Sarah Blom (ouderenpsycholoog): ‘Hoe ga je om met cliënt die het verpleeghuis op stelten zet?’

Sarah Blom is ouderenpsycholoog, theatermaker en voormalig mantelzorger van haar grootmoeder met dementie. Al enkele jaren voert ze diepgaande gesprekken met mensen met dementie. Het leidt tot bijzondere ontdekkingen en inzichten die niet verloren mogen gaan. Sarah blogt erover en verwerkte ze in haar educatieve theatershow ‘Dag Mama’. In deze blog vertelt Sarah over een benaderingsplan rondom de omgang met een ‘lastige’ cliënt.

Wanneer je haar voorbij ziet schuiven achter haar rollator, word je vanzelf nieuwsgierig. Haar verschijning is op zijn minst opvallend: ze is klein, kaal en rond. Medebewoners vinden haar vreemd, maar mw. Pees trekt zich hier niks van aan. Althans, niet dusdanig dat ze besluit wat vaker haar oude bloemenjurk aan te trekken of toupet op te zetten.

“Mw. Pees plast ’s nachts in bed, weigert vaak incomateriaal, loopt regelmatig half naakt door de Brenk, gluurt door ramen van medebewoners, stuurt boze kaartjes naar medebewoners, teamleiders en pakt spullen van bewoners weg.”

Je zult begrijpen dat dit gedrag moeilijk te hanteren is binnen een verpleeghuis. Mw. Pees die als een roofdier op jacht, hongerig en uitgedorst  sluipt langs de ramen van bewoners om zo’n halve minuut ongegeneerd naar binnen te gluren en haar prooi te fixeren. Tja, kan zij het helpen dat haar hoofd net boven hun vensterbank uitkomt? En ja, ziet ze iets liggen dat haar bevalt, zoals een mooi plantje in de vensterbank, dan verdwijnt het rap in haar rollatormandje, veilig onder haar toupet. Want zeg nou zelf, het heeft toch zo zijn voordelen dat vrijwel niemand dat ding wil aanraken?

Bezoek aan mevrouw Pees

Het is maandagmiddag wanneer ik besluit mw. een bezoek te brengen op haar appartement, een benedenwoning aan het eind van de gang. Ik bel aan. Heel langzaam opent zich een deur, waarna een klein rond gezichtje de hoek omsteekt ‘wie is da?’. ‘Goedemiddag mw. Pees, ik ben Sarah Blom, de psycholoog. Ik zou graag kennis met u maken, wat zou u hiervan vinden?’.

Sarah Blom – Ouderenpsycholoog
‘Wat mot dat?’ ‘Waarom?! Mw. Pees zit duidelijk niet te wachten op mijn komst.

‘Wat mot dat?’ ‘Waarom?! Mw. Pees zit duidelijk niet te wachten op mijn komst. Haar kleine handen houden de deurpost stevig vast. Door de kier van haar deur word ik overvallen door de geur van urine. Ik bedank vriendelijk voor het openen van de deur en vertel haar dat ik vrijdag graag terugkom ‘vindt u dit goed, mw Pees? Ze antwoordt niet, haar gezicht verdwijnt weer, waarna de deur met een klap dichtvalt. ‘Nogmaals bedankt mw. Pees, ik ga nu weg bij uw deur’.

Die vrijdagmorgen bel ik aan. Tot mijn verbazing opent ze de deur en laat mij direct binnen. Hoewel ik probeer niet teveel rond te kijken, vallen de verfrommelde papiertjes, kaartjes, plastic bekertjes en uitgeknipte magazines mij direct op. ‘Mag ik gaan zitten, mw. Pees? Mw. knikt, loopt naar de bank en schuift een stapeltje verknipte magazines opzij. Ze pakt haar toupet van tafel, zet hem op en gaat vervolgens recht tegenover mij zitten, met haar benen wijd. Ik weet even niet waar ik moet kijken.

‘Mw. Pees, u schrijft kaartjes naar mw. de Bruin, mw. Gees en mw. Jansen. Mag ik u vragen waarom?’. ‘Ze zijn boos op mij, dat ik geen haar heb, maar da ken ik niks aan doen, ik zeg hallo, maar nooit zegge ze iets trug. Dan zitten ze da, bij elkaar, en kijken mij niet aan’. Dan schuif ik een kaart onder de deur door.  

‘Soms loopt u ook zonder jurk in de Brenk, daar heeft u vast een reden voor. Wilt u mij deze vertellen? ‘ja, ik heb jeuk en ken die jurk niet aan dan, maar niemand geloof da’.

