24-uurszorg garandeert duurzame behandeling van ouderen in Friesland

Regionale 24-uurszorg voor (kwetsbare) ouderen in Zuidoost-Friesland: dat was in 2017 de insteek van een initiatief om duurzame behandeling van ouderen in deze regio te garanderen. En die duurzame behandeling komt inmiddels steeds meer tot stand.

In maart 2021 ging in revalidatiecentrum de Marrewyk van ZuidOostZorg op het terrein van het ziekenhuis Nij Smellinghe in Drachten een zelfstandige afdeling 24-uurszorg van start: de afdeling Tijdelijke Opname Ouderen. Er wordt nauw samengewerkt met de Spoedeisende Hulp van het ziekenhuis Nij Smellinghe. ‘En we zijn bezig met een verhuizing en uitbreiding begin 2022’, vertelt Karine van der Kraan, regiomanager kortdurende zorg en behandeling.

Pilots in de regio’s – Vliegwiel voor samenwerking

Het actieonderzoek Duurzame medische zorg ging in november 2018 vanuit ESHPM van start. Vanaf dag één werd samengewerkt met de regio’s, het ministerie van VWS, de zorgkantoren en Waardigheid en Trots in de regio. Met als uitgangspunt: hoe kun je door samenwerking in de regio de zorg anders organiseren en meer capaciteit creëren?

In 2020 verscheen een interactieve publicatie over duurzame medische zorg in een aantal pilot regio’s. De publicatie schetste de problemen in een aantal regio’s en laat zien hoe zij experimenteren met innovatieve vormen van ouderenzorg.

Nu, een jaar later, vertellen een zevental regio’s hoe zij verder zijn gegaan met deze initiatieven. In deze serie nemen we je de komende tijd mee het land door. Dit is deel 6: Zuidoost-Friesland.

Schaarste aan specialisten

Zuidoost-Friesland legde de aanpak voor de 24-uurszorg uiteindelijk vast in de Friese regiovisie. Die regiovisie biedt een kader voor een serie projecten die zich onder andere richten op de schaarste aan medisch specialisten en specialisten ouderengeneeskunde en het gebruik van technologie. Het landelijk kwaliteitsbudget voor de ouderenzorg heeft duidelijk als vliegwiel voor de samenwerking in de regio gewerkt, blikt Erik Volders terug. Hij is adviseur van de Raad van Bestuur van ZuidOostZorg en herinnert zich hoe het aanvankelijk ‘zoeken’ was om goed in kaart te brengen waar verschillende organisaties mee bezig waren en de gezamenlijke opgave van ouderenzorg organisaties daarin. Maar ook de snelheid waarmee vervolgens een gezamenlijke actie (‘Op Stap Fryslân’) werd gestart om personeel te werven en om te scholen voor de zorg.

‘Dingen werden dubbel gedaan en dat bood mogelijkheden voor samenwerking in de regio’

Erik Volders

Overlap

Het in 2017 ontwikkelde model voor de 24-uurszorg in Zuidoost-Friesland was aanleiding voor het Duurzame medische zorg-onderzoek van Erasmus Universiteit Rotterdam en is vanuit de regiovisie ondersteund door Waardigheid en trots in de regio. Het begon met een analyse van het werk van de Spoedeisende Hulp, de Dokterswacht en specialisten ouderengeneeskunde (SO) in de avond-, nacht- en weekenddiensten (ANW). Dat maakte duidelijk dat een behoorlijk grote groep ouderen via SEH en Dokterswacht in het ziekenhuis belandt. ‘Er was sprake van verkeerde beddenproblematiek’, stelt Karine. Daarnaast zat er een overlap in de werkzaamheden van SEH-artsen, huisartsen en SO. ‘Dingen werden dubbel gedaan en dat bood mogelijkheden voor samenwerking in de regio Zuidoost-Friesland’, vult Erik aan. De samenwerking tussen de SO en SEH is inmiddels tot stand gekomen in de 24-uurszorg: dus niet enkel in de avond-, nacht- en weekenddiensten, benadrukt hij.

Afdeling Tijdelijke Opname Ouderen

De nieuwe Afdeling Tijdelijke Opname Ouderen (ATOO) is een onderdeel van het ontwikkelde 24-uurs-zorgmodel. Op deze afdeling is de SO de hoofdbehandelaar namens een interprofessioneel samenwerkend behandelteam, bestaand uit onder andere een ergotherapeut, fysiotherapeut, psycholoog en diëtist. Ook kan een beroep op het maatschappelijk werk worden gedaan. Indien ouderen overdag op de SEH belanden, kan de transferverpleegkundige contact opnemen met een zorgbemiddelaar van ZuidOostZorg; in de ANW kan de SEH-arts bellen met de dienstdoende verpleegkundige.

Vervolgzorg

Karine: ‘De SEH doet nog altijd een stukje diagnostiek, maar samen beoordelen zij of een opname op de nieuwe afdeling de voorkeur heeft.’ Dat gebeurt aan de hand van een eenvoudig te gebruiken vragenlijst. Zo kan het zijn dat iemand een indicatie Wet langdurige zorg heeft en eventueel rechtstreeks naar het verpleeghuis kan. ‘Een andere keer is het bijvoorbeeld mogelijk dat we in samenwerking met de thuiszorg iemand naar huis kunnen laten gaan. Voor de ouderen die wel worden opgenomen op onze nieuwe afdeling, is ons doel om binnen vijf dagen te beoordelen welke vervolgzorg nodig is, dit te organiseren en vervolgens de zorg over te dragen.’

