Zorginstituut Nederland geeft Pleyade helderheid over zorginhoudelijke en juridische verantwoordelijkheid SO

In het kader van de werkzaamheden van de themagroep Bekostiging SO buiten de verpleeghuizen van Waardigheid en trots heeft deelnemer Pleyade aan het Zorginstituut Nederland verduidelijking gevraagd met betrekking tot de (juridische) verantwoordelijkheid van de ingeschakelde SO van Pleyade voor de zorg die aan de cliënt geleverd wordt.

Vraag Pleyade

De themagroep onder­zoekt de inzet en de bekostiging van de SO bij cliënten waarbij vanuit de huidige regelgeving de huisarts nog in the lead is.

Het betreft cliënten:

A. die nog zelfstandig thuis wonen en geen Wlz-indicatie hebben; de SO van Pleyade wordt via de subsidieregeling Extramurale Behandeling ingeschakeld.

B. die semi-zelfstandig thuis wonen (scheiden wonen en zorg) in een zorgvilla; de zorgvilla levert Wlz-zorg zonder behandeling (via PGB of MPT); de SO van Pleyade wordt door de zorgvilla ingeschakeld en treedt op als regiebehandelaar (in plaats van eigen huisarts van de cliënt)

C. die in een zorginstelling met toelating voor Wlz-behandeling wonen; die een indicatie zonder behandeling hebben; de SO van Pleyade wordt op verzoek van de huisarts (of op signalering door de zorg in samen­spraak met de huisarts) ingeschakeld en treedt op als regiebehandelaar (in plaats van eigen huisarts van de cliënt)

Hoe ver strekt in deze gevallen de (juridische) verantwoordelijkheid van de ingeschakelde SO van Pleyade voor de zorg die aan de cliënt geleverd wordt?

Met andere woorden: wie staat er ‘voor het poortje’ in het onverhoopte geval dat adviezen van of ingezette behandeling door de SO niet worden opgevolgd met ernstige gevolgen voor de cliënt?

Aanname ad A

De cliënt woont nog thuis en eventuele thuiszorg die de cliënt reeds ontvangt, of die op aanraden van de SO wordt ingeschakeld, valt zowel zorginhoudelijk en juridisch onder verantwoordelijkheid van de betreffende thuiszorgorganisatie.
Is dit juist? En zo nee, waarom niet.

Aanname ad B

De zorg voor de cliënt valt onder de verantwoordelijkheid van de zorgvilla, daar zijn de verzorgenden in dienst. De SO geeft wel aan wat er van de verzorgenden van de zorgvilla verwacht wordt voor het goede resultaat van de ingezette behandeling, maar is niet verantwoordelijk als dat niet goed opgevolgd wordt. De cliënt heeft over de zorg een overeenkomst met de zorgvilla en die blijft voor dit deel van de zorg verantwoordelijk.
Is dit juist? En zo nee, waarom niet.

Aanname ad C

  1. Als de cliënt in een zorginstelling van Pleyade woont, valt de zorg voor de cliënt al onder verantwoordelijkheid van de Pleyade. Dat verandert niet met de inschakeling van de SO.
    Is dit juist? En zo nee, waarom niet.
  1. Als de cliënt in een andere zorginstelling dan Pleyade woont, valt de zorg voor de cliënt onder de verantwoordelijkheid van die betreffende zorginstelling, daar zijn de verzorgenden en verpleeg­kundigen in dienst. De SO geeft wel aan wat er van de verzorgenden/verpleegkundigen verwacht wordt voor het goede resultaat van de ingezette behandeling, maar is niet verantwoordelijk als dat niet goed opgevolgd wordt. De cliënt heeft over de zorg een overeenkomst met die andere zorgorganisatie en die blijft voor dit deel van de zorg verantwoordelijk. [minder waarschijnlijke casus, want als zorginstelling toelating voor behandeling heeft, hebben ze veelal zelf SO’s in dienst]
    Is dit juist? En zo nee, waarom niet.
  1. De makkelijkste oplossing in dit geval is de indicatie van de cliënt omzetten naar ‘met behandeling’. De huisarts is dan niet meer eindverantwoordelijk, maar de SO.
    Is dit juist? En zo nee, waarom niet.

