CIZ: de balans bewaren tussen snelheid en zorgvuldigheid

Opella is terecht ongeduldig om vervolgstappen te zetten in de indicatiestelling onder de Wet langdurige zorg, in vervolg op het experiment regelarme instellingen (erai) waaraan het deelnam, stelt Colette Schellinger, adviseur bij het CIZ. Zowel het CIZ als VWS staan er ook open voor om Opella ruimte te gunnen, maar de zorgvuldigheid die nodig is om ervaring op te bouwen met indicatiestelling binnen de Wlz, maakt dat dat geduld soms toch op de proef moet worden gesteld.

Indicatiestelling en het ‘vier ogen principe’

Toen de Wlz van kracht werd, wilden meerdere zorgaanbieders graag doorgaan met erai. ‘De doelgroep hiervoor was evenwel veel kleiner dan onder de AWBZ, want in de tijd van erai werden ook extramurale functies geïndiceerd en onder de Wlz is dat niet meer het geval’, zegt Colette Schellinger, adviseur analyse en advies bij het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ). ‘Besloten werd dat zes aanbieders die al binnen erai ervaring hadden met intramurale indicatiestelling, waaronder Opella, heel 2015 door mochten blijven gaan met Verlening erai. Maar omdat de Wlz een heel andere wet is dan de AWBZ en omdat de toegang tot de zorg heel anders is, is besloten het  ‘Vier ogen-principe’ in het leven te roepen voor deze zes zorgaanbieders. De aanbieder legt de voorgestelde indicatie voor aan het CIZ, waarop zij de terugkoppeling ontvangen, het zo geheten ‘Vier ogen-principe’. Daarna kan de zorgaanbieder de indicatie in Portero indienen en volgt direct het indicatiebesluit. Binnen het vier ogen principe werken we met vaste contactpersonen tussen de zorgaanbieders en het CIZ en we zorgen voor directe terugkoppeling.’

In 2015 konden verpleeghuizen kwaliteitsverbeterplannen indienen bij het ministerie van VWS voor het programma Waardigheid en trots. Een deel van die plannen had te maken met indicatiestelling. Schellinger: ‘Samen met VWS is besloten om voor de duur van twee jaar voor deze zorgaanbieders door te blijven gaan met de voorwaarden en werkwijze van Verlening erai.’

Zorgvuldig onderzoeken

Het is belangrijk dat dit Vier ogen-principe in het leven is geroepen, stelt Schellinger. ‘Het gaat bij indicatiestelling binnen de Wlz om recht op zorg voor de rest van iemands leven’, zegt ze, ‘dat nemen we heel serieus. We willen op verantwoorde wijze onderzoeken waar de regelruimte en de mogelijkheden zitten, maar zijn daarbij ook als CIZ wel gebonden aan de regelruimte die VWS hiervoor wil bieden en dat snap ik ook. De doelgroep voor die indicaties is onder de Wlz veel kleiner dan ze onder de AWBZ was. Waar je als aanbieder onder erai in 2014 nog – zeg maar – vijftig indicaties per maand deed, zijn dat er nu nog maar tien. Bovendien geschiedt deze indicatiestelling op basis van een andere wet met een andere toedieningsbepaling. Je moet dat dus in de vingers krijgen, de aanbieders beamen dat ook.’

Vervolgstap

In april en september 2015 zijn voortgangsbesprekingen gehouden met de zes aanbieders, het CIZ en VWS. In september werd besloten met drie daarvan – Opella, Abrona en Prisma – een vervolgstap te zetten: bij vervolgaanvragen hoefden zij de indicatie niet meer vooraf voor te leggen aan het CIZ. Schellinger: ‘Bij twijfel behouden ze uiteraard wel de mogelijkheid om dit te doen, maar ze kregen deze ruimte omdat ze hadden laten zien echt heel zorgvuldig te zijn in de indicatiestelling. Die zorgvuldigheid is ook essentieel, want het zou uiterst vervelend zijn voor een cliënt als het CIZ achteraf concludeert dat er bijvoorbeeld geen sprake is van toegang tot de Wlz. Bij het Vier ogen-principe zijn we in incidentele gevallen inderdaad tot zo’n conclusie gekomen.’

Bij de achteraf toetsing voor vervolgaanvragen bij de drie geselecteerde aanbieders wordt op dit moment nog honderd procent gecontroleerd. Schellinger: ‘We zijn bij de 51 aanvragen die tot nu toe achteraf zijn getoetst in één geval tot een ander zorgprofiel gekomen. Zowel bij vooraf als achteraf toetsing vinden wij het veel belangrijker om van elkaar te leren, zowel de goede punten als de verbeterpunten. We merken immers hoe moeilijk het is om op papier te zetten waarom je tot een bepaalde indicatie komt. Dat is echt een vak, zoals Opella terecht stelt. We gebruiken die honderd procent toetsing daarom ook om als CIZ tegen een zorgaanbieder te kunnen zeggen dat die het proces erg goed doet.’

Uitbreiding

Eind januari vond wederom een bijeenkomst plaats met de zes aanbieders, het CIZ en VWS. ‘Hierbij is besloten deze bijeenkomstgroep uit te breiden met de vijf nieuwe zorgaanbieders vanuit het programma Waardigheid en trots Indicatiestelling’, zegt Schellinger. ‘Verder hebben we – op voorspraak van Opella – afgesproken om uit te zoeken hoe we de actuele kennis die binnen het CIZ beschikbaar is beter kunnen delen met de deelnemende aanbieders. Ook blijven we kijken of het aantal aanbieders dat werkt met achteraf toetsing omhoog kan, en of er mogelijkheden zijn om het percentage toetsingen aan te passen. Natuurlijk kijken we ook alvast vooruit, naar hoe we aan het einde van de nu afgesproken termijn van twee jaar de werkwijze breder kunnen uitrollen.

De vijf nieuwe deelnemers in de themagroep kunnen al profiteren van de opgedane ervaringen van vorig jaar. Eén les hebben we vorig jaar in ieder geval al geleerd: houd het groepje dat betrokken is bij de indicatiestelling bij de zorgaanbieder klein. Dan ontwikkel je zo snel mogelijk de vaardigheden die ervoor nodig zijn.’

Interview door Frank van Wijck

Meer weten


Geplaatst op: 9 februari 2016
Laatst gewijzigd op: 20 juni 2016