Kennisnetwerk Dementie: praktijk is vertrekpunt, wetenschap vult aan

In Zonnehuisgroep Amstelland (ZHGA) werd in april tijdens de tweede bijeenkomst van het Kennisnetwerk Dementie gesproken over Leer- en Innovatie Netwerk (LIN), moreel beraad, GRIP en het vak neuropsychologie in relatie tot dementie. De deelnemers van het netwerk bestaan uit psychologen, verpleegkundigen, opleidingsdeskundigen en bestuurders. Zij deelden praktijkvoorbeelden en reflecteerden op hoe zij persoonsgerichte zorg geven. Lees hun ervaringen met en tips over het verbeteren van persoonsgerichte zorg.

Kennisnetwerk Dementie

Het Kennisnetwerk Dementie is een beginnend lerend netwerk en is een verbinding tussen wetenschap en praktijk waarbij praktijk altijd het uitgangspunt is. Het netwerk richt zich op het ophalen van goede voorbeelden bij de deelnemende organisaties en kijkt hoe onderzoek hieraan kan bijdragen of aan heeft bijgedragen. Dit doen de deelnemers door letterlijk bij de organisaties op bezoek te gaan. Als onderzoek kan bijdragen, wordt de onderzoeksvraag uitgezet bij een universiteit of hoge school. Een onderzoeker onderzoekt wat er al bestaat aan kennis en onderzoek over het onderwerp en start eventueel nieuw onderzoek. Tijdens bijeenkomsten ervaren deelnemers een praktijkcasus bij een organisatie en reflecteren zij wat zij nodig hebben om het in de eigen organisatie in te richten. Dit voorbeeld wordt uitgewerkt met als doel dat het breder geïmplementeerd kan worden. Deelnemers zijn: Atlant, Avoord, Marga Klompé, Topaz, Zonnehuisgroep Amstelland en WoonZorgcentra Haaglanden. Vilans faciliteert het proces, nodigt sprekers met specifieke kennis uit en zorgt voor kennisdeling.

Ervaringen met en tips over verbeteren van persoonsgerichte zorg

  • Cliënt aanwezig bij overleg. Sommige organisaties nodigen de cliënt bij ieder bespreekpunt van een overleg uit. Zij bellen de familie, gaan in gesprek en regelen dit. ‘Eindelijk weer iets doen waar de cliënt gelukkig van wordt.’ Wat de cliënt wil, wordt ook echt verwezenlijkt.  ‘Als een bewoner elk weekend de hort op wil om een patatje te eten, doen we dat. Dit uitje valt nu gewoon onder werktijd.’
  • Rolverdeling. Wie regelt de activiteiten? Hoort dat bij een verpleegkundige? Moet dat een integraal onderdeel zijn van het takenpakket? Of is het beter hiervoor een activiteitenbegeleider, woonondersteuner of student die er een feestje van maakt in te schakelen? Ook hier blijkt; er zijn meerdere wegen naar Rome. Het is niet persé goed of fout. ‘Koffie drinken is ook werken, maar dat voelt niet voor iedereen zo. Die gedragsverandering moet nog komen.’
  • Oplossingen personeelstekort. Gekeken wordt ook of er naast verpleegkundigen misschien andere specialisten ingezet kunnen worden om het tekort aan personeel in te vullen. Misschien uit de hoek van sociaal pedagogische hulpverlening. Een woonondersteuner hoeft immers geen zorgachtergrond te hebben.  Sommige organisaties boren nu ook al nieuwe groepen aan. Bijvoorbeeld mannen van 55-plus.
  • Opleiding. Bij WZH zijn ze bezig met het opleiden van mensen. Zij analyseren op verschillende niveaus wat medewerkers misten. Misschien hebben ze Nederlandse les nodig of rekenles. Wellicht kan een communicatieadviseur binnen de organisatie taalles geven, of iemand van de financiële administratie rekenles. Bij instellingen waar zoiets al gebeurt, voelen mensen zich enorm gezien. Slagingspercentages zijn hoger dan voorheen.
  • Tip: Lees het boek van Wieringa over zelfsturende organisatie. De begrippen concent en concensus worden daarin toegelicht.
Tijdens de bijeenkomst kwam een onderzoeksvraag naar boven: wat zijn de best practices van opleidingen voor onze type instellingen? Is dat bijvoorbeeld een topcollege of een korte opleiding? Wat hebben medewerkers nodig? Kom je daar achter middels een assessment? Is een versnelde opleiding een mogelijkheid? Gaat een versnelling wel of niet ten koste van de opleiding? De deelnemers gaan kijken of ze hier verder onderzoek naar kunnen doen.

Meer weten


Geplaatst op: 17 mei 2018
Laatst gewijzigd op: 3 september 2019