Kwaliteitsverbetering verpleeghuiszorg

Dames THe-blik: ‘Over tijd en over deel tijd’

De Dames THe, Tineke van den Klinkenberg en Hetti Willemse, gaan sinds 2011 onverwachts op zorgvisite bij verpleeghuizen en woonzorgcentra door heel Nederland. Ze beoordelen de huizen op het ‘thuis voelen’ en kijken ernaar met de blik van: hoe zouden wij dit verpleeghuis voor onze eigen vader of moeder vinden? Op basis van hun zorgvisite ervaringen schrijven ze mooie blogs die verschijnen op de website van Waardigheid en trots.

De aanval is de beste verdediging. We waarschuwen maar bij voorbaat. Met deze THe-blik kunnen we zo maar het door ons opgebouwde krediet verspelen. De kwestie is deze. In de zorg sector en in het bijzonder in de ouderenzorg gaat de arbeidsmarkt sinds jaar en dag op en neer. Dan zijn er overschotten en dan ontslagen. Dan zijn er tekorten en vissen we met zijn allen in dezelfde personeelsvijver. Het stopwoord ‘werkdruk’ is daarbij niet tijdgebonden. Met dat argument wordt te pas en te onpas een inhoudelijk gesprek in de kiem gesmoord op het moment dat het op ‘wat gaan nu echt doen’ aan komt. Wat we hierboven- natuurlijk gechargeerd- beschrijven, is echt niet iets van de laatste jaren. Wij weten dat uit eigen werkervaring. Sterker nog we trekken zelf het boetekleed aan, als zelf mede-veroorzaker van een sinds de tweede helft van jaren tachtig van de vorige eeuw gigantisch opgetuigd systeem met regionale personeelsplanningen, taskforces, aanjagers, pacten, landelijke en regionale organen met navenante financierings- en subsidiestromen voor werkgevers en werknemers in de zorg met her en der verbindingen naar het onderwijs. Dit alles om deze zogenoemde ‘varkenscyclus’ in zorgvraag en -aanbod van gekwalificeerd zorgpersoneel  ‘under control’ te krijgen en het imago en de  kwaliteit van werken in de zorg te verbeteren.

Dames THe – www.zorgvisite.nl
“Ons inziens is de deeltijdfactor een wezenlijk punt om mee te nemen bij het reflecteren over de personele samenstelling. En een sleutel die de eeuwige fluctuaties van tekorten en overschotten op de arbeidsmarkt kan temperen, die de continuïteit van zorg kan vergroten, en hogere vaste inkomsten voor de medewerkers kan realiseren. En waarmee door efficiency in overdrachtstijd het aantal ongelukjes kan verminderen.”

Personeelssamenstelling

Ook het Kwaliteitskader Verpleeghuiszorg wijdt een hoofdstuk aan personeelssamenstelling. Er komen -sterker nog er zijn- tijdelijke personele normen, waaraan een dito prijskaartje van 2 miljard hangt. De zorgorganisatie moet ook de personeelssamenstelling (aard van de aanstellingen, kwalificatieniveau, ziekteverzuim, in- en doorstroomcijfers en de ratio personele en kosten/opbrengsten) opnemen in haar kwaliteitsplan. Dit moest voor 1 juli 2017 gepubliceerd zijn op haar website. We schreven hier eerder over in onze THe-blik: ‘Wie ben ik? En voor wie ben ik er?’. En we zien echt wel dat steeds meer zorgorganisaties de cijfers braaf op hun website zetten. Evenwel geen woord van toelichting of waarom.

Gelukkig hebben we dan het kwaliteitskader. Want dat schrijft voor dat er intern met alle betrokkenen (we nemen aan ook met de -overigens niet genoemde- cliëntenvertegenwoordigers!) binnen de zorgorganisatie gereflecteerd moet  worden over de aard van de te verlenen zorg en de noodzakelijke personeelssamenstelling. Deze reflectie moet in een openbaar document als het kwaliteitsverslag worden gepubliceerd op de website van de zorgorganisatie. Ook moet het resultaat worden  aangeleverd aan de Openbare database van het Zorginstituut Nederland. U voelt al nattigheid. Wij zien er allemaal weinig van terug tijdens onze zorgvisites. En ook de Openbare database van het Zorginstituut doet zijn naam geen eer aan want ‘zo lezen we op de website ’De bestanden zijn bedoeld voor de professionele gebruiker van kwaliteitsgegevens: voor onderzoekers, zorgverzekeraars en zorgaanbieders. De informatie uit de database is voor consumenten niet direct inzichtelijk en bruikbaar…….’ Lust u nog peultjes? Het betreft dus een openbaar document waar de consument die de zorg nodig heeft en die deze via premies en belastingen betaalt niet rechtstreeks bij kan……

