Eva van Zelm van Topaz: “We nemen geen genoegen meer met ‘dat kan niet”’

Missie Topaz

Wij vinden het belangrijk dat u kunt wonen en leven zoals u dat wilt. En dat u de zorg krijgt die bij u past: genoeg om uzelf te redden, maar ook niet meer dan nodig. U weet zelf het best waar u baat bij heeft. Onze specialisten en zorgmedewerkers zijn altijd beschikbaar, voor zo lang als nodig en zo intensief als u wilt. Of het nu bij u thuis is of in één van onze locaties.

Liefdevolle zorg is individueel maatwerk. De systeemwereld biedt daartoe niet altijd ruimte, zegt Eva van Zelm, projectleider Radicale vernieuwing verpleeghuiszorg bij Topaz. Door te onderzoeken wat de
bewoner nodig heeft en dóór te vragen, blijkt vanzelf of regels – vaak zelf ontwikkeld, ondersteunend zijn of in de weg zitten. “Het kritisch denkvermogen over administratieve lastenvermindering is écht op gang gekomen. Medewerkers en bewoners worden serieuzer genomen in wie zij zijn.”

Door middel van administratieve lastenvermindering is er meer tijd voor de cliënt en zijn medewerkers meer tevreden.

Wat kenmerkt jullie omgang met belemmerende regels?

“Als je iets vastlegt in een regel, ontneem je mensen de verantwoordelijkheid om na te denken over wat ze in een bepaalde situatie moeten doen. Dat is vervelend, want in de zorg gaat het om mensen, om relaties, om luisteren en afstemmen met elkaar. Topaz wil liefdevolle zorg bieden: de dingen doen die ertoe doen voor de mens om wie het gaat. Dat is individueel maatwerk en de systeemwereld laat daarvoor niet altijd ruimte bestaan. Dit neemt niet weg dat regels voortkomen uit goede intenties. Het gaat er dan ook niet zozeer om ze zoveel mogelijk te schrappen, maar om er op een goede manier mee om te gaan. Wij hebben
dus geen schrapsessies gehouden.”

Medewerkers faciliteren na te denken: is wat ik doe goed?

“Wat we wel doen is in gesprekken, onderzoek en observaties achterhalen: wat is belangrijk voor u en wat verhindert om dat te bieden? Is dat een regel, dan moeten we kijken of we die anders kunnen toepassen, of dat die mogelijk toch moet worden geschrapt. Dit aan de orde stellen plaatst medewerkers in de stand van nadenken over de vraag of wat ze doen goed is. Natuurlijk kom je dan regels tegen en in veel gevallen zullen dat regels zijn waarvan we constateren dat ze bestaan met het argument: dat doen we toch al jaren zo. Onze gedachte was: als we die knellende regels willen aanpakken zullen we wel tegen de Inspectie voor Gezondheidszorg en Jeugd aan lopen. In het kader van Radicale vernieuwing verpleeghuiszorg zei VWS dat ze dan graag wilde kijken of ze ruimte kon bieden.

”We hebben minder het gevoel dat eerst alle zorgtaken gedaan moeten worden en er pas daarna ruimte is voor leuke dingen”

Toen we daar verder over in gesprek raakten met elkaar kwamen we al snel tot de conclusie dat de inspectie ons eigenlijk nergens in de weg zit, omdat we het juist vaak hebben over regels die we zelf hebben gemaakt. Neem bijvoorbeeld de regel dat een helpende die bij een bewoner een microlax moet toepassen daarvoor een collega moet roepen, omdat het een voorbehouden handeling is. In de thuiszorg doet die helpende het wel zelf, omdat ze daar de functie verzorgende C heeft. Ze kan het dus wel, maar in het verpleeghuis moet ze een bewoner laten wachten totdat die collega er is. We zijn daarover in gesprek gegaan, we hebben het voorgelegd aan de ondernemingsraad en we hebben het functiehuis zo aangepast dat deze medewerker ook in het verpleeghuis deze handelingen kan doen.”

