Kwaliteitsverbetering verpleeghuiszorg

Coby Traas (Zorggroep Ter Weel): Hoezo, zorgen voor een prettige dag?

tags: Dementie (197) , Welzijn (138)

thema's: Cliënt centraal (207)

Coby Traas is bestuurder van Zorggroep Ter Weel en lid van de Commissie Vernieuwing Wlz van ActiZ die zich buigt over de vernieuwingsagenda van de Wet langdurige zorg. Ze blogt over ruimte voor welbevinden en de opdracht van bestuurders bij het verbeteren van kwaliteit van zorg.

‘Nu onze ambitie om meer ruimte te scheppen voor welbevinden (verwoord in deze brochure) op verschillende plekken en met verschillende mensen wordt besproken, merken we dat iedereen het idee van meer kwaliteit van leven voor cliënten in verpleeghuizen omarmt. Niemand is erop tegen dat de focus daarop moet liggen. Maar de vraag die wij ons als Commissie Vernieuwing Wlz van ActiZ onlangs stelden, is: ‘En wat als je nu vóór bent? Wat betekent dit dan voor mij als bestuurder van een zorgorganisatie? Wat doe ik anders dan ik voorheen deed? En kan ik vast blijven houden aan het scheppen van ruimte voor welbevinden; ook als er iets met een cliënt gebeurt of er iets mis gaat?’

Bewegingsvrijheid

Een voorbeeld uit mijn eigen praktijk. Ik ben voorstander van zo veel mogelijk bewegingsvrijheid voor dementerende cliënten. Mensen die graag wandelen, moeten dat ook kunnen blijven doen als ze bij ons in een verpleeghuis wonen. Eigenlijk vind ik net als onze medewerkers, dat eigenlijk al heel vanzelfsprekend. Iemand die lekker doet wat hij wil, heeft immers een prettigere dag. Dus laten we hem of haar gaan, eventueel met begeleiding of een gps-volgsysteem, waarbij we zien waar iemand is en we deze cliënt op kunnen halen, als dat nodig is. Zo ook met een dementerende mevrouw die sinds kort bij ons woont.

Onlangs sprak ik haar dochter die zei: “Breng ik mijn moeder naar het verpleeghuis, zie ik haar op straat lopen..!” Dat zette mij met beide benen op de grond. Onze vanzelfsprekendheid om deze mevrouw te laten wandelen, was blijkbaar niet zo gewoon voor haar dochter en haar familie. Een duidelijke les om nog meer afstemming met familie te hebben over wat welbevinden is en hoe we daar letterlijk ruimte voor creëren. Overigens kon haar dochter – toen we haar uitgebreider spraken- zich goed vinden in onze visie, want ook zij wilde graag een zo prettige mogelijke oude dag voor haar moeder. En daar hoort wandelen echt bij, ondanks mogelijke risico’s die zij dan loopt, buurtbewoners kunnen hier ook een belangrijke rol in vervullen. We gaan hier ook pilots voor opzetten, dat bewoners in een straat een bijdrage kunnen leveren aan een ‘dementievriendelijke’ omgeving. “Bij mij in de straat wonen ook 2 mensen met beginnende dementie, het is een kleine moeite om wat extra op te letten als zij gaan wandelen of fietsen”.

Reëel beeld

Het zette me ook aan het denken dat de ‘buitenwereld’ nog een ander beeld heeft van verpleeghuizen en de zorg dan wij zelf. Ik heb als bestuurder daarin ook een opdracht, vind ik. Om het gesprek met anderen hierover aan te gaan. En de deuren van mijn locaties nog meer te openen, zodat mensen een reëler beeld krijgen van verpleegzorg.

Ik las in dat kader het document ‘Ouderen in zorghuizen: broze mensen en leefplezier‘ van Jan Coolen die voor het ministerie van VWS een beeld heeft geschetst van de mensen die in verpleeghuizen wonen en wat goede zorg voor hen is. Hij bevestigt het belang van een reëel beeld over verpleeghuizen waar mensen in de laatste fase van hun leven wonen. En dat we vooral dichtbij deze mensen moeten staan: zorgen dat ze ondanks hun beperkingen toch iedere dag weer kunnen zeggen dat ze een prettige dag hebben. De invulling hiervan is per cliënt en per tijdvak anders. Goede professionals hebben daar oog voor. Dát is wat mij betreft ruimte creëren voor welbevinden. En daar hebben wij allemaal -bestuurders, professionals en ook de beleidsmakers- een belangrijke rol in.’

Meer weten


Geplaatst op: 2 december 2015
Laatst gewijzigd op: 20 juni 2016