Context-gebonden invulling landelijke norm personeelssamenstelling bij Herbergier Hellevoetsluis

In een Herbergier wonen mensen met geheugenproblematiek. In een huiselijke sfeer wonen mensen voor wie zelfstandig wonen niet meer lukt. Er zijn 41 Herbergiers in Nederland. Elke Herbergier wordt beheerd door twee zorgondernemers, die zelf vaak ook (met hun gezin) bij de Herbergier wonen. Bijzonder gewoon. Eén van de locaties is Herbergier Hellevoetsluis, gevestigd in een woonboerderij. De binding met Hellevoetsluis is groot. Veel bewoners komen er zelf vandaan of hun familie en naasten wonen er. Leven in een herkenbare, warme omgeving. Waarin iedereen een actieve inbreng heeft, op een manier die past. Dat vraagt erkenning van de eigenheid van een ieder afzonderlijk. En inzet, geduld en aanvaarding. Net als in een groot gezin.

Verpleeghuizen hebben de ruimte om lokaal en context-gebonden invulling te geven aan de landelijke normen personeelssamenstelling van het Kwaliteitskader. Immers, alleen met maatwerk kunnen organisatie en zorgverleners de zorg en ondersteuning écht laten aansluiten op wat individuele bewoners willen en nodig hebben. In een serie praktijkvoorbeelden laten we zien hoe verschillende verpleeghuizen met hun personeelssamenstelling de zorg zo optimaal mogelijk afstemmen op de zorgvraag, wensen en behoeften van hun cliënten. Het praktijkverhaal van Herbergier Hellevoetsluis is onderdeel van deze serie.

Wie wonen er?

In Herbergier Hellevoetsluis wonen 18 mensen, 17 mensen met geheugenproblemen en 1 gezonde partner. De bewoners hebben ieder een eigen kamer, douche en toilet. Daarnaast is er een gezamenlijke woonkamer en keuken. Het leven in de Herbergier verloopt zoveel mogelijk als in een normale gezinssituatie. Iedereen heeft eigen inbreng, voor iedereen wordt iets passends gezocht. Er is een grote tuin waarin mensen kunnen wandelen, werken in de moestuin, bloemen plukken of meehelpen bij het verzorgen van konijnen.

Bezoek kan altijd komen. ‘We draaien elke dag een groot gezin. Geen starre volgorde. We sluiten aan bij het vaste ritme dat bewoners hadden voordat ze hier kwamen wonen. Soms drinken de mensen gezamenlijk koffie om 10 uur, de andere keer wordt het 11 uur’, aldus Els van Dasler, verpleegkundige/zorgondernemer. Sommige bewoners gaan boodschappen doen, anderen gaan naar buiten. Tussen de middag is er een gezamenlijke broodmaaltijd, waarbij teamleden en bewoners samen de tafel dekken, eten en ook samen weer afruimen. In de middag gaan de bewoners naar buiten of een activiteit doen. Vaak in aanwezigheid van familie of naasten. Er is er koffie/thee en vers fruit. Aan het eind van de middag start het voorbereiden van de gezamenlijke avondmaaltijd. Mensen koken en eten samen en ruimen samen ook weer af. De bewoners maken daarna zelf een keuze hoe ze hun avond willen doorbrengen. Sommigen kiezen ervoor om naar hun eigen kamer te gaan, anderen blijven in de woonkamer. Zij kletsen daar, doen een spelletje of kijken tv. De mensen gaan naar bed al naar gelang hun eigen ritme.

De woonkamer heeft een belangrijke plek in het dagelijkse leven. Het team en bewoners nemen er de dag door en vullen die van daaruit ook samen in.

Samen bepalen ze wat er die avond gegeten wordt en wie er boodschappen doet. Elke dag doet één medewerker met twee bewoners de boodschappen. Het team en de medewerkers zorgen er ook samen voor dat taken in huis worden gedaan, zoals het avondeten voorbereiden, de was ophangen of de wasdroger uithalen. Soms zijn er activiteiten, er is muziek of gym of trekt men erop uit met de duo fiets. ‘De dag ligt niet vast, die vullen we met elkaar in. Toen recentelijk de nieuwe magnetron kwam, konden we niet koken. We hebben toen tijdens de koffie met elkaar besloten om patat en kroketten te gaan halen voor het avondeten’, aldus Els van Dasler.

Wie werken er?

Het team bestaat grotendeels uit verzorgenden, verzorgenden IG, MMZ of AB medewerkers. Daarnaast zijn er helpenden. Er is altijd een verzorgende IG aanwezig met kennis en vaardigheden die aansluit op de zorgtaken en behoeften. Verpleegkundige zorg en supervisie is gewaarborgd door de verpleegkundige/zorgondernemer. Er is voor haar altijd een achterwacht beschikbaar. Ook is er altijd één opleidingsplaats voor een BBL verzorgende IG of I/MMZ. De verpleegkundige/zorgondernemer fungeert als intermediair tussen team, huisarts, familie en vrijwilligers. Als spin in het web.

