Amnon Weinberg: ‘We moeten ons als specialisten ouderengeneeskunde veel meer profileren’

De specialist ouderengeneeskunde mag meer ambitie hebben, vindt Amnon Weinberg. ‘Je werkt niet in het verpleeghuis, maar in de keten’

In het Verenso-blad Tijdschrift voor Ouderengeneeskunde schetste specialist ouderengeneeskunde Amnon Weinberg (Rivas Zorggroep) hoe volgens hem de positie van de specialist ouderengeneeskunde zou moeten zijn: “In de nabije toekomst heeft de specialist ouderengeneeskunde idealiter meer taken buiten het verpleeghuis en in de eerste lijn dan nu. We zijn een betrouwbare expert, een netwerker en een spil in de regionale situatie. Denkend en samenwerkend vanuit de keten bij patiënten die kunnen profiteren van ouderengeneeskundige expertise, zodat zij langer en met meer welbevinden thuis kunnen wonen. Zodat de patiënten vanuit het ziekenhuis de beste vervolgzorg krijgen en in het verpleeghuis de beste behandeling.”

In de regio Gorinchem, waar Rivas gevestigd is, zit het model van ketenzorg dat hier achter ligt bij iedere zorgprofessional in het hoofd, stelt Weinberg. En dit heeft naar zijn idee deels te maken met het feit dat binnen Rivas veel geledingen van de zorg bij elkaar zijn gebracht – ziekenhuiszorg, woonzorg, verpleeghuiszorg, huren met zorg, maatschappelijk werk en jeugdgezondheidszorg. ‘Belangrijk hierbij is echter ook dat we een EPD hebben dat alle professionals in de tweede en eerste lijn toegang geeft tot alle relevante patiëntendata’, zegt hij. ‘En belangrijk is dat we als organisatie voor de hele keten het JCI-keurmerk hebben. Een van de basiselementen van JCI is dat de dokter in the lead moet zijn.’

Enkele jaren geleden heeft Rivas al door BMC laten berekenen wat de kwaliteits- en economische waarde van de specialist ouderengeneeskunde zou kunnen zijn door optimaal gebruik te maken van diens consultatiefunctie voor de huisarts en in het ziekenhuis. ‘Het resultaat was buitengewoon positief’, zegt Weinberg. ‘En het effect kan nog veel groter worden als we onze rol sterker oppakken. De mogelijkheden hiervoor liggen er. In onze regio werken onder de noemer “Kwaliteit als Medicijn” de huisartsen, medisch specialisten en zorgverzekeraars samen om kwaliteit en betaalbaarheid van zorg in balans te houden. De substitutie van zorg voor kwetsbare ouderen waarvoor de specialist ouderenzorg wordt ingezet, is een van de aandachtsgebieden hierin.’

Werken in de keten

Dat in the lead zijn als specialist ouderengeneeskunde is – in relatie tot de ideaalsituatie zoals hij die in Tijdschrift voor Ouderengeneeskunde beschreef, heel relevant, stelt Weinberg. ‘En dat geldt niet alleen in de zorg voor ouderen’, zegt hij, ‘we moeten ook op basis van de inhoud die we bieden in bestuursbeleid aan tafel zitten bij de directie. Niet als professioneel manager, maar als managing professional. Als je een actieve rol wilt spelen in de keten, moet je het bestuur meekrijgen in dat ketendenken. De huisarts heeft niet de tijd, de organisatie en de kennis om de integrale aanpak te bieden die nodig is in de zorg voor kwetsbare ouderen. Het uitgaan van integrale zorgplannen – juist een kenmerk van de specialist ouderengeneeskunde – is zo breed en methodisch, dat leer je niet zomaar als gemiddelde huisarts. Je hebt te maken met mensen met dementie, met somatische patiënten met diverse en complexe zorgvragen, en met een ontwikkeling waarin het ziekenhuis op termijn alleen nog maar een interventiecentrum is en waarin alle zorg daar omheen buiten de ziekenhuismuren moet worden geregeld. Dit betekent intensief samenwerken in de medische én verpleegkundige as om de eerste lijn te versterken.’

