Kwaliteitsverbetering verpleeghuiszorg

Henk Smets: ‘Een begroting kun je als cliëntenraad beïnvloeden. Zorg dus dat je die kent.’

Een van de sprekers tijdens de discussiesessie over het Kwaliteitskader Verpleeghuiszorg die speciaal voor cliëntenraden werd georganiseerd, was Henk Smets. Het is zijn overtuiging dat een sterke cliëntenraad belangrijk is om te waarborgen dat – in overeenstemming met dat kwaliteitskader – de stem van de cliënt sterk doorklinkt in het beleid van de organisatie.

Henk Smets werd actief in de cliëntenraad van Curamus in Zeeuws Vlaanderen toen zijn schoonmoeder daar kwam te wonen op de locatie Lange Akkers. Na haar overlijden bleek hij actief en kreeg hij de gelegenheid om onafhankelijk voorzitter van de centrale cliëntenraad te worden. Nu Curamus is gefuseerd met ZorgSaam is hij voorzitter van de cliëntenraad voor thuiszorg en ouderenzorg van deze nieuwe fusieorganisatie. ‘Ik ben actief gebleven omdat ik mij erg betrokken voel bij de ouderenzorg’, vertelt hij. ‘Ik ben ook actief binnen de expertpool Zorggeld van LOC zeggenschap in zorg, die cliëntenraden begeleidt bij het lezen van begrotingen en andere financiële documenten van zorgaanbieders. En bij die begeleiding hoort ook uitleg over de vraag waarom het voor cliëntenraden belangrijker is om inzage te hebben in begrotingen dan in jaarrekeningen.’ Waarom? ‘Omdat je een begroting nog kunt beïnvloeden’, zegt Smets, ‘een jaarrekening niet meer. In de begroting kun je relaties leggen met aspecten van kwaliteit zoals de inzet van de hoeveelheid zorgpersoneel en hun opleidingsniveau. Je kunt er zelfs gegevens uit hun motivatie uit halen als je kijkt naar het begrote ziekteverzuim, dat is daar een goede indicator voor. Als binnenkomend geld dat bestemd is voor de zorg niet aan zorg besteed wordt, kun je niet verwachten dat de kwaliteit van zorg op peil is. Kennis van de jaarrekening is voor de cliëntenraad in die zin belangrijk dat je met enkele financiële kengetallen kunt beoordelen of de “zorgonderneming” toekomstbestendig is.’

Dat Smets op dit niveau een taak weggelegd ziet voor de cliëntenraad heeft veel te maken met zijn technische achtergrond in het bedrijfsleven. ‘Daar wordt beduidend anders gewerkt dan in de zorg’, zegt hij. ‘Besluitvorming gaat er veel sneller en er wordt veel meer gemeten. Van dat laatste merkte ik in de zorg heel weinig toen ik mijn eerste jaardocument las. Ik vroeg me toen ik het uit had af: “Wat heb ik nou eigenlijk gelezen?”. Dat jaardocument stond vol met plannen maar er stond niets concreets in. “Dat kan ook niet”, kreeg ik toen van de bestuurder te horen, maar het kan dus wel en het helpt om de zorg beter af te stemmen op wat de cliënt nodig heeft.’

Uitgaan van de cliënt

Ook het Kwaliteitskader Verpleeghuiszorg gaat uit van die cliëntbehoefte. ‘Ik ben dan ook blij met dat document’, zegt hij, ‘want het zet een goede stap richting aandacht voor het individu. Het kwaliteitskader gaat net als de cliëntenraad uit van het perspectief van de cliënt. We komen uit een tijd waarin de organisatie zich op het standpunt stelde dat ze wist wat goed was voor de cliënt. De eerste stap op weg naar verbetering was dat de cliënt meer keuzemogelijkheden werd geboden in zijn laatste levensfase. En nu zien we de volgende fase, waarin dat aanbod niet meer collectief is, maar afgestemd wordt op de individuele cliëntbehoefte, aansluitend op diens levensgeschiedenis. Het vervolg hierop zou wat mij betreft moeten zijn dat niet alleen naar die geschiedenis wordt gekeken, maar ook naar de vraag wat de cliënt nog wenst voor de rest van zijn leven en hoe de zorgaanbieder daarop met zijn aanbod kan aansluiten. Dit vraagt een investering en het vergt diepgravende gesprekken met die cliënt, maar het is wel wat het kwaliteitskader beoogt. Mijn boodschap is dan ook: gebruik het daarvoor. Het risico is dat het kwaliteitskader toch weer vooral wordt gezien als instrument om verantwoording af te leggen aan het zorgkantoor en de Inspectie voor de Gezondheidszorg. Het gaat erom verantwoording af te leggen aan de cliënt.’