‘Medewerkers die werken bij De Herbergier moeten het leuk vinden om iets met mensen te doen. Daar worden ze op geselecteerd. Dat geldt voor alle functies’, zo geeft Els van Dasler aan. ’s Ochtends beginnen drie of vier medewerkers in de zorg en een gastvrouw die zorgt voor ontbijt een huiselijke gezelligheid. Verder is er iedere ochtend een huishoudelijk medewerker die enkele appartementen en algemene ruimtes verzorgt. Meestal is rond 10.00-10.30 uur iedereen aangekleed en vullen het team en bewoners samen de dag in en worden rapportages geschreven. Om 15.00 uur draagt één medewerker over aan de avonddienst. De andere medewerkers blijven bij de bewoners. Soortgelijk is om 23.00 uur de overdracht van de avond- naar de nachtdienst. De nachtdienst heeft ook verschillende huishoudelijke taken. Er is een altijd een Verzorgende IG aanwezig die voor alle bewoners de medicatie uitdeelt.

De verpleegkundige/zorgondernemer is altijd boventallig aanwezig en kan inspringen als dat nodig is.

De huisarts wordt als hoofdbehandelaar geconsulteerd als bewoners ziek zijn. Voor een effectieve en prettige samenwerking met de huisarts is het goed signaleren essentieel. Ook is het van belang om alle relevante informatie goed over te dragen. Verpleegkundigen zijn daarvoor de eerst aangewezenen. Maar ook verzorgenden met uitgebreide ervaring in meerdere settings zijn doorgaans goed toe in staat om de huisarts op de benodigde momenten in te roepen en van de relevante informatie te voorzien.

De familie of andere naasten zijn doorgaans intensief betrokken bij de bewoners. Vaak hebben zij de betreffende bewoner zelf in huis gehad. ‘We hebben hun kijk en tips nodig. Zij kennen de bewoners immers het best. We stemmen dan ook veel af met familie. Als aanvulling op de communicatie maken we gebruik van familienet, een online platform voor de zorg, waarin medewerkers en familie foto’s en berichten kunnen delen. We willen vooral dat familie of naasten komen voor de leuke dingen, niet om taken van ons over te nemen. Het onderlinge vertrouwen daarin moet groeien. Vaak zien we familieleden groeien in een andere rol van het samen wonen in de Herbergier. Van zorgen voor het individuele familielid naar iets passends bieden voor dit grote gezin’.  Een voorbeeld: ‘Laatst bood iemand aan met kerst het voorgerecht te maken voor alle bewoners en familieleden’.

Ook de vrijwilligers zijn hier lid van het team. Zij helpen bij het verzorgen van de dieren, de moestuin of ze ondersteunen bij activiteiten. Als mensen zich melden is er een gesprek over de kwaliteiten en mogelijkheden van de betrokkene. ‘We trekken wel een grens. Vrijwilligers worden niet ingezet op werkplekken. Vrijwilligers kunnen in de huiskamer ondersteunen, maar verzorgenden helpen de bewoners met naar het toilet gaan. Wandelen met vrijwilligers? Dat kan, maar bekijken we per situatie.

De Herbergier maakt gebruik van vaste oproepmedewerkers. Het team zorgt samen met de bewoners voor het verloop van de dag. De teamleden maken samen keuzes wie wat doet. In geval van ziekte kan de verpleegkundige/zorgondernemer kortdurend bijspringen. Bij langer durende uitval door ziekte worden vaste oproepmedewerkers ingezet. Het gaat om een vaste groep zorgprofessionals die de gewoonten van de Herbergier kennen en er ervaring mee hebben. Vaak ook lost het team een ziekmelding samen pragmatisch op. Net als in een gezin wordt de vraag gesteld ‘’hoe gaan we het vandaag met elkaar regelen?”. En als er onverwacht minder mensen beschikbaar zijn, kan men besluiten om die dag bijvoorbeeld iets makkelijks te koken.

Welke ontwikkelingen spelen er?

De bewonersgroep verandert. Mensen zijn verder in dementie bij binnenkomst dan voorheen. De zorgvraag wordt complexer. Dat vraagt om meer en soms andere ondersteuning om bewoners zich thuis te laten voelen. Ook wordt het verschil tussen mensen groter. Mensen die in een vergevorderd stadium zitten met hun geheugenproblematiek mixen soms minder goed met de rest van de bewoners. ‘Dat betekent voor ons dat we continu moeten blijven leren en ons verder moeten blijven ontwikkelen. We moeten meegroeien met de veranderende dynamieken. Dat doen we via opleidingen, congressen, lezingen. We halen de kennis overal vandaan en vragen de medewerkers om de (opgedane) kennis en ervaringen te delen’.

Typerend voor deze locatie

Mensen zo lang mogelijk eigen regie geven over het leven gaat niet vanzelf. Zeker gezien de toenemende complexiteit van zorgvragen. Dat is altijd maatwerk. Dat moet je liggen en dat moet je ook in de praktijk leren. Werken in De Herbergier is als een nieuw ambacht dat je continu opnieuw met elkaar moet heruitvinden om recht doen aan ieders eigenheid. Net als in een groot gezin dragen alle betrokkenen (bewoners, familie, medewerkers en vrijwilligers) daar een passend steentje aan bij.

Meer weten


Geplaatst op: 22 januari 2019
Laatst gewijzigd op: 22 januari 2019