‘Eerst dacht ik: dat ga ik nooit in stand houden. Maar ze houden de magie zelf in stand!’

In gesprek met: Hans van Amstel, bestuurder van Warm Thuis

“Mooi, hè, die paardjes?” Hans van Amstel, bestuurder van Warm Thuis, kijkt met een kop koffie in zijn hand uit over het grote stuk land achter de stolpboerderij in Zuidermeer. Aan de andere kant van het raam trotseren twee shetlandpony’s met wapperende manen fier de windkracht 7, die over het Noord-Hollandse platteland jakkert. Het is donderdag 1 maart 2018, gevoelstemperatuur min 15 graden Celsius, de koudste 1 maart ooit gemeten. De paardjes behoren tot de ménagerie die zo vanzelfsprekend is voor Warm Thuis en zijn bewoners.  Het landleven met moestuin en boerderijdieren geeft de in de streek geboren en getogen NoordHollanders een gevoel van herkenning en veiligheid. Ze hebben hier een nieuw thuis. Een ondanks de snijdende koude warm thuis, met warme zorg.

Warme Zorg

Warme Zorg, daar gaat het voor een groot deel om in het gesprek met Hans van Amstel. Het is de naam van de zorgvisie waarvoor voormalig (en onlangs overleden) verpleeghuisarts Hans Houweling de basis legde. “Ik zou het erg waarderen als je hem wilt noemen”, zegt de Hans van Amstel, die Houweling ziet als een van de voorlopers van de veranderingen waar de zorg nu inzit. “Hans is echt de grondlegger van Warme Zorg of belevingsgerichte zorg, of hoe je het noemen wilt. In de jaren ’70 en ‘80 trok hij al ten strijde tegen de vrijheidsbeperkende maatregelen in verpleeghuizen, zoals de Zweedse band. Hij was een verpleeghuisarts en had autoriteit. Een man die van drastische handelingen hield. Dan ging hij vloerkleden het verpleeghuis inslepen, om het kille karakter eruit te halen. Levensgevaarlijk vonden ze dat.” Samen met René de Vries en Hugo van Waarde begon Houweling het befaamde Anton Pieckhofje in Haarlem. Al dertig jaar huren mensen met dementie daar woonruimte van de woningcorporatie, waarin zij zorg ontvangen. Kleinschalig, huiselijk, vertrouwd en in vrijheid. Precies zoals Houweling en zijn kompanen het ook voor Warm Thuis bedacht hebben.

Radicaal vernieuwen

“Die drie mannen, met Hans Houweling voorop, dachten dat het anders kon met de verpleeghuiszorg. En als je het nu hebt over radicaal vernieuwen, dan is dat hén letterlijk gelukt. Op zoek naar ruimte voor een zorglocatie liepen ze tegen twee vervallen stolpboerderijen aan, een in Oterleek en een in Zuidermeer. Ze waren echte visionairs, hadden die krachtige visie, Warme Zorg, en daarmee hebben ze het hier zonder concessies vormgegeven.” Hans loopt in gedachten de gebouwen van Warm Thuis langs. De huisjes voor de bewoners, in en rond de stolpboerderijen, zijn niet zomaar gedachteloos ingedeeld. Volgens Warme Zorg willen mensen in een herkenbare, veilige omgeving wonen. Je hebt dus een deur, een hal met kapstok en wc, een woonkamer en keuken, en dan slaapkamers aan een korte gang. Er zijn maar twee badkamers, anders wordt de gang te lang. “Het is bijna dogmatisch, Hans had bedacht: zo gaan we het doen. Door die drie mannen is er radicaal vernieuwd.”

