OMT adviseert over versoepelingen coronamaatregelen verpleeghuiszorg

Geplaatst op: 7 april 2021
Laatst gewijzigd op: 9 april 2021

Het vaccineren van de bewoners van verpleeghuizen en instellingen voor gehandicaptenzorg is op veel locaties afgerond en de vaccinatie van ouderen thuis vordert gestaag. Als gevolg hiervan zien we dat het aantal besmettingen en de sterfte daalt. Daarom heeft het kabinet aan het OMT gevraagd een samenhangend advies uit te brengen over de mogelijkheden om coronamaatregelen voor deze doelgroepen op verantwoorde wijze te versoepelen. De vraag daarbij is ook onder welke randvoorwaarden mogelijke versoepeling kan plaatsvinden.

Advies OMT over infectiepreventiemaatregelen

Hoewel op de meeste locaties de tweede vaccinaties inmiddels zijn afgerond, adviseert het OMT om in principe de infectiepreventiemaatregelen ook na vaccinatie nog te continueren. Dit baseert het OMT op het feit dat nog niet alle bewoners beschermd zijn, omdat nog niet alle bewoners zijn gevaccineerd, de vaccinatie geen 100% bescherming biedt en het nog niet duidelijk is in hoeverre vaccinatie beschermt tegen het overbrengen van het virus. De kwetsbaarheid van ongevaccineerde bewoners staat daarbij voorop. Volgens het OMT gaat dit om een overgangssituatie, want zodra de vaccinaties breed in de maatschappij zijn gerealiseerd en de besmettingsrisico’s van buiten de verpleeghuizen zijn teruggebracht, zou verdere versoepeling kunnen worden doorgevoerd.

Kader voor versoepelingen

Als uitgangspunt bij de geadviseerde versoepeling van maatregelen in het verpleeghuis hanteert het OMT een optimale balans tussen veiligheid voor bewoners en medewerkers enerzijds en de negatieve impact van de preventieve maatregelen op het welzijn van de bewoners anderzijds. Een werkgroep van het OMT heeft een kader opgesteld met voorwaarden en aandachtspunten bij versoepeling van maatregelen nadat aan de bewoners volledige vaccinatie is aangeboden. De brancheorganisaties en instellingen kunnen dit als uitgangpunt gebruiken voor het opstellen van het eigen beleid, dat afgestemd moet worden op de specifieke omstandigheden in de instelling.

Het OMT geeft aan dat bij de huidige infectiedruk de stringentere maatregelen voor bewoners van verpleeghuizen kunnen worden losgelaten. Hiermee worden de maatregelen die voor deze bewoners gelden in lijn gebracht met de maatregelen voor de rest van de samenleving. Dit betekent dat de volgende versoepelingen kunnen worden overwogen bij een hoge vaccinatiegraad (ca 80% of hoger) van de bewoners:

  • Op de eigen kamer van een volledig gevaccineerde bewoner kan worden afgezien van het dragen van een mondneusmasker en het afstand houden van bezoekers. Bezoekers dienen bij voorkeur zelf ook gevaccineerd te zijn of zich te laten testen voorafgaand aan het bezoek;
  • De omvang van de vaste groep van volledig gevaccineerde bewoners bij groepsactiviteiten kan enigszins verruimd worden, hoewel het advies nog steeds is geen cliënten of bezoekers van buiten de instelling toe te laten tot groepsactiviteiten.
  • Inzet van vrijwilligers in de instelling is weer mogelijk. Vrijwilligers dienen een chirurgisch mondneusmasker type II te dragen;
  • Niet-medische contactberoepen zoals kappers kunnen weer worden toegelaten. Zij dienen een chirurgisch mondneusmasker type II te dragen;
  • Voor zorgmedewerkers is het mogelijk om bepaalde essentiële trainingen weer te volgen. Zorgmedewerkers dragen daarbij een chirurgisch mondneusmasker type II.

Overige punten uit het OMT-advies

In het OMT-advies staat nog een aantal belangrijke aandachtspunten:

  • Het blijft nodig blijft om in openbare ruimtes binnen het verpleeghuis de basisregels, zoals de afstandsregels en handhygiëne, in acht te nemen.
  • Zorgmedewerkers blijven preventief persoonlijke beschermingsmiddelen gebruiken conform de voor de sector geldende richtlijnen.
  • Testen en isolatie bij klachten van bewoners blijven nodig.
  • Bij activiteiten buiten de instelling (zoals bezoek en logeren) moeten de algemeen geldende adviezen zoals bezoekersaantallen nog steeds worden opgevolgd. Bij logeren wordt geadviseerd het aantal adressen waar een bewoner logeert te beperken tot 1 of 2 vaste adressen.

Geen landelijk opgelegd raamwerk maar maatwerk

Het OMT-advies biedt verpleeghuizen de mogelijkheid om op een verantwoorde manier meer ruimte te geven aan hun bewoners en hun naasten. Ook geeft het een kader met voorwaarden en aandachtspunten dat verpleeghuizen kunnen gebruiken bij het opstellen van hun beleid, passend bij hun praktijk. Dit sluit aan bij het huidige beleid waarbij zorgaanbieders zelf inhoud en vorm geven aan maatregelen en versoepelingen. Minister Hugo de Jonge: ‘Zorgaanbieders hebben immers zelf goed inzicht in de lokale situatie. Geen landelijk opgelegd raamwerk dus maar maatwerk. Voor de verpleeghuissector bestaat er al een handreiking voor bezoek, sociaal contact en logeren. De sector heeft deze handreiking zelf opgesteld. Ik vraag de betreffende branche- en beroepsverenigingen om dit OMT-kader onderdeel te maken van deze handreikingen.’ Bekijk en download de handreiking bezoek en sociaal contact voor de verpleeghuiszorg.

Maak gebruik van de ruimte die er is

In de Kamerbrief roept de minister zorgorganisaties op om gebruik te maken van de ruimte die er is: ‘Het kader dat het OMT heeft opgesteld, biedt een handvat om dit binnen een zorgorganisatie vorm te geven. Er kan meer dan men soms denkt. Naast alle organisaties die dit al volop doen, zijn er helaas nog verpleeghuizen die onnodig terughoudend zijn, bijvoorbeeld als het gaat om het toelaten van bezoek of het maken van een wandeling.’

Daarnaast wil de minister samen met de betrokken branche- en beroepsorganisaties verkennen wat verpleeghuisorganisaties ervan weerhoudt om die ruimte te gebruiken en wat zij eventueel nodig hebben om aan die ruimte in hun lokale situatie vorm te geven. Goede voorbeelden van andere zorginstellingen kunnen inzicht geven in het invullen van de versoepelingen op een veilige en verantwoorde manier. Hiertoe zullen de Academische Werkplaatsen goede voorbeelden gaan verzamelen en de ontwikkelingen in de sector monitoren. Daarbij kunnen de Academische Werkplaatsen ook in beeld brengen aan welke verdere versoepelingen behoefte bestaat bij de zorgorganisaties.

De minister hecht eraan te benadrukken dat zorgorganisaties bij het maken van hun afweging slechts die beperkingen in stand houden die voor de gegeven, lokale situatie nodig zijn. Belangrijk blijft dat de zorgorganisatie een proportionaliteitsafweging maakt als het nodig is maatregelen te treffen of in stand te laten. De IGJ houdt hierop toezicht.

Meer weten