Dames THe-blik: Digitale dementie

De Dames THe, Tineke van den Klinkenberg en Hetti Willemse zijn terug en gaan door met het schijven van blogs voor Waardigheid en trots. Een tweede blogserie over hun zorgvisite ervaringen om de zorgsector scherp te houden en goede zorg te stimuleren. De Dames THe gaan sinds 2011 onverwachts op zorgvisite bij verpleeghuizen en woonzorgcentra door heel Nederland. Ze beoordelen de huizen op het ‘thuis voelen’ en kijken ernaar met de blik van: hoe zouden wij dit verpleeghuis voor onze eigen vader of moeder vinden?

Met 185 zorgvisites achter de  rug zit het zo ongeveer in onze genen om overal en altijd alert te zijn op ideetjes en tips die te maken hebben met thuis voelen in de ouderenzorg. We worden voortdurend getriggerd. Dat is ook wel eens vermoeiend. Het ‘gewone leven’, waarvoor we ook in het verpleeghuis de condities willen terugzien, dringt zich immers continu -zelfs als we op vakantie zijn- aan ons op. Daar helpt geen lief moedertje aan. Zit je lekker relaxed met een vriendin op een gezellig terras, valt je oog op een boek dat op het tafeltje naast je ligt. ‘Digitale dementie. Hoe wij ons verstand kapot maken’ van ene Manfred Spitzer. Dan gaan bij ons meteen de grijze cellen werken en springen associaties in onze gedachten over de haat-liefde verhouding in de verpleeghuizen met de digitale wereld.

Digitalisering in de zorg

Op zich worden er op digitaal gebied in de zorg behoorlijk wat stappen gezet richting de medewerkers en het bezoek. Denk nog maar eens terug. In 2010 was de introductie van een iPad in de zorg nog wereldnieuws. Wij herinneren ons nog uit ons dak te gaan, als op een zorglocatie wifi voor gasten werd aangeboden. Thans zijn deze middelen gemeengoed. Wellicht zelfs gemeen goed.

Want hoe vaak zien wij niet tijdens onze zorgvisites dat de medewerkers naarstig over hun laptop, iPad of iPhone gebogen zitten te midden van de bewoners of  achter de deur van de zorgpost?

Er zal altijd wel een reden zijn om dossiers bij te werken. Maar wij willen weten: wat wordt er eigenlijk opgetekend. Met welke bedoeling. En waarom is daar zoveel tijd mee gemoeid? En voor wie wordt het opgetekend; wat wordt er mee gedaan en door wie? En mag je als excuustruus wel steeds opvoeren dat het allemaal zoveel werk is.

Kortom, kent een ieder de bedoeling van de digitale informatie en communicatie waarbij het zorgdossier en het zorgplan wettelijk voorgeschreven zijn. Doen we er een klein, vanzelfsprekend digitaal onderzoekje naar, dan buitelen de onderzoeken en de kennisbundels over elkaar heen. Er worden hele leergangen over het zorgplan aangeboden en ook de adviesbureaus weten op dit terrein van wanten. Het valt ons op hoeveel verschillende termen worden gehanteerd en hoe veel spraakverwarring er is. En dat leidt er dan weer toe dat Vilans als landelijk kenniscentrum daar duidelijkheid/uitleg over probeert te creëren. Zorgleefplan is eigenlijk zorgplan, maar er kan ook een persoonlijk plan zijn of een leef-plezier-plan of een cliëntportaal.

Zorgplan

En dan is de vraag: hoe weet je wat er is? En welke uitleg is eraan verbonden? Een voor familie-informatie veel gebruikte applicatie is Carenzorgt. Laten we vooropstellen, dat het goed is dat er beveiligde webapplicaties als Carenzorgt zijn, zodat je als cliënt en zeker ook als zijn/haar naasten meer en makkelijker toegang hebt tot de eigen informatie. Maar oh, wat is die informatie passief en onduidelijk. Zo vind je er niet in terug wat eigenlijk een zorgplan is, aan welke condities moet worden voldaan, inhoudelijk en in de tijd. Je vindt er niet op wie eigenlijk het team is dat voor vader of moeder klaar staat. Wie de eerstverantwoordelijke verzorgende is of de contactpersoon. En wanneer zij bereikbaar zijn. Terwijl, naar wij begrijpen, het wettelijk is voorgeschreven is dat een voorlopig zorgplan er binnen een dag moet zijn en binnen 6 weken definitief. Dat in het zorgplan staat wie de verantwoordelijke zorgmedewerkers zijn en dat een zorg-leef-plan alleen door medewerkers vanaf niveau 3 mag worden ingevuld.

We zien ook dat de ene medewerker de informatie die hij/zij erin schrijft, aanvult met een fotootje van zichzelf, bij de ander moet je raden wie het is. Vanuit welke functie iemand iets schrijft, zou wel fijn zijn om te weten. Dat is nu vaak gissen. En dat je als familieleden alleen passief kennis kunt nemen van wat professionals over je dierbare opschrijven is best een beperking.  Nu begrijpen wij ook wel dat het een Poolse landdag zou worden als lukraak iedereen van de familie er maar op kan spuien. Toch willen wij er een lans voor breken dat één of twee familieleden, die als zodanig bekend zijn cq een contactpersoon functie vervullen, wel digitale input kunnen leveren. Die familieleden hebben in de loop der jaren heel veel ervaringskennis. Benut die! Het zou meer moeten zijn dan louter een digitaal opschrijf- en verantwoordingsboekje voor de zorgorganisatie.

Eenrichtingsverkeer

Want als de digitale informatie alleen eenrichtingsverkeer is van zenden vanuit de organisatie, naar inzien door de cliënt en zijn vertegenwoordigers, ja dan beginnen naasten te bellen. En ja, dan beginnen er gesprekken plaats te vinden. En ja, dan kost dat tijd. En ja, dan moet dat ook weer in het digitale zorg-leef-plan gezet worden. En dat lees je dan. En ja, dan wil je daar weer het naadje van de kous als naaste van weten en dan ga je bellen en dan en dan.

En ja, dan vragen wij ons af: als VWS in 2014 doelstellingen formuleerde over noodzakelijke veranderingen in het zorgproces en de samenspraak tussen zorgverlener en zorgvrager, waarbij wij zorgvrager in het domein van de ouderenzorg opvatten als inclusief de naaste familie, hoe serieus is dat dan genomen? Als dan na zes jaarlijkse eHealth monitors van Nictiz en Nivel nog steeds de conclusie is dat zorgvrager en professional elkaar nauwelijks vinden in e-Health. Ja, dan slaken wij een diepe zucht naar gezond verstand. En als excuus hebben we nu dus een kapot verstand. We zijn immers digitaal dement!

Meer weten


Geplaatst op: 21 juni 2019
Laatst gewijzigd op: 26 juli 2019