Caro Verlaan (CZ): ‘Verpleeghuisbestuurders zeggen dat we écht weten waarom het gaat’

In een interviewserie vertellen de zorgkantoren over de veranderingen in de inkoop van de verpleeghuiszorg en onder andere de invloed van het Kwaliteitskader verpleeghuiszorg en persoonsvolgende bekostiging.

Bij de zorgkantoren van CZ zijn de inkopers getraind in het voeren van dialooggesprekken, en het heeft verpleegkundigen aangesteld om hen te ondersteunen. De gesprekken zijn nu veel meer gericht op kwaliteitsverbetering en persoonsvolgende zorg.

De verpleeghuizen zagen uit naar de komst van het Kwaliteitskader verpleeghuiszorg, want kwaliteit is een lastig te definiëren begrip en het kader biedt duidelijkheid. Dit stelt Caro Verlaan, manager verpleging en verzorging bij CZ zorgkantoor. ‘Het kwaliteitskader heeft ook zeker invloed op onze inkoopgesprekken’, zegt ze. ‘Dit merkten we al in de aanloop er naartoe, want iedereen wist natuurlijk al dat dit kader in ontwikkeling was. Wij hebben onze inkopers getraind in het voeren van dialooggesprekken. Die zijn sterk gericht op de vraag: waar wil je naartoe en hoe kunnen wij dat ondersteunen? En dat is dus echt heel anders dan een pot met geld verdelen onder zoveel verpleeghuizen. We merken in die dialooggesprekken dat we bestuurders meer inzicht geven in hoe hun kwaliteit ervoor staat. En onze inkopers spreken ook met de cliëntenraad, met mantelzorgers en met locatiemanagers, verpleegkundigen en verzorgenden. Een enkele keer merken we dat een bestuurder het nog lastig vindt om te spreken met de cliëntenraad erbij aan tafel, dan spreken we die cliëntenraad vooraf apart. Dit is inmiddels een zeldzaamheid, maar als het gebeurt kijken we ook naar hoe de relatie is en waarom het contact op die manier verloopt.’

De diepte in

Verlaan merkt dat de inkopers in de meeste gevallen niet erg hoeven te sturen in de gesprekken. ‘Wel leggen we een dilemma voor als we merken dat we een standaardantwoord krijgen’, zegt ze. ‘Bijvoorbeeld hoe je omgaat met de wens tot een glas rode wijn bij het eten van iemand die daar niet tegen kan. Het antwoord laat zien hoe persoonsvolgend wordt gewerkt. We gaan ook veel meer de diepte in over waaruit blijkt dat persoonsvolgend wordt gewerkt. Om daar een beter beeld van te krijgen, draaien onze inkopers ook mee op de huiskamer of lopen ze mee met de specialist ouderengeneeskunde, om een gevoel te krijgen van de sfeer. Veel aanbieders twijfelden eerst over deze aanpak, maar nu zien ze het als positief. “Jullie weten nu waarover wij het hebben”, horen we dan terug. Wat hierbij ook goed werkt, is dat we verpleegkundigen uit de ouderenzorg hebben aangetrokken die ondersteunen in de inkoopgesprekken. Zij kunnen meer zorginhoudelijke vragen stellen.’

Wat merkt mijn moeder hiervan?

Anderhalf jaar geleden heeft CZ de stelregel “Wat merkt mijn moeder hiervan?” ingevoerd. ‘Die stellen we centraal bij alle beslissingen die we nemen’, zegt Verlaan. ‘Wel beseffen we hierbij dat het vanwege het financiële kader onmogelijk is iedere cliënt de ideale locatie te bieden. Maar kwaliteit van leven hoeft geen geld te kosten. Het zit in aandacht, de cliënt kennen, luisteren en alternatieven zoeken voor iets wat echt niet kan.’

click to tweet Stelregel ‘Wat merkt mijn moeder hiervan?’ bepalend bij beslissingen @CZ_Zorgkantoor zegt  Caro Verlaan @cv1962Caro #verpleeghuiszorg

Maatwerk per locatie

Over de besteding van de extra gelden voor personeel en dagbesteding is CZ in gesprek met het ministerie van VWS. ‘We willen die middelen per locatie kunnen besteden’, zegt Verlaan, ‘het moet maatwerk zijn. Wat personeel betreft hebben we in de regio Zeeland een convenant gesloten met werkgevers, opleiders, mbo- en hbo-scholen om meer handen aan het bed te krijgen. Hierbij hebben we geleerd dat de leerling geen schoolse opleiding meer wil, omdat die niet aansluit op de praktijk. Daarom ligt de nadruk nu op leren in de praktijk. Het aantal inschrijvingen is hierdoor verdrievoudigd.’

Behalve in nieuwe mensen wordt ook geïnvesteerd in bestaand personeel. ‘Kleine contracten maken het lastig om te plannen’, legt Verlaan uit. ‘We stimuleren verpleeghuizen dus om meerurencontracten aan te bieden. Dit werpt ook zijn vruchten af, in Zeeland zien we al resultaat. Ook met contracten voor medewerkers die voor twee organisaties werken, waarbij onderlinge verrekening plaatsvindt.’

Investeren in ict is voor CZ zeker ook een optie. ‘Het is voor VWS lastig’, zegt Verlaan, ‘maar als we tien fte op een afdeling zetten en we doen verder niets dan wordt de zorg ook niet beter. Ict kan helpen om de zorgverleners ondersteuning te bieden.’

Persoonsvolgend

Het probleem dat koepelorganisatie ActiZ recent aankaartte (zie: Zorgcontractering Wlz 2018), dat onzekerheid over overproductie het voor zorgaanbieders lastig maakt om te investeren in personeel, herkent Verlaan niet. ‘Wij vergoeden al jaren alle overproductie en zijn in 2016 begonnen met maandelijkse herschikking’, zegt ze. ‘De aanbieder heeft dan nauwelijks risico meer. Het stimuleert verpleeghuizen om sneller mensen van de wachtlijst op te nemen. Maar omgekeerd: ontstaat ergens leegte omdat de cliënt niet naar die locatie wil, dan gaat het geld daar dus ook niet meer naartoe. Dit zien we vooral in de grote steden gebeuren.’

Sturen op kwaliteitsverbetering

Verlaan zegt niet bang te zijn dat verpleeghuizen blijven steken in alleen maar plannen bedenken voor kwaliteitsverbetering. Ze legt uit: ‘We hebben een dashboard ontwikkeld waarin wordt geregistreerd op welke punten verbetering nodig is. Dit is de basis voor het gesprek over een verbeterplan, waarop we dan ook controleren. Als er geen goede reden is voor het niet doorvoeren van een verbetering, vorderen we geld terug.’

Interview door Frank van Wijck

Meer weten


Geplaatst op: 2 maart 2018
Laatst gewijzigd op: 20 maart 2018