De publicatie schetste de problemen in een aantal regio’s en laat zien hoe zij experimenteren met innovatieve vormen van ouderenzorg.

Nu, een jaar later, vertellen een zevental regio’s hoe zij verder zijn gegaan met deze initiatieven. In deze serie nemen we je de komende tijd mee het land door. Dit is deel 5: Midden-Holland.

De groeiende schaarste aan specialisten ouderengeneeskunde (SO) vormt een belangrijk onderdeel van die opdracht, gaat Miranda verder. Maar de zorgorganisaties in de regio werken sinds enkele jaren op meer fronten samen. ‘Het gaat bijvoorbeeld ook om het werkklimaat, opleidingsmogelijkheden en het verbeteren van de digitale vaardigheden van zorgmedewerkers.’

Huisarts in verpleeghuis

In diverse pilots experimenteerde de regio de afgelopen jaren onder andere met het herschikken van taken en een efficiënte inzet van de SO. Deze werden ondersteund door Waardigheid en trots in de regio en gekoppeld aan het onderzoek Duurzame medische zorg (DMZ) van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Zo werd in het zelfstandige verpleeghuis de Zevenster een huisarts ingezet, naast een SO die werd ingehuurd bij Novicare. ‘Bestuurders in de regio zagen dat een kleine organisatie als de Zevenster moeilijk aan artsen kon komen’, vertelt Miranda. ‘En realiseerden zich dat dit ook andere organisaties kan treffen. In de pilot wilden ze onderzoeken of het inzetten van een huisarts helpt om de SO te ontlasten en hoe de samenwerking zou verlopen.’

‘Een huisarts staat in een cure-stand, terwijl de SO juist in de care-stand staat’

Mark Telgenkamp

Dezelfde gezichten

De huisarts die werd aangetrokken wilde dit zelf en kende al veel bewoners, omdat die voorheen cliënt bij haar waren. Wat de pilot heel duidelijk maakte, is dat het echt tijd kost voordat de SO en huisarts op elkaar zijn ingespeeld. Mark Telgenkamp, projectleider DMZ in de regio: ‘Voor de SO betekent dat toch dat die een aantal taken moet overdragen. En dat is wennen, ook omdat de SO eindverantwoordelijk blijft. Bovendien staat een huisarts meer in een cure-stand, terwijl de SO juist meer in de care-stand staat. Ze moesten naar elkaar toe groeien en aftasten wie waarvoor verantwoordelijk is. In de pilot is dat uiteindelijk ook gelukt.’ Miranda Schouten vult aan: ‘Het kost gewoon tijd om goed thuis te raken in de ouderenzorg. Een goede afstemming met de SO is heel belangrijk. En het helpt als sprake is van een goede chemie tussen huisarts en SO. In de Zevenster loopt het nu heel goed. De huisarts is zichtbaar en één keer in de week schuift de SO aan. Voor bewoners betekent dat steeds dezelfde gezichten en dat is prettig, ook voor verpleegkundigen.’

Financiering is lastig

De financiering van de constructie bleek wel lastig vanwege de verschillende financieringsstromen (Zorgverzekeringswet en Wet langdurige zorg). Ook in een vergelijkbare pilot in Huize Winterdijk deed dit probleem zich voor. ‘De financiering in het verpleeghuis valt uiteen in een zorg- en behandelcomponent. En bij behandeling gaat het dan om alle medische en paramedische zorg. In de loop van de pilot werd de behandelcomponent in het ZZP-tarief naar beneden bijgesteld en konden we de constructie niet voldoende financieren’, zegt Miranda Schouten.

Inmiddels is de Zevenster gefuseerd met WelThuis, dat wel een eigen medisch behandelteam en secretariaat heeft. Vanaf 1 januari 2022 gaat dit team de rol van Novicare invullen. Zodoende kunnen de huisarts en SO van de Zevenster de ‘regeldingen’ dan hier neerleggen. ‘De behandelaars kunnen zich nog meer op hun arts-taken richten. Zo kunnen we de continuïteit van deze constructie in de Zevenster straks borgen.’

VS bij de huisarts

Een andere pilot waar DMZ-onderzoek aan gekoppeld was, heeft de regio noodgedwongen stop moeten zetten. Zo kunnen huisartsen de SO vragen om advies. ‘Het idee was om de verpleegkundig specialist (VS) die adviserende taak over te laten nemen. En om de VS te laten beslissen wanneer de hulp van de SO alsnog ingeschakeld moest worden. Maar mede door de coronacrisis is het niet gelukt om de pilot goed op te starten in de huisartsenpraktijk’, vertelt Mark Telgenkamp. Miranda Schouten vult aan: ‘De VS is in de huisartsenpraktijk minder bekend dan de SO. Het is heel belangrijk dat huisarts en VS elkaar eerst goed leren kennen en inzien welke meerwaarde de ander heeft. Want er zijn verpleegkundig specialisten met heel veel ervaring in de ouderenzorg.’ De regio heeft het idee van de pilot dan ook nog niet losgelaten. ‘Want het kan een aantrekkelijke manier zijn om de SO te ontzien. Al zullen we ook hier het financieringsvraagstuk moeten oplossen.’

Hbo-deelcertificaten in trek

Trots is de regio op de Campus Gouda, die dankzij de samenwerking in het najaar van 2021 met vijftien studenten van start kon gaan. Het gaat dan om mbo-medewerkers van de zorgorganisaties die op de campus hbo-modules kunnen volgen. ‘De campus werkt met deelcertificaten en dat vinden veel mbo’ers fijn. Want niet iedereen wil een volledige hbo-opleiding volgen. De belangstelling voor de campus is dan ook groot’, aldus Miranda Schouten. Een andere belangrijke ontwikkeling noemt ze het traject waarin zorgmedewerkers werden ondersteund om hun digitale vaardigheden te verbeteren. ‘Daarin ging het echt om de basisvaardigheden, zoals: hoe werk je met verschillende devices en systemen? Nu hebben we de wens om door te gaan met eenzelfde, gezamenlijke aanpak richting het gebruiken van zorgtechnologie. Dit willen we graag in 2023 oppakken, omdat er voor 2022 een aantal andere zaken op het programma staan. En dan zouden we dit traject niet voldoende aandacht kunnen geven.’

Door Karin Burhenne

Meer weten

Geplaatst op: 3 december 2021
Laatst gewijzigd op: 16 december 2021