In het verlengde hiervan is voor Smets heel duidelijk wat de rol van de cliëntenraad is in de implementatie van het kwaliteitskader: bij alle plannen die gemaakt worden steeds de vraag stellen of nog wordt gedacht aan de cliënt. ‘Hiermee ontken ik niet het belang van externe verantwoording aan het zorgkantoor en de Inspectie’, zegt hij. ‘Maar ik vind het wel belangrijk om te zien dat ook die twee partijen bij het beoordelen van die verantwoording steeds beter naar het cliëntenbelang beginnen te kijken. Als cliëntenraadslid merk ik dat ze opener zijn geworden. Ze luisteren naar onze kant van het verhaal en doen daar ook wat mee. De zorgkantoren gaan duidelijk het kwaliteitskader volgen, en de Inspectie is veel meer aanschouwend gaan werken. Ze zit in de woonkamer en observeert, dat is een heel goede ontwikkeling.’

Professionaliteit belangrijk

De verandering die de ouderenzorg doormaakt heeft ook gevolgen voor de cliëntenraad, stelt Smets. ‘Die moet natuurlijk heel dichtbij de cliënt staan’, zegt hij, ‘maar het is steeds belangrijker aan het worden dat die ook professionaliteit in zich heeft. Benoem dus in de cliëntenraad onafhankelijke leden die verstand hebben van zaken als de zorginhoud, financiën en veiligheid. Ik ken ook een cliëntenraad die in een fusietraject tijdelijk een jurist aan zich gebonden heeft. Daarmee sluit je aan bij de ontwikkeling die de ouderenzorg nu doormaakt.’

En de relatie met de raad van bestuur? ‘Ook die verandert’, zegt Smets. ‘Een raad van bestuur heeft niets aan een cliëntenraad als ze die niet al in een vroeg stadium meeneemt in de ontwikkeling van plannen. Ik zie de uitgangspunten van het kwaliteitskader als een aansporing om die cliëntenraad wél vroegtijdig bij plannen te betrekken, dus ook op dat niveau vind ik dat kwaliteitskader een goede ontwikkeling. Het gaat immers over verbeteren als continu proces en daarvoor heeft de organisatie de cliëntenraad echt nodig. Wel moet je voorkomen dat je hiermee als cliëntenraad teveel gaat meepraten met de raad van bestuur. Je moet dus steeds terugkeren naar het cliëntenbelang.’

Smets maakt zich wel zorgen over de continuïteit in cliëntenraden nu cliënten steeds korter in het verpleeghuis wonen. Zelf bleef hij actief na het overlijden van zijn schoonmoeder, maar het gebeurt ook vaak dat een cliëntenraadslid zich terugtrekt uit de functie na het overlijden van de naaste. ‘Op die aspecten van deskundigheid vind je nog wel mensen’, zegt hij, ‘maar juist het vinden van mensen die betrokken zijn bij de cliënten is een probleem aan het worden. Zorg dus dat je ook mensen blijft vinden die heel dicht bij de cliënten staan, zoals mantelzorgers en vrijwilligers. En zoek ook mensen die binding hebben met de zorg buiten het verpleeghuis, zoals familieleden van iemand die intensieve thuiszorg ontvangt.’

Interview door Frank van Wijck

Meer weten


Geplaatst op: 30 mei 2017
Laatst gewijzigd op: 30 mei 2017