De deeltijdfactor

Dit gezegd hebbende komen we bij een factor in de personeelssamenstelling die wij eigenlijk vrijwel nooit belicht zien, noch dat wij er beleid op gevoerd zien. Maar die oh zo bepalend is voor zaken als continuïteit, betrokkenheid, kwaliteit en imago. Het gaat om de deeltijdfactor. Wist u dat de zorgsector met zijn bijna 400.000 medewerkers de bedrijfssector is waar een medewerker het minste aantal uren per week werkt. Om en nabij de 23 uur is het gemiddelde. De deeltijd factor voor de hele V&V is 61% (ziekenhuizen en ggz om en nabij de 80%). Zet dit de feitelijke en gevoelde werkdruk niet in een wat ander licht?

Wij waren ooit zelf voorvechters van deeltijdwerken in een tijd dat dat nog ‘verboden’ was. Nu zien wij een onbedoeld effect ervan en we verkeren daarbij in goed gezelschap. De Tilburgse hoogleraar Edith Hooge durft bv de kat in de onderwijssector het spek aan te binden. In de Volkskrant van 24 juni 2017 schrijft zij over imagokwestie. En zegt dat al die parttimers de reputatie van het vak geen goed doen. Zij vindt dat het vak leraar weer aantrekkelijk dient te zijn voor fulltimers. Mensen die niet alleen voor de klas staan omdat het vak zo makkelijk te combineren is met de zorg thuis.

Een te hoge deeltijdfactor heeft nog een -ernstiger- nadeel waar wij heel vaak op gewezen worden. Met zoveel deeltijdwerkers moet er veel meer overgedragen worden van de ene medewerker naar de andere. Dat kost tijd, daarmee geld en het verhoogt het risico dat er iets verkeerd wordt begrepen, gedaan, nagelaten etc. Elk overdrachtsmoment is een risicomoment.

Een peiling onder 17.000 leden van V&VN waarover Het Parool op 9 oktober 2017 publiceert geeft een geheel ander beeld. Driekwart van de verpleegkundigen en verzorgenden zit tegen een burn out aan. Een werkweek van 46 uur in plaats van 24 uur en in je eentje het werk doen van twee mensen en nauwelijks een dag vrij kunnen nemen.

Zorgorganisaties zijn er voor goede zorg voor cliënten die aan haar zijn toevertrouwd. Vanuit die essentiële bestaans- en financieringsbasis dienen zij niet alleen helder te zijn over de kwalificaties van de bij haar in dienst zijnde medewerkers en over het aantal beschikbare personen, maar ook over het minimale aantal uren van de arbeidscontracten dat wenselijk is om goede zorg te kunnen verlenen. Aansluitend bij de V&VN: werkgevers hebben te zorgen voor fatsoenlijke arbeidscontracten. Een hebben ons inziens geen enkel excuus om dat niet te doen in het belang van de cliënt, de werknemer en het doel en imago van de zorgorganisatie.

Ons inziens is de deeltijdfactor een wezenlijk punt om mee te nemen nu we toch allemaal aan het reflecteren slaan over de personele samenstelling. En een sleutel die de eeuwige fluctuaties van tekorten en overschotten op de arbeidsmarkt kan temperen, die de continuïteit van zorg kan vergroten, en hogere vaste inkomsten voor de medewerkers kan realiseren. En waarmee door efficiency in overdrachtstijd het aantal ongelukjes kan verminderen. Dat lijkt ons een betere invulling van de extra verpleeghuiszorg-miljarden dan blinde focus op extra nieuwe medewerkers die er nu toch niet zijn en die de personeelsverloop-carrousel alleen maar sneller doet draaien…

Meer weten

  • Lees ook de eerdere blogs van de Dames THe-blik
  • Met de publicatie vanaf 2007 van hun boeken ‘Thuis Wezen’, ‘Thuis Voelen’ en ‘Thuis Zijn’, alsook het boek ‘En zij leefden nog goed en tevreden. Hoe de bureaucratie bijdraagt aan betere ouderenzorg’, breken de Dames THe een lans voor het Thuis Voelen en beschrijven zij hoe kwaliteitsverbeteringen in de langdurige zorg praktisch en door iedereen kunnen worden opgepakt. Op de website www.zorgvisite.nl vindt u alle verdere informatie.
  • Abonneer u op de nieuwsbrief (via website zorgvisite) van de Dames THe en ontvang steeds de nieuwste zorgvisite en tips!

Geplaatst op: 14 november 2017
Laatst gewijzigd op: 13 november 2017