Benaderingsplan

Met het geluk van een betrokken zorgteam en liefdevolle medewerkers aan mijn zij, besloten we dat het de hoogste tijd was om mw. Pees te helpen. Want als de verpleeghuiszorg ergens enorm goed in kan zijn, is het wel het accepteren van afwijkend gedrag ….en… mensen die nergens echt bij horen toch het gevoel te geven dat het verpleeghuis ook voor hen een plekje heeft. Want hoezeer mw. Pees mensen ook afstoot met haar gedrag, hierachter gaat een enorme behoefte aan nabijheid en waardering schuil. Het is de kunst hieraan tegemoet te komen, voordat deze behoefte er verwrongen uitkomt. Samen met haar persoonlijk begeleider Marieke heb ik onderstaand benaderingsplan opgesteld, in de hoop dat het levensgeluk van mw. Pees toeneemt en haar storende gedrag vermindert:

  • Mw. wordt ’s ochtend opgehaald om gezamenlijk koffie te drinken met de mensen in het activiteitencentrum. Wil ze niet, accepteer dit ‘mw. Pees, we zouden het erg gezellig vinden wanneer u koffie bij ons komt drinken. Maar als u dit niet wilt, is dit ook goed hoor, u hoeft niks wat u niet wilt’.
  • Mw. wordt op maandag en donderdag door activiteitenbegeleider Jannie, bezocht. Er zal een spelletje worden gespeeld, een collage worden gemaakt van plaatjes uit een tijdschrift of een gesprekje met mw. worden gevoerd. Mogelijk kan de aandacht worden verdeeld over de dag (2 x een kwartier i.p.v. 1 x een half uur).
  • Op woensdag geeft Jannie de planten in de Brenk water. Jannie nodigt mw. Pees uit om samen de planten water te geven. Zo heeft ze het gevoel van waarde te zijn voor haar omgeving.
  • Marieke, de persoonlijk begeleider van mw., bezorgt mw. op vrijdag een leuk (eenvoudig!) kaartje en vraagt in het kaartje om een tegenreactie ‘hoor ik wat van je terug?’
  • Mw. wordt beloond wanneer ze ’s nachts de po-stoel gebruikt. Met een lekkernij, een compliment of klein presentje. Middels een beloningssysteem.
  • Dochter stuurt mw. 1 keer per week een leuk kaartje met af en toe foto van haar kleinkind.
  • Gezamenlijk is besloten dat mw. door personeel niet gecorrigeerd wordt op haar ‘gluurgedrag’
  • Mw. wordt wel aangesproken op haar gedrag wanneer ze met badjas in de Brenk loopt. Medebewoners ervaren dit immers als erg storend. Dit aanspreken gebeurt op neutrale wijze, een ieder spreekt dezelfde woorden uit: ‘u loopt nu in uw badjas in de Brenk. Dit is niet toegestaan. We zien u graag terug wanneer u uw jurk aan heeft. Dan krijgt u van ons een lekker kopje koffie’
  • Geen discussie voeren met mw.
  • Mw. wordt door alle personeelsleden expliciet gecomplimenteerd wanneer ze met haar jurk in de Brenk loopt ‘Mw. Pees, wat leuk dat u uw jurk aanheeft, ik vind het een mooie jurk, hij staat u goed. Wanneer ze boos kijkt of nors reageert, ga hier niet op in. Het compliment is gegeven en dit is het doel.
  • Voor mw. Pees wordt een vrijwilliger aangevraagd die mw. op woensdag of vrijdag kan bezoeken.
  • Onderwerpen waar mw. graag over praat: haar kleinkind, complimentjes over haar kleding, tas, foto’s op haar kastje.

Na een maand consequente toepassen van het benaderingsplan, is het op meerdere punten succesvol gebleken. Het sturen van boze kaartjes is nagenoeg opgehouden. Daarnaast wil mw., net als ieder ander, gewaardeerd worden door haar omgeving. Mw. maakt helaas nog steeds geen gebruik van de po-stoel. Dit hadden we wel verwacht. We accepteren dat we er geen grip op hebben en verschonen vrijwel iedere ochtend haar bed. Wel zijn we erin geslaagd mw. vaker haar jurk te laten aantrekken en toupet op te zetten. De complimenten hierover neemt ze immers graag in ontvangst.

Meer weten

Geplaatst op: 17 februari 2017
Laatst gewijzigd op: 31 oktober 2019