Resultaten steekproef CIZ – Experiment indicatiestelling

Demissionair staatssecretaris Martin van Rijn (VWS) heeft de Tweede Kamer de resultaten aangeboden van een door het CIZ verrichte steekproef van dossiers bij zorgaanbieders die deelnemen aan het experiment indicatiestelling (onder de vlag van Waardigheid en trots). Van Rijn geeft aan dat het experiment met een jaar verlengd wordt.

Indicatie-advies van zorgaanbieders

Onder Waardigheid en trots hebben zestien instellingen de ruimte gekregen te experimenteren met indicatiestelling. Het experiment krijgt als volgt vorm. De zorgverleners brengen de zorgvraag van de cliënt in kaart en stellen een onderbouwd advies op. Het CIZ toetst ieder advies op basis van een door de zorgaanbieders ingevuld format en neemt het besluit. De werkwijze bouwt voort op de ervaringen die zijn opgedaan in het experiment regelarme instellingen (ERAI). Het proces van indicatiestelling wordt hiermee aanzienlijk versneld, een indicatiebesluit kan in twee dagen worden afgegeven.

Resultaten van het experiment indicatiestelling

Om goed zicht te krijgen op de resultaten van dit experiment is een aantal evaluatieonderzoeken uitgevoerd:

Tussenevaluatie

Uit de door het CIZ vastgestelde tussenevaluatie van januari 2017 kwam naar voren dat de zorgverleners in ruim 90% tot een juiste beoordeling en onderbouwing komen. Dat wil zeggen dat zij een correcte onderbouwing maken van de Wlz-toegang en het juiste zorgprofiel selecteren. Het CIZ beoordeelt hiertoe het format dat zorgaanbieders voorleggen aan het CIZ, waarin de informatie is verwoord die van belang is om de toegang te kunnen beoordelen. Bij twijfel zal het CIZ doorvragen bij de instelling.

Dossieronderzoek

Het dossieronderzoek van het CIZ over het laatste kwartaal van 2016 en het eerste van 2017, vloeit mede voort uit de tussenevaluatie van het CIZ van januari 2017. De steekproef van 186 dossiers had als doel om na te gaan of de zorgaanbieder de informatie die ten grondslag ligt aan het indicatie-advies dat aan het CIZ is gegeven, voorhanden heeft en of die informatie ook leidt tot het indicatiebesluit zoals dat is verstrekt door het CIZ.

Een besluit is volgens het CIZ ´juist´, als het besluit is gebaseerd op een (complete) aanvraag en een zorgvuldig onderzoek, en volledig en goed gemotiveerd is op basis van de toegangscriteria Wlz en de criteria voor het best passend zorgprofiel. Als een onderdeel niet duidelijk of niet juist is, dan is het voor het CIZ geen ‘juist’ besluit. Deze omschrijving van juist besluit kan niet worden gelijkgesteld met de conclusie dat ‘ten onrechte toegang is verleend tot de Wlz’ of ‘het verkeerde zorgprofiel is geadviseerd’. Het CIZ wijst er namelijk op dat het niet is uitgesloten dat ook bij een ‘niet-juist besluit’, de cliënt wel de zorg krijgt die hij nodig heeft, èn waar hij recht op heeft.

Vanuit de door hen gehanteerde definitie stelt het CIZ vast dat voor de minderheid van de 186 dossiers van de deelnemende aanbieders (44%) geldt dat sprake is van ‘juist besluit’. Als het gaat om de vraag of het best passende zorgprofiel is geïndiceerd, dan komt uit het dossieronderzoek naar voren dat in 60% van alle getoetste dossiers op basis van de aanvullende informatie en het format het best passend zorgprofiel is gekozen. Het CIZ heeft in dit onderzoek acht keer bevonden dat een lager zorgprofiel passender zou zijn geweest.

Het CIZ-onderzoek laat zien dat de dossiers bij de zorgaanbieders verbetering behoeven. Aanbieders staan hiervoor open en het CIZ wil daar graag haar medewerking aan verlenen. Gedurende de looptijd van het experiment is daar al gevolg aan gegeven door een training voor de zorgaanbieders. Deze heeft in mei 2017 plaatsgevonden. Het effect van deze training op de kennis van de zorgaanbieders, is niet in deze steekproef gemeten aangezien deze steekproef betrekking had op de periode voor deze training.

Verlenging experiment indicatiestelling onder W&T

Vanwege de personele verplichtingen die de deelnemende zorgaanbieders zijn aangegaan, acht Van Rijn het noodzakelijk hen spoedig helderheid te geven over het al dan niet vervolgen van dit experiment. Wachten met dit besluit totdat de eindevaluatie van Berenschot is opgeleverd is daarmee niet mogelijk.  Van Rijn: “Alles overziend, pleiten de resultaten uit de tussenevaluatie en het dossieronderzoek ervoor om nog een jaar verder met elkaar te experimenteren. Zo kunnen het CIZ en aanbieders verder van elkaar leren en kan de kwaliteit van deze besluiten worden verhoogd. Dit vraagt een inspanning van alle betrokken partijen. CIZ en zorgaanbieders hebben aangegeven daar hun bijdrage aan te willen leveren. Een andere reden achter dit besluit is dat ik het belangrijk vind dat de investeringen van de zorgaanbieders in hun personeel nu niet vervliegen.”

Eind oktober publiceert Berenschot een evaluatie van het experiment. Eventuele aanbevelingen die uit deze eindevaluatie komen, kunnen worden meegenomen in de komende verlenging.

Bron: Rijksoverheid

Meer weten


Geplaatst op: 24 oktober 2017
Laatst gewijzigd op: 27 februari 2018