SCP-rapport: Particuliere woonzorg vergroot keuzemogelijkheden ouderen

Particuliere en reguliere woonzorg voor ouderen zijn niet tegengesteld, maar bestaan naast elkaar, overlappen deels en vullen elkaar aan. Dat blijkt uit een verkennend onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) over de particuliere woonzorgsector.

De woonzorgconcepten van de particuliere sector kunnen de reguliere woonzorg aanzetten tot innovatie van het bestaande aanbod. Dat vergroot ook de keuzemogelijkheden voor ouderen. Voor complexe zorgvragen van ouderen, hebben particuliere woonzorgaanbieders vaak niet voldoende deskundigheid en mogelijkheden in huis, en soms blijkt de huisvesting ook niet geschikt. Een specialist ouderengeneeskunde is in de particuliere woonzorg doorgaans niet beschikbaar. Voor medische vragen zijn ouderen vaak aangewezen op de huisarts, maar die kunnen zich overvraagd voelen als een particuliere aanbieder zich in hun wijk vestigt. Dit vraagt om een goede inbedding in de lokale zorginfrastructuur.

Kleinschalig

Particuliere woonzorg voor ouderen wordt vaak opgezet door bevlogen zorgprofessionals of ondernemers met een persoonlijke ervaring in de zorg. De particuliere huizen zijn over het algemeen kleinschalig.  Het particuliere woonzorgaanbod maakt een klein deel uit van het totale woonzorgaanbod waar ouderen zorg uit de Wet langdurige zorg (Wlz) – veelal verpleeghuiszorg – kunnen ontvangen. Ook reguliere zorginstellingen hebben tegenwoordig vaak kleinschalig wonen in hun aanbod. Bij particuliere woonzorg zijn de ouderen huurders, die kiezen voor een locatie, sfeer of het aanbod aan aanvullende services. Ook echtparen kunnen hier terecht of ouderen die nog geen of een lichte zorgbehoefte hebben. De particuliere woonzorglocaties zijn doorgaans niet gebouwd als ‘verpleeghuizen’, maar bestaan vaak uit gebouwen die voorheen een andere functie hadden of uit speciaal bestemde nieuwbouw.

Bekostiging

Net als in de reguliere instellingen wordt de langdurige zorg in particuliere huizen vrijwel altijd uit publieke middelen betaald, maar het wonen en eventuele aanvullende services betalen de ouderen zelf. Bewoners hebben doorgaans een indicatie voor de Wlz. De kosten voor de zorg worden betaald uit een persoonsgebonden budget (pgb) of via een Volledig Pakket Thuis (VPT).  Particulier woonzorgaanbod bedient veelal ouderen met hogere inkomens, maar er is ook (steeds meer) aanbod voor ouderen met een middeninkomen. Er is zelfs aanbod voor ouderen met alleen AOW, al is dat nog erg schaars.

Er is weinig verschil in de voorwaarden voor het leveren van zorg: reguliere en particuliere organisaties moeten veelal aan dezelfde kwaliteitseisen voldoen, zoals vastgesteld in het Kwaliteitskader Verpleeghuiszorg. Het programma Waardigheid en trots op locatie biedt ondersteuning bij de implementatie van het kwaliteitskader. Ook PGB- en VPT-aanbieders die verpleeghuiszorg leveren, kunnen deelnemen. Lees meer over Waardigheid en trots op locatie.

Particuliere aanbieders bieden geen Zorg in natura (Zin), dat wil zeggen, het complete pakket aan zorg, verblijf en medische behandeling ineen. Dat kan alleen in reguliere zorgorganisaties waar een hele zorginfrastructuur met een behandelend team (bv. specialisten ouderengeneeskunde, fysiotherapeut, psychologen ) beschikbaar is. Voor hoog complexe zorgvragen zijn ouderen doorgaans alsnog op reguliere zorgorganisaties aangewezen.

Meer weten over bekostiging SO buiten het verpleeghuis

Binnen de themagroep Bekostiging specialist ouderengeneeskunde (SO) buiten het verpleeghuis van Waardigheid en trots – Ruimte voor verpleeghuizen is door 7 zorgaanbieders samen met alle landelijke stakeholders gewerkt aan de Wegwijzer zorgvernieuwing: Positionering en bekostiging specialist ouderengeneeskunde naast de huisarts. Uitgangspunt was dat bij complexe (medische) problematiek een cliënt dezelfde kwaliteit van medische behandeling ontvangt ongeacht waar iemand woont; in het verpleeghuis, een geclusterde woonvorm of thuis.


Geplaatst op: 29 juli 2019
Laatst gewijzigd op: 29 juli 2019