Antwoord Zorginstituut Nederland

Voorstel om termen als verantwoordelijkheid en zorg te preciseren. In alle casussen heeft de SO zijn professionele verantwoordelijkheid, vastgelegd in de wetten als  BIG en WGBO. Hij/zij is verantwoordelijk en aanspreekbaar op het  medisch handelen.

De instelling, hetzij de instelling waarbij de SO in dienst is, hetzij een andere instelling, is verantwoordelijk voor de levering van verpleging en verzorging. Ik gebruik liever deze termen dan de term ‘zorg’ die niet precies genoeg is. De instelling die  verpleging en verzorging levert, heeft contractuele verplichtingen over deze levering, met het zorgkantoor of  met de PBG houder. De instelling heeft bovendien verplichtingen in het kader van de Kwaliteitseisen aan zorginstellingen, die via verschillende wetten worden geregeld (o.a. WKKGZ, Wet toelating zorginstellingen, Wet medezeggenschap cliënten).

De verpleegkundige heeft net zoals de SO  de eigen beroepsverantwoordelijkheid en is daarop aanspreekbaar.

Als de SO twijfels heeft over omvang en kwaliteit van de verpleging en/of verzorging,  dan kan (en moet) hij/zij dat aankaarten bij de zorginstelling die deze zorg levert. In feite maakt het dan niet uit of de SO al dan niet bij deze instelling een dienstverband heeft. Immers het behoort tot de professionele verantwoordelijkheid van de SO deze twijfels kenbaar te maken. Ultimum refugium is een melding bij de IGZ. Vergelijk het met de chirurg die constateert dat er te weinig of niet voldoende deskundige operatieassistenten zijn. Als hij/zij dat inzicht niet deelt met de ziekenhuisdirectie, komt hij/zij professioneel tekort.

Mocht het mis gaan, dan is het maar al te vaak niet meteen duidelijk, wie op casusniveau daarop aansprakelijk is. Civielrechtelijke procedures zijn dan het gevolg. Het verdient daarom aanbeveling dat de SO hetzij in dienstverband , het zij als zelfstandige, altijd een goede beroepsaansprakelijkheidsverzekering heeft.

Tot zover de verhouding van de SO ten opzichte van verpleging en verzorging.

Tot slot is er de verhouding tot die andere geneeskundige in het speelveld, de huisarts.

De huisarts kan in de huidige regelgeving een rol spelen bij instellingen zonder behandeling en bij WLZ zonder verblijf (thuis of in geclusterde woonvorm). Nog is het zo dat dan geneeskundige zorg van algemene aard niet ten laste van de WLZ komt, en zorg specifiek op de aandoening gerichte behandeling wel. Wij vinden dat dit een moeilijk te duiden onderscheid is. Wij overwegen dan ook om dit onderscheid in de toekomst te laten vallen.

Hoe dan ook, nu en in de toekomst, zullen  de SO en de betrokken huisarts nauwkeurige afspraken moeten maken over ieders aandeel en verantwoordelijkheid , waar het de levering van geneeskundige zorg betreft. Als de cliënt geneeskundige zorg tekort komt omdat er geen sluitende afspraken zijn gemaakt, is dit zowel de huisarts als de SO aan te rekenen.

Overigens wijs ik er op dat het hier eigenlijk gaat om vragen over aansprakelijkheid in civielrechtelijke zin, een terrein waarop het Zorginstituut geen speciale deskundigheid noch bevoegdheid heeft.


Geplaatst op: 1 februari 2017
Laatst gewijzigd op: 1 februari 2017