In relatie tot de mensen met dementie waarover Weinberg het heeft, is het interessant te vermelden dat Rivas Waardigheid en Trots deelnemer is binnen het thema “Divers: leiderschap en governance, met het programma “Gewoontegetrouw”. Via het model Systemisch Transitie Management wordt intensief gewerkt aan het blijven groeien en verbeteren van mensgerichte zorg volgens de Planetree visie op zorg. ‘In de uitvoering hiervan zijn we als specialisten ouderengeneeskunde sterk betrokken’, zegt Weinberg. ‘Het verpleegkundig denken is verdwenen uit de verpleeghuizen, met als gevolg dat we als specialisten ouderengeneeskunde en verpleeghuisartsen het verpleegkundig werk aan het doen zijn. Dat willen we niet meer, we willen de verpleegkundigen juist ondersteunen. Mede binnen dit programma willen we de rol van de verpleegkundige herstellen, zodat wij weer kunnen terugkeren naar onze ondersteunende functie. Daarmee, en door taakdelegatie, kunnen we ons focus meer buiten het verpleeghuis leggen.’

Beter positioneren

Weinberg heeft een duidelijke opvatting over waarom de specialist ouderengeneeskunde in de langdurige zorg nu vaak niet de positie inneemt waarin die het meest tot zijn recht komt. ‘Op teveel plaatsen in het land moeten de ambities van de specialist ouderengeneeskunde en de bestuurder nog bij elkaar komen’, zegt hij. ‘Dat dit bij Rivas lukt, komt door de jarenlange traditie van gemeenschappelijke planvorming, maar hangt toch ook nog veel aan personen. Maar landelijk geldt dat de specialisten ouderengeneeskunde zich met hun bestuurders te weinig positioneren. We moeten dat – aan de hand van de vraag uit de samenleving over de zorg voor kwetsbare ouderen – veel meer leren doen. Onze expertise is zo breed, we kunnen zo’n grote rol spelen in innovatie in te regionale ouderenzorg, en toch zie ik nog heel veel Calimerogedrag.’

De publicatie in Tijdschrift voor Ouderengeneeskunde getuigt van zijn ergernis hierover. Hij vervolgt: ‘Je werkt niet in het verpleeghuis, maar in de keten waarvan het verpleeghuis een onderdeel vormt. Wat we nu te vaak zien, zijn kwetsbare ouderen in de thuissituatie voor wie niet goed wordt gezorgd, die in het ziekenhuis belanden en daar zó slecht uit komen dat ze niet zelfstandig naar huis kunnen terugkeren. We zien huisartsen en thuiszorgmedewerkers met de handen in het haar en we zien ziekenhuizen met teveel opnamen van ouderen. In het voorkomen dáárvan ligt onze meerwaarde. Advance care planning, dat is echt de kern van het werk van de specialist ouderengeneeskunde. Een maatje zijn: huisarts onder de huisartsen, medisch specialist onder de medisch specialisten. Het zou fijn zijn als Verenso en ActiZ zich er hard voor maakten dat de opleidingen van de specialist ouderengeneeskunde, de huisarts en de medisch specialist een gezamenlijke basis kregen. De hele zorg wordt ouderenzorg tenslotte. Als je daarop insteekt, creëer je een situatie waarin de drie na hun specialisatie, als ze in de werkomgeving zitten, elkaar veel gemakkelijker weten te vinden. Mijn idee is: stel in je strategische beleid een stip op de horizon. Bijvoorbeeld dat over vijf jaar in vijftig procent van de huisartsenpraktijken een specialist ouderengeneeskunde werkzaam is. Dan kun je je ambitie en ook je opleiding daarop afstemmen. We kunnen wel steeds blijven zeggen dat we daarvoor de menskracht niet hebben, maar we kunnen beter een plan van aanpak maken om de veelzijdigheid en het belang van het vak te bevorderen. Het vakgebied ouderengeneeskunde zou daartoe ook een vaste plaats in de medische opleiding moeten krijgen.’

Interview door Frank van Wijck

Meer weten

Geplaatst op: 10 oktober 2016
Laatst gewijzigd op: 29 juli 2019