”Er zijn regels die bestaan met het argument: dat doen we toch al jaren zo”

Cultuur verandert: geen genoegen meer nemen met ‘dat kan niet’

“Inmiddels beginnen we te merken dat de dynamiek verandert. Medewerkers nemen geen genoegen meer met ‘dat kan niet’ maar vragen dóór waarom dan niet en hoe dat op te lossen is. Dat kritisch denkvermogen is echt op gang aan het komen. Met als gevolg dat medewerkers en ook bewoners serieuzer worden genomen in wie zij zijn en dat niet te lang wordt gewacht met het oppakken van problemen. Een mooi voorbeeld is dat van de dochter die na het in werking treden van de Algemene Verordening Gegevensbescherming ineens niet meer het dossier van haar moeder kon inzien omdat dat niet meer op haar kamer lag. Dan niet wachten totdat we hier de stap hebben gezet naar digitale dossiers, maar gewoon beslissen om het deel van het dossier dat relevant is voor die dochter weer op de kamer van die bewoner te leggen.”

”Als je iets vastlegt in een regel, ontneem je mensen de verantwoordelijkheid om na te denken over wat ze in een bepaalde situatie zouden doen”

Voorbeelden Topaz

  1. Het is een traditie dat de motorclub Easy Riders Kattuk uit Katwijk in de maand mei een mooie motortocht organiseert voor bewoners van de Huntington afdelingen in Topaz Overduin. Bewoners reden altijd achter de motorrijders aan in een touringcar. Het zou een te groot risico zijn om bewoners op de motoren of in een zijspan mee te laten rijden, omdat de verzekering dit niet toestond. Totdat iemand afgelopen jaar besloot om er eens in te duiken en wat bleek: de verzekering was helemaal het probleem niet. Deze regel hadden we dus blijkbaar onszelf opgelegd. De bewoners die dit wilden, konden gewoon meerijden. Uiteindelijk zijn twee bewoners meegereden in een zijspan en een op een trike (driewielig voertuig, red.). Ze hebben er intens van genoten.
  2. We rapporteren niet meer standaard dagelijks over zaken die eigenlijk vanzelfsprekend zijn (dat iemand verzorgd is, bijvoorbeeld). In plaats daarvan rapporteren we over bijzonderheden. Dit scheelt tijd en maakt de rapportages informatiever.
  3. Voorheen hanteerden we de regel dat bij uitstapjes buiten het verpleeghuis een verzorgende mee moet. Het kwam weleens voor dat er geen verzorgende mee kon en dat het uitje werd afgezegd onder het mom van ‘het zekere voor het onzekere’. Nu kijken we per situatie wie er mee gaat en wat verantwoord is én hoe we het kunnen organiseren. Het komt niet zo snel meer voor dat een uitje wordt afgeblazen, omdat er geen verzorgende mee kan.
  4. Voor het jaar 2017 hadden we zogeheten addendumafspraken gemaakt met het Zorgkantoor. Dit zijn afspraken over het verbeteren van kwaliteit, waar een opslag op het tarief aan gekoppeld was. Door voortschrijdend inzicht gingen we anders aankijken tegen de afspraken die op papier stonden. Maar omdat het veel geld betrof, en het Zorgkantoor over dit geld besluit, was onze neiging om ons aan de oude afspraken te conformeren. Maar dat was niet per se het beste om te doen. We zijn toen het gesprek aangegaan met het Zorgkantoor en hebben samen de afspraken aangepast. Het Zorgkantoor wil namelijk ook graag dat het geld zo goed mogelijk wordt besteedt. Dus de regel ‘afspraak is afspraak’ was in dit geval niet meer helpend.
  5. Het maken van afspraken rond de verhuizing naar een verpleeghuis worden door de zorg zelf gemaakt met de bewoner en familie. De zorgadviseur en de manager deden dat. Maar niet zelden kwam het dan de zorg en de familie helemaal niet goed uit.
  6. Enzovoorts enzovoorts….
  7. Dan zijn er nog de (vaak ongeschreven) regels in de categorie ‘meer aandacht voor welzijn’, zoals: je mag nu wel huisdieren meenemen, vroeger niet. Er wordt nu wel wijn geschonken bij het eten, voorheen niet. We hebben minder het gevoel dat eerst alle zorgtaken gedaan moeten worden en dat er dan pas aandacht kan zijn voor ‘leuke dingen’.
  8. En er zijn nog de ‘regels van de hiërarchie’, zoals: we vragen niet meer voor alles toestemming aan de manager, maar we nemen initiatief en stemmen dit af met alle belanghebbenden, onder
    wie de manager. Maar ook binnen teams: we blijven niet meer allemaal op onze eigen postzegel zitten, maar overleggen met elkaar, helpen elkaar.

Meer weten

  • Dit artikel komt uit de publicatie Radicale vernieuwing verpleeghuiszorg, Van regels naar relaties. Bekijk hem hier:

Geplaatst op: 5 oktober 2018
Laatst gewijzigd op: 19 december 2019