Zorginstituut Nederland stelt Kwaliteitskader verpleeghuiszorg vast

Met ingang van 13 januari 2017 is het kwaliteitskader verpleeghuiszorg vastgesteld door onafhankelijke deskundigen van het Zorginstituut Nederland. Het document beschrijft wat cliënten en hun naasten mogen verwachten van verpleeghuiszorg. De sector krijgt met het kader ruimte en handvatten om te leren en te verbeteren en het vertrouwen te herstellen.

Jan Kremer, voorzitter van de kwaliteitsraad van het Zorginstituut Nederland
Bij dit kader draait alles om het verbeteren van de zorg voor de mensen in de verpleeghuizen. En daar is ruimte en vertrouwen voor nodig. In het kwaliteitskader staan aanbevelingen voor instellingen om samen de kwaliteit te verbeteren en het lerend vermogen te versterken. Maar het kader kent ook stevige vereisen: veel concrete verbeteringen in de verpleeghuiszorg moeten in 2017 nog gestalte krijgen.

Vertrouwen in professionals

Een complex vraagstuk zoals in de verpleeghuiszorg kent geen simpele oplossing. Kwaliteit van zorg ontstaat op de werkvloer. Jan Kremer: “De professionals daar kennen hun cliënt het best en kunnen vanuit hun vakmanschap aansluiten bij de wens van de cliënt. De kracht die daar ligt moet optimaal benut worden. Dit kwaliteitskader geeft hen ruimte om te werken aan verbetering. Verbeteren doe je samen. Met alle betrokken partijen, met cliënten, met professionals, met bestuurders en met andere verpleeghuizen. Om te kunnen verbeteren zijn leren en ontwikkelen belangrijk. Organisaties moeten daar de voorwaarden voor scheppen. Maar leren is niet vrijblijvend. Er zal op getoetst en gehandhaafd gaan worden. Leren moet ook echt leiden tot betere kwaliteit van zorg.“

Voldoende handen aan het bed

De samenstelling van het personeel moet passen bij zorg die de cliënten nodig hebben. Vanwege de verschillen tussen cliënten, en tussen locaties, zet het kwaliteitskader in op context-gebonden normen voor de personeelssamenstelling. Tot deze er zijn, stelt het kader minimale normen vast waaraan zorgorganisaties moeten voldoen. Cliënten moeten voldoende zorg krijgen. Instellingen hebben de verantwoordelijkheid om dat te realiseren. Het gaat om voldoende personeel, met de juiste kennis en kunde. Kremer: “Dat betekent de ene keer 1 op 8, de andere keer 4 op 8. Geen in steen gehouwen verhouding, maar maatwerk. En: de personele inzet is niet vrijblijvend. Dat is goed nieuws voor cliënten, maar ook voor medewerkers die de zorg moeten leveren.”

Minder bureaucratie

Het moet zichtbaar zijn of een instelling voldoet aan de eisen van basisveiligheid. Dat wordt in het Kwaliteitskader vastgelegd met afspraken die de basisveiligheid op locatieniveau transparant maken. Zorgaanbieders zijn met ingang van januari 2017 wettelijk verplicht de beperkte informatie aan te leveren. Maar het gaat om meer. “We verbeteren de verpleeghuiszorg niet door controleren en straffen, maar door vertrouwen in de mensen te versterken. Van meten naar verbeteren. We verzamelen informatie die de sector helpt om van elkaar te leren en zichzelf te verbeteren.”

Aan de slag met de invoering

De verdere ontwikkeling en implementatie van dit kader heeft goede ondersteuning nodig om de voortgang te bewaken en om recht te doen aan de in dit kwaliteitskader voorgestane richting van leren en ontwikkelen. De regie op dit proces van ontwikkeling en implementatie ligt vooralsnog bij het Zorginstituut, de verantwoordelijkheid voor de uitvoering ligt bij de sectorpartijen. Om dit te  bereiken richt het Zorginstituut een stuurgroep in die de uitvoering van de opdrachten ondersteunt en bewaakt. Deze stuurgroep bestaat uit vertegenwoordigers van de relevante sectorpartijen, inclusief cliënten en zorgkantoren.

Meer weten


Geplaatst op: 13 januari 2017
Laatst gewijzigd op: 1 april 2019