Waardigheid en trots bron van inspiratie

Het programma Waardigheid en trots biedt 200 verpleeghuislocaties de mogelijkheid gericht te gaan inzetten op kwaliteitsverbetering in verpleeghuiszorg en best practices te delen met het hele veld. De oproep van de staatssecretaris heeft het in zich een bron van inspiratie te worden voor de hele sector, denkt bestuurder Henri Plagge van De Zorgboog.

Onder de titel Waardigheid en Trots liefdevolle zorg voor onze ouderen heeft staatssecretaris Martin van Rijn van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) een plan van aanpak gepresenteerd voor verbetering van de kwaliteit van zorg in verpleeghuizen. Het plan is ontwikkeld in samenwerking met NPCF, LOC, V&VN, Verenso, ActiZ, Branchevereniging Thuiszorg Nederland, Zorgverzekeraars Nederland, het Zorginstituut en de Inspectie voor de Gezondheidszorg.

Het behelst 5 concrete speerpunten voor kwaliteitsverbetering:

  • Samenwerking tussen cliënt, informele zorg en zorgverlener
  • Basis op orde: veilige zorg
  • Meer ruimte voor en kwaliteit van professionals
  • Kwaliteit staat of valt met bestuurlijk leiderschap
  • Openheid en transparantie.

Van Rijn wil samen met het veld aan deze speerpunten concreet invulling geven. Dit gebeurt door analoog aan de aanpak die eerder is gekozen in het experiment regelarme instellingen een beweging van maximaal 200 verpleeghuislocaties – met de ambitie een best practice te worden – concrete stappen te laten zetten in verbetering van de kwaliteit van verpleeghuiszorg als voorbeeld voor de hele sector.

Lid van de Gideonsbende

Om de beweging van 200 te faciliteren en te inspireren heeft Van Rijn een groep mensen opgeroepen om met hem mee te denken. Deze groep heeft de naam de Gideonsbende meegekregen en een van de deelnemers is zorgaanbieder De Zorgboog, die eerder ook al deelnam aan het experiment regelarme instellingen.

‘De waarde van de brief van Van Rijn is dat daarmee ruimte wordt gegeven om voort te borduren op wat al goed gaat in de verpleeghuiszorg en als gevolg daarvan de best practices op het gebied van kwaliteitsbevordering die er zijn breder onder de aandacht te brengen’, zegt bestuurder Henri Plagge.

Wat is dan die kwaliteit van verpleeghuiszorg? ‘Dat is een simpele vraag met een complex antwoord’, zegt Plagge. ‘Zelf gaan wij uit van een mix van veiligheid, deskundigheid en professionaliteit, en tegelijkertijd goede aansluiting bewerkstelligen met de wensen van mensen binnen de beperkingen die voor hen bestaan. Het feit dat die wensen van mens tot mens verschillen, betekent dat we er als zorgaanbieders in zullen moeten slagen variëteit te bieden. Daarom is variëteit een van de belangrijke thema’s voor de toekomst. Alles willen afdichten in regels en kaders maakt het moeilijk om daarvoor ruimte te bieden in de individuele relatie tussen zorgverlener en cliënt. Daarom is het belangrijk dat de opzet slaagt zoals Van Rijn die in de brief heeft verwoord, want anders ligt het voor de hand dat de rol van die regels en kaders alleen maar groter zal worden. De brief wijst ook in die richting.’

Breed inzetten

De veranderingen in het zorgveld vragen er volgens Plagge om ‘dat we zo breed mogelijk gaat kijken naar de opdracht die voor ons ligt’. Dat begint met een kritische beschouwing van wat feitelijk verpleeghuiszorg is, vindt hij. Hij vertelt: ‘Verpleeghuizen zijn in veel gevallen al lang niet meer de grootschalige complexen van weleer. Je ziet steeds vaker dat de zorg vanuit kleinschalige voorzieningen wordt geboden. Maar ook de intensieve zorg die kwetsbare mensen in de thuissituatie ontvangen valt er feitelijk onder. Dit aspect krijgt nog te weinig aandacht in de discussie, hoewel we het wel hebben over het gegeven dat minder verpleeghuisplaatsen nodig zijn als de zorg thuis goed geregeld wordt. Ook het gegeven dat de kwaliteit slechts voor een deel door de zorgprofessionals wordt bepaald, verdient nog meer aandacht. Als er nooit iemand op bezoek komt, zal de kwaliteit van leven van een bewoner altijd te wensen overlaten, ongeacht hoe goed de professionele kwaliteit van de verpleeghuiszorg is.’

Al veel stappen gezet

De sector staat dus een forse taak te wachten, vindt Plagge. Vanuit het professionele perspectief heeft De Zorgboog de laatste jaren zelf al veel gedaan om die kwaliteit te verbeteren. ‘We hebben een cultuurtraject doorlopen waarin we veel aandacht hebben geschonken aan respect voor en luisteren naar de patiënt en elkaar’, zegt Plagge. ‘Ook hebben we geïnvesteerd in het opleidingsniveau van onze medewerkers. En we hebben de slag van groot- naar kleinschalig gemaakt, waarbij we zoveel mogelijk zorg zijn gaan bieden in de wijk, omdat we denken dat de omgeving van de cliënt dan gemakkelijker een rol kan blijven spelen. Tot slot hebben we ingezet op versterking van de medezeggenschap van de lokale cliëntraden en de ledenraad, die vanaf dit jaar de centrale medezeggenschap behartigt.’

Het feit dat De Zorgboog deel uitmaakte van het experiment regelarme instellingen, was beslist waardevol, stelt Plagge. ‘We hebben de wijkverpleegkundigen de ruimte kunnen geven om zelf te indiceren en dat heeft de tevredenheid bij hen en bij de cliënten sterk verbeterd’, zegt hij. ‘Bovendien zijn we hierdoor gemiddeld minder zorg gaan verlenen omdat de eigen regie en de eigen mogelijkheden van de cliënten meer op de voorgrond zijn komen te staan.’

Ruimte voor ideeënvorming

Voor het vervolg in de vorm van deelname aan de Gideonsbende stond hij snel open. Hij vertelt: ‘Als we de vaak negatieve beeldvorming over de verpleeghuiszorg hiermee een ander aanzien kunnen geven, is al heel veel winst geboekt. Het goede van de Gideonsbende is dat die zonder regels vooraf is opgezet. Dit geeft ruimte voor ideeënvorming, en gelet op de gemêleerdheid van het gezelschap zullen die ook beslist komen. Het zal geen vrijblijvende praatclub worden, maar een bron van inspiratie. De minder zakelijke setting zal ertoe bijdragen dat ideeën ontstaan waarmee de hele sector verder kan. Zo is het experiment regelarme instellingen ook begonnen. En innovatie ontstaat zelden achter een bureau.’

Interview door Frank van Wijck

Meer weten


Geplaatst op: 12 mei 2015
Laatst gewijzigd op: 25 oktober 2016