De Jonge werkt aan randvoorwaarden capaciteitsontwikkeling verpleeghuiszorg

Geplaatst op: 4 december 2020
Laatst gewijzigd op: 4 december 2020

Door onder meer TNO is vastgesteld dat er de komende twintig jaar een grote opgave ligt om aan de vraag naar verpleeghuiszorg te kunnen voldoen. De zorgkantoren werken momenteel hard aan de opdracht om tegemoet te komen aan de groeiende vraag naar verpleeg(huis)zorgcapaciteit. Bijvoorbeeld door het maken van meerjarige afspraken met aanbieders van verpleeghuiszorg, zodat zij de zekerheid krijgen die nodig is voor het doen van uitbreidingsinvesteringen. Minister De Jonge wil waar mogelijk belemmeringen wegnemen en invulling geven aan de noodzakelijke randvoorwaarden. Dit schrijft De Jonge eind november in zijn beleidsbrief aan de Tweede Kamer.

TNO schetst in het rapport ‘Prognose capaciteitsontwikkeling verpleeghuiszorg’ van december 2019 een aantal trendontwikkelingen voor de toekomst van de verpleeg(huis)zorg.

In het vervolgrapport ‘Prognose capaciteitsontwikkeling verpleeghuiszorg fase II’ van juli 2020 worden onder andere de toekomstige vraag- en aanbodontwikkelingen van verpleeghuiszorg nader gekwantificeerd en wordt per regio de geleverde zorg in kaart gebracht en ook de nog onbenutte capaciteit.

ZN benoemt in een brief aan de Tweede Kamer van oktober 2020 een vijftal randvoorwaarden die nodig zijn om de inspanningen van de zorgkantoren in de realisatie van deze extra capaciteit succesvol te laten zijn.

Op deze vijf randvoorwaarden gaat De Jonge in in zijn beleidsreactie aan de Tweede Kamer van november 2020.

Budgettair kader

1: Het budgettair kader volgt tot en met 2025 de demografische ontwikkeling

De Jonge: ‘In de huidige situatie wordt jaarlijks een financieel kader voor de Wlz
beschikbaar gesteld voor de sector. De middellangetermijnramingen van de zorguitgaven die door het CPB worden gemaakt en waarin de demografische groei is verwerkt, vormen de basis voor de komende regeerperiode. Deze ramingen kunnen de basis vormen voor meerjarige afspraken. Voor de volgende regeerperiode kan worden verkend wat de mogelijkheden zijn om een meerjarig financieel kader beschikbaar te stellen.’

Hoofdlijnenakkoord

2: Een financieel hoofdlijnenakkoord borgt de bouwopgave tot 2040.

De Jonge: ‘Gezien de huidige systematiek is het niet mogelijk financiële kaders vast te leggen die verder reiken dan de regeerperiode. Wel is het zinvol langjarige
kostencalculaties te gaan maken die gebaseerd kunnen zijn op de volumeprognose van TNO. In overleg met de veldpartijen zou ik willen verkennen in hoeverre het
afsluiten van een hoofdlijnenakkoord tot de mogelijkheden behoort. Daarbij gaat
het dan niet alleen om afspraken over de financiële aspecten, maar ook over
andere doelen die de komende jaren moeten worden bereikt bij de verpleegzorg,
zoals capaciteitsuitbreiding, kwaliteit en innovatie.’

Vastgoedontwikkeling

3: Financiële instrumenten ten behoeve van vastgoedontwikkeling

De Jonge: ‘Het waarborgfonds financiering zorg heeft momenteel al de functie van een
landelijk bouwfonds. In de praktijk wordt hier echter nog maar weinig gebruik van gemaakt. De komende periode wil ik benutten voor het onderzoeken van de oorzaken van dit beperkte gebruik om vervolgens met de resultaten hiervan de inzet van het waarborgfonds financiering zorg te vergroten.’

4: Sturingsinstrument vastgoedontwikkeling gemeenten

De Jonge: ‘De taskforce Wonen en Zorg heeft als een van haar doelstellingen dat gemeenten in 2021 een woon-zorgvisie hebben ontwikkeld. Er wordt gestreefd naar een bestuurlijke afspraak begin 2021 met VNG, IPO, Aedes, ActiZ en ZN over hoe de opgaven lokaal en in de regio in samenhang worden vertaald in lokale prestatieafspraken voor wonen, welzijn en zorg.’

Zorg thuis

5: Zorg thuis onmisbaar onderdeel van de Wlz

De Jonge: ‘In de huidige Wlz zijn alle leveringsvormen mogelijk. Zowel zorg in een instelling als zorg thuis. Zorgkantoren kunnen hierop inspelen door hier in hun
zorginkoopbeleid rekening mee te houden en aanbieders te stimuleren (ook) vpt
en mpt aan te bieden.’

Meer weten