Veiligheid

Ruim drie jaar geleden kwam Hans van Amstel als bestuurder binnen bij Warm Thuis, na – zoals hij het zelf beschrijft – een kronkelige weg door de zorg. Het concept van Warm Thuis stond dus al; een rijke erfenis van de drie grondleggers. “Toen ik hier kwam werken, was ik verbijsterd dat het zo kan. Het begint allemaal bij de visie Warme Zorg. Die gaat ervan uit dat je, als je dement wordt, de greep op het leven kwijtraakt. In reactie daarop ga je op zoek naar gehechtheidsfiguren; zoals een kind dat bang is en zich vastgrijpt aan de rokken van moeder. Ook iemand met dementie zoekt die veiligheid en zekerheid. Hoe zit het met tijd? Met materie, de omgeving? Je weet het niet meer. Warme Zorg werkt met kleine woongroepen van zes, hooguit zeven mensen. Acht is een verpleeghuis, zei Hans Houweling altijd. Dan wordt het te groot en te veel.”

Lief zijn voor mensen

Het leven speelt zich grotendeels af in het huisje, een heel prettige, vertrouwde omgeving waar bewoners hun eigen spullen in hebben staan. Per huisje is er een vast team woon-zorgbegeleiders, de hechtingsfiguren voor de bewoners. “Vergis je niet, de bewoners kennen die medewerkers heel goed en zijn erg aan hen gehecht; als er iets met ze is, voelen ze dat feilloos aan.” Er heerst een grote vrijheid; iedereen moet kunnen doen en laten wat hij wil. De deuren staan dus open, altijd. “Om drie uur ‘s nachts zat onze bewoonster Mieke soms hier in de boerderij van de Dagsociëteit piano te spelen. Moet je je voorstellen: dwaalt er ook nog iemand op het terrein. “O”, zegt de nachtverzorgende, “kom er even bij, Mieke is piano aan het spelen, wil je ook een kopje thee?” Zo gaat dat. Gewoon lief zijn voor mensen, de nabijheid laten voelen. Dat je aan durft te raken, een knuffel durft geven.” Hans verwijst niet voor de eerste keer naar de video Mooi Werk die Warm Thuis samen met collega-instelling Reigershoeve heeft laten maken. “Het is heel ontroerend. Als mensen naar bed gebracht worden … nog even een aai over de bol, een kusje. Zo betrokken, dat straalt ervan af, dat is niet gemaakt, maar dat is wat onze mensen doen.”

Levensritme

Bij Warm Thuis is het niet de etenskar of de klok die het ritme bepaalt. “Het is zo vanzelfsprekend dat je mensen laat slapen totdat ze wakker worden of het fijn vinden om hun bed uit te komen. Niet iedereen hoeft om 10.00 uur gewassen en gekleed te zijn, omdat de verzorgenden dan met elkaar koffie willen gaan drinken. Zoals het ook vanzelfsprekend is, dat je iemand die alleen wil eten, naar zijn kamer brengt. Bij ons geen fysiotherapeut die zomaar de woning binnenholt, ‘omdat mevrouw nu aan de beurt is’. Geen behandelaars die de dienst uitmaken, zoals de specialist ouderengeneeskunde. “Die is van onschatbare waarde, maar zijn agenda bepaalt niet het levensritme van de bewoners. Dat doet de bewoner zelf, en de woon-zorgbegeleider. De specialist is goud waard als de zorgproblematiek heel ingewikkeld wordt. Tot die tijd doet de huisarts het.”

Wachtlijst

Het concept van Warm Thuis lijkt aan te sluiten bij een diepgevoelde behoefte in de samenleving om een persoonlijke, mensgerichte ondersteuning te geven aan ouderen die niet meer zelfstandig kunnen wonen. Wonen bij Warm Thuis is dan ook zeer gewild, tot Hans’ ongeveinsde frustratie. “De mensen zouden geen genoegen meer moeten nemen met de oude situatie. Ze kiezen eigenlijk al met hun voeten. We hebben hier een heel lange wachtlijst, terwijl grote instellingen in de omgeving leegstand hebben. Het is niet zo dat mensen hier uit vrije wil komen. Maar de gedachte is: “Als ik dan toch het huis uit moet…” Partners en familieleden zien wat we doen en kiezen heel bewust. Nieuwe bewoners die dat niet meer kunnen, weten gevoelsmatig dat ze hier willen zijn. Vaak gaat het ook heel geleidelijk. Mensen komen eerst naar de Dagsociëteit en wennen aan het ritme en de manier waarop ze benaderd worden. Ze verblijven eens in het Logeerhuis – een weekendje, dan een week, dan twee weken, een maand. Zo leren ze Warm Thuis kennen. En als ze geluk hebben, komt er een plekje vrij en kunnen ze verhuizen.”