Huisarts

Acht maanden na de start blijkt uit de cijfers dat circa vijftig procent van de op de ATOO opgenomen cliënten uitstroomt naar huis (al dan niet met thuiszorg) en circa vijftig procent doorstroomt, bijvoorbeeld naar de revalidatie (GRZ) of een eerstelijnsverblijf (ELV). Tot medio oktober ving de afdeling ongeveer 65 mensen op die gemiddeld net iets meer dan vier dagen op de afdeling verbleven. Daarmee wordt het doel van een maximum verblijf van vijf werkdagen behaald. Partijen streven er nu naar om de samenwerking uit te breiden en ook de huisartsen erbij te betrekken.

Erik: ‘Achteraf is gebleken dat het goed was om eerst alleen met patiënten van de SEH te beginnen en af te tasten hoe dat gaat. Je bent immers toch met iets helemaal nieuws bezig. Voor huisartsen is het bovendien soms de vraag wat de nieuwe afdeling toevoegt en wat bijvoorbeeld het verschil met een eerstelijnsverblijf is. We merken gewoon dat het tijd kost om partijen te informeren en te betrekken en de samenwerking goed vorm te geven. Ook corona is wat dat betreft een remmende factor. Maar gaandeweg zie je dat de afdeling steeds beter wordt benut, ook omdat de doelgroep en de plek binnen de keten steeds scherper wordt.’

Crisisopnames

Begin 2022 verhuist de ATOO naar een afdeling met tien bedden binnen het ziekenhuis. ‘Het is een zelfstandige afdeling, maar er wordt wel heel nauw samengewerkt met de SEH-artsen en geriaters waardoor ook crisisopnames gedaan kunnen worden’, zegt Karine. ‘Bovendien willen we in de nabije toekomst het werk uitbreiden naar andere afdelingen binnen het ziekenhuis. Wellicht liggen patiënten daar soms ook in de “verkeerde bedden” en zijn zij meer gebaat met een opname op onze afdeling.’

Of de 24-uurszorg bijdraagt aan minder werkdruk voor de SO? ‘Nee, dat niet meteen’, antwoordt Erik. ‘Maar de druk in de hele keten vermindert er wel door. En het gaat natuurlijk om de cliënten. Zij belanden vaak met complexe vragen op de SEH. In veel gevallen is het beter om op de ATOO meteen een goed plan van actie te maken dan hen na opname in een ziekenhuisbed naar huis te sturen. Want van een behandeling die is gericht op een geriatrische, meervoudige zorgvraag, is in het ziekenhuis doorgaans geen sprake.’

Observatie thuis

Erik geeft een mooi voorbeeld van een man die na een val via de SEH op de ATOO werd opgenomen. ‘Onze ergotherapeut is bij de cliënt thuis ter observatie geweest en wat bleek: de man was boven gevallen, waar hij geen rollator had. Terwijl hij beneden altijd met rollator liep. De oplossing: een tweede rollator boven om valpartijen te voorkomen. Dit soort informatie komt vaak niet boven tafel tijdens een ziekenhuisopname.’

‘3 VVT-organisaties triageren voor elkaar: de huisarts hoeft niet meer rond te bellen of er ergens plek is’

Karine van der Kraan

Over de grenzen heen

De ATOO is een mooi voorbeeld van waar samenwerking toe kan leiden. De regio wil die samenwerking verder verbeteren. ‘Corona heeft vorig jaar laten zien waar we toe in staat zijn. Toen hebben we binnen zeer korte tijd in overleg met zorgkantoor, Nij Smellinghe en VVT collega aanbieders een aparte corona unit opgezet, waar meerdere partijen over de grenzen van de eigen organisatie heen zorg boden.’ Al geruime tijd is er dankzij de samenwerking ook een website waarop VVT-organisaties hun beschikbare ELV en GRZ  capaciteit inzichtelijk maken. ‘We draaien nu een pilot waarin drie VVT-organisaties ook voor elkaar triageren voor de ELV: de huisarts hoeft niet meer rond te bellen of er ergens plek is; de organisaties regelen dat onderling na het eerste telefoontje van de huisarts. En het streven is om dit uiteindelijk provinciaal te gaan doen’, besluit Karine.

Geleerde lessen in Zuidoost-Friesland:

  • Nieuwe vormen van zorg hebben tijd nodig en worden niet meteen passend bekostigd. Het is belangrijk om aan verwijzers en zorgverzekeraars over te brengen waar je mee bezig bent en wat dit oplevert voor cliënten, zo ook in de belasting van de keten. Investeer tijd in het betrekken en informeren van zorgverzekeraars en zorgkantoren, opdat zij zowel vanuit de inhoud (wat levert dit de cliënt op?) als vanuit kosten/baten inzien wat de meerwaarde is van de nieuwe zorgvorm.
  • Begin niet al te groot, maar experimenteer in kleine stappen. Wat je zo tussentijds leert, kun je gebruiken om op te schalen.

Door Karin Burhenne

Meer weten

Geplaatst op: 7 december 2021
Laatst gewijzigd op: 16 december 2021