Gert van Dijk: ‘De cliëntenraad moet het verhaal voor zichzelf laten spreken’

De Tilburgse hoogleraar Gert van Dijk vindt dat cliëntenraden geen bestuurlijke of toezichthoudende ambities moeten willen hebben. Hun belangrijkste taak is de raad van bestuur vertellen hoe het leven in de buitenwereld eruit ziet. En, als het nodig is, moet ze ook het vertrouwen in bestuur en toezicht kunnen opzeggen.

Als er nu één woord is dat is overgebleven uit de wollige jaren zestig en dat hoognodig op de schroothoop moet, dan is het “inspraak”. ‘Zo’n onzinnig woord heb ik nog nooit gehoord’, zegt Gert van Dijk. ‘We moeten echt niet denken dat een orgaan als een cliëntenraad iets voor elkaar krijgt in een organisatie omdat ze “inspraak” heeft. Dat is helemaal niet wat de waarde van een cliëntenraad voor een zorgaanbieder bepaalt.’

Van Dijk is keynote spreker tijdens het Waardigheid en trots congres van 10 oktober ‘Cliëntenraad: van weten naar doen!’ Hij is hoogleraar Cooperative business administration and governance aan  Tilburg Universiteit en onafhankelijk voorzitter van de ledenraad van pensioenuitvoeringsorganisatie PGGM.

Van buiten naar binnen

Wat is dan wel de waarde van een cliëntenraad voor een zorgaanbieder? ‘De rauwe werkelijkheid van buiten naar binnen brengen’, zegt Van Dijk. ‘Niet meer en niet minder. Als cliëntenraad ben je geen bestuurder, toezichthouder of adviseur, en van de “inspraak” die wordt gezegd dat cliëntenraden hebben, moeten we ons zoals ik al zei niet teveel voorstellen. De cliëntenraad hoort zich dus te beperken tot die rol waarin ze uniek kan zijn, en dat is inderdaad het binnen de organisatie vertellen wat er in de buitenwereld gebeurt, onopgesmukt en zonder er conclusies aan te verbinden of er standpunten uit te destilleren. Wat de cliëntenraad vooral níet moet doen, is de belangenbehartiger uithangen. Ze moet het verhaal voor zichzelf laten spreken.’

Het is een boodschap die Van Dijk door cliëntenraden niet altijd in dank wordt afgenomen, en die ze ook niet altijd geloven. ‘Cliëntenraden zijn vaak blij als ze bij de raad van bestuur aan tafel mogen zitten’, zegt hij. ‘Maar dat is een fopspeen eerste klas, want dan ben je ingekapseld en dus monddood. Heb als cliëntenraad dus vooral geen bestuurlijke ambities.’

Good governance

Wat moeten bestuurders en toezichthouders doen met die rauwe werkelijkheid die de cliëntenraad van buiten naar binnen brengt? Van Dijk: ‘De raad van bestuur moet er vooral heel goed naar luisteren en de raad van toezicht moet erop toezien dat het verhaal bij de bestuurders binnenkomt en op zijn waarde wordt geschat. In feite is dat wat good governance is. Good governance is het samenspel tussen de cliëntenraad, de raad van bestuur en de raad van toezicht waarbij de eerste partij vertelt, de tweede luistert en de derde in de gaten houdt of er wel wat gebeurt met die verhalen.’

Ziet Van Dijk in de praktijk voorbeelden van good governance? ‘In het onderwijs is het hiermee heel droevig gesteld’, zegt hij. ‘In wonen bestaat nog een grote angst om “gewone mensen” aan het woord te laten. En in de langdurige zorg begint good governance zoals ik die zie op een paar plaatsen heel voorzichtig van de grond komen. Maar het gebeurt nog slechts sporadisch, want wat ik toch nog veruit het meest zie, is een organisatiestructuur die juridisch erg formeel dichtgeregeld is. De toezichthouders vinden zichzelf heel belangrijk en zitten dikwijls mee te besturen en de bestuurders dekken zich dus in.’

Invloed

Welke les kan hieruit worden getrokken voor de praktijk van de langdurige zorg? Van Dijk ziet naast de bovengenoemde rol voor de cliëntenraad twee andere rollen. Hij vertelt: ‘De ene is het recht hebben – als er te lang niets gebeurt met wat ze vertelt – om te agenderen dat het bestuur er toch echt iets mee moet doen. En de andere is de bevoegdheid het vertrouwen in het bestuur op te zeggen als dit dan alsnog niet gebeurt. In de praktijk heb ik overigens nog nooit meegemaakt dat het zover moest komen. Wij hebben onderzoek gedaan naar de verantwoordelijkheid die mensen aankunnen in het bepalen hoe hun pensioengeld het best kan worden belegd als ze ook andere zaken dan financieel rendement belangrijk vinden, en wat ze zelf willen bijdragen,  bijvoorbeeld aan verbetering van de leefomgeving. De conclusie is dat mensen veel meer aankunnen dan we geneigd zijn te denken. Geef ze dus meer invloed, en durf bij hen dan ook de verantwoordelijkheid te leggen om te beslissen of bestuur en toezicht nog het vertrouwen verdienen.’

Meer weten


Geplaatst op: 3 oktober 2016
Laatst gewijzigd op: 3 oktober 2016