Bescheiden

Over zijn eigen rol als bestuurder is Hans bescheiden. Grote ingrepen heeft hij niet gedaan, toen hij begon. “De financiële situatie was en is op orde. We hebben afscheid genomen van wat dure externe jongens. Een ZZP-er doet nu de administratie, daar ga ik elke woensdag mee zitten. De cijfers over 2017 zijn ook weer goed. Doordat we zo kleinschalig werken, kunnen we de overheadkosten zo laag mogelijk houden, nog onder de tien procent. Van al die centrale voorzieningen waar grote organisaties last van hebben, is bij ons geen sprake. Je ziet daar heel veel organisatorische eilandjes ontstaan, die stuk voor stuk op hun eigen manier proberen het goede te doen. Maar er ontstaat me daarmee toch een ruis! Bij ons is dat allemaal plat en weggesneden. Dat is heel doelmatig, en daardoor blijft er meer geld over voor de zorg. Op die manier is het met de beschikbare middelen allemaal rond te krijgen.”

Magie

Liever richt Hans de schijnwerpers op de verzorgenden; volgens Hans de kern van de organisatie. “Wij zijn er heilig van overtuigd dat de verzorging van mensen met dementie uitstekend overgelaten kan worden aan Verzorgenden IG Niveau 3. We hebben zelf geen Verpleegkundige Niveau 4. Zo gauw het nodig is, vliegen we die in. Daarvoor hebben we afspraken met Buurtzorg en Evean. Moeilijke medischtechnische handelingen doen zij; daarvoor zijn ze zeer welkom. Als het voor langere tijd is, proberen we die bekwaamheden over te dragen op onze verzorgenden. We hebben dus Verzorgenden Niveau 2 en 3, met name 3. Die doen dat zó goed. In de loop der jaren zijn ze ontzettend gegroeid in hun vak; ze hebben zich ontwikkeld tot de motor van hun woning. Vorig jaar hadden we korte tijd veel ziekte. Toen heeft de locatieleidinggevende op het punt gestaan mensen van het uitzendbureau te vragen. Maar over hun lijk! Ze hebben het met elkaar zo goed mogelijk georganiseerd en keihard gewerkt om het met hun eigen groepje voor elkaar te krijgen. Je gaat toch niet zo’n wildvreemde tegenover onze bewoners zetten! Voor mij is het magie waarin ik terecht ben gekomen. Eerst dacht ik: dat ga ik nooit in stand houden. Maar dat is helemaal niet moeilijk. Ze houden de magie zelf in stand!”

Lees het hele artikel verder op pagina 6 en de andere artikelen over Warm Thuis uit ‘Zicht op vernieuwing’ 

Bron: publicatie Zicht op vernieuwing in de beweging van Radicale vernieuwing verpleeghuiszorg, van regels naar relaties.

‘Zicht op vernieuwing’ biedt een inkijkje in het reilen en zeilen van acht zorgorganisaties die werken aan zorg waarin niet de regels, maar de mensen voorop staan. De publicatie komt met inzichten over de manier waarop zorgorganisaties radicaal kunnen vernieuwen en hun zorg kunnen organiseren rondom de relatie tussen bewoner, naasten en medewerkers. Denk aan inzichten van medewerkers, cliënten, naasten en managers. Naast deze inzichten vindt u concrete voorbeelden uit de dagelijkse praktijk.

Meer weten


Geplaatst op: 8 augustus 2018
Laatst gewijzigd op: 8 augustus 2018