Joost moet zich thuisvoelen bij Zorgbalans

Geplaatst op: 3 juli 2015
Laatst gewijzigd op: 26 juli 2019

In de interviewserie ‘Waardigheid en trots’ belichten we de plannen van een aantal van de (potentiële) deelnemers. Dit is interview 6: Zorgbalans.

Zorgbalans heeft het voorstel voor het VWS-vernieuwingsprogramma ‘Waardigheid en trots’ ingediend in de vorm van een boek. Dit boek beschrijft onder de titel Van zorgvisie naar praktijk de route die Zorgbalans wil afleggen naar goede zorg. Door zich bij VWS te melden met deze pilot, hoopt Zorgbalans te laten zien hoe actief de sector is met kwaliteitsverbetering in de verpleeghuiszorg.

Dora van den Berg (zie foto), programmamanager bij Zorgbalans, was blij met het plan ‘Waardigheid en Trots’, dat staatssecretaris Martin van Rijn in februari naar de Tweede Kamer stuurde. ‘Zijn oproep om met ideeën voor kwaliteitsverbetering in de verpleeghuiszorg te komen, komt natuurlijk niet uit de lucht vallen’, zegt ze. ‘Uit de media krijgen we soms het idee dat het kommer en kwel is in de verpleeghuiszorg, maar er is natuurlijk al heel veel ontwikkeling gaande die gericht is op kwaliteitsverbetering.’ Zorgbalans is al 2 jaar bezig met de richting voor kwaliteitsverbetering die Van Rijn voorstelt. Het had twijfels bij de vraag of het wel zinvol was om op dit moment een pilot aan te melden, zoals VWS had gevraagd, maar besloot dit toch te doen. Voorzitter van de raad van bestuur Anja Schouten verwoordt in haar brief aan VWS op deze manier waarom precies: ‘We dienen toch een plan in om de staatssecretaris, de Tweede Kamer en de samenleving te laten zien dat er op veel plekken in Nederland hard wordt gewerkt aan vernieuwing van de verpleeghuiszorg. Soms met vallen en opstaan, soms langzamer dan iedereen zou willen, maar vasthoudend en in de juiste richting.’

Een gedeelde zorgvisie

De manier waarop Zorgbalans de vernieuwing binnen de organisatie in gang heeft gezet, mag beslist bijzonder genoemd worden. Annelies Kamerling, beleidsadviseur zorg en welzijn, vertelt: ‘Het begon met het opstellen van een zorgvisie, maar toen de raad van bestuur die had gelardeerd met beleidstermen, werd het een grijze vla. Iedereen was het erover eens dat de tekst veel krachtiger moest worden neergezet, om écht als inspirerend uitgangspunt te kunnen dienen voor wat we als organisatie wilden bereiken: uitgaan van wat de cliënt nog wil en kan en daar omheen ons werk organiseren. Daarom organiseerden we de Dag van honderd: 100 mensen uit alle geledingen, van hoog naar laag, en ook vanuit de cliënten- en ondernemingsraad – op 1 dag bij elkaar brengen. Onze opdracht aan hen was om op basis van dilemma’s uit het dagelijks leven antwoord te geven op de vraag of de zorgvisie en de daarin vastgelegde waarden hielpen om die dilemma’s op te lossen. Wij hebben ter plekke, met medewerking van de raad van bestuur, aan de computer de zorgvisie daarop aangepast, totdat er een tekst lag waarin iedereen zich kon vinden en die ook realistisch is. Een belofte als ‘We zeggen altijd ja’ bijvoorbeeld klinkt mooi, maar de medewerkers op deze dag gaven allemaal aan dat het niet haalbaar is. Dus werd dit: ‘We zeggen ja, en zoeken samen naar oplossingen’. Dit onderstreept dat goede zorg bieden aan onze cliënten een gedeelde verantwoordelijkheid is, waarin ook mantelzorgers en vrijwilligers een rol spelen. Door het zo samen uit te werken, creëer je écht draagvlak om het veranderproces in gang te zetten dat nodig is om je cliënten te kunnen bieden wat ze nodig hebben.’

Van zorgvisie naar praktijk

Zorgbalans gaf ruimte aan het proces en legde dit vast in een boek: Van zorgvisie naar praktijk. Onze route naar goede zorg. Hierin vallen een paar dingen op. Ten eerste de fotografie waarin figuren zijn getekend: Joost (de cliënt) en Astrid (de medewerker). Alle vernieuwing die zorgbalans wil bewerkstelligen, is opgehangen aan deze twee fictieve ijkpersonen en aan de kernvragen ‘Wat vindt Joost ervan?’ en ‘Wat moet Astrid bieden om te zorgen dat het aansluit bij de behoefte van Joost?’.

Het tweede dat opvalt is dat een verschil is gemaakt tussen ‘boven water’ en ‘onder water’. Boven water heeft betrekking op alles wat zich in beeld afspeelt: de veranderopgave per locatie op basis van het uitgangspunt ‘Goede zorg & Goed werk’. Onder water heeft betrekking op wat zich daarachter, buiten beeld afspeelt: welke ontwikkelingen zich achter de schermen moeten afspelen om die veranderopgave per locatie te kunnen laten slagen. Dit heeft betrekking op de inzet van familie- en vriendenzorg en vrijwilligers, op de vernieuwing op het gebied van het zorgplan, de leeragenda en de kwaliteit, en op de gevolgen voor het bestuur. Elke locatie beschrijft zijn eigen veranderopgave en neemt de ‘onder water’-onderwerpen hierin mee.

Kwaliteit van leven centraal

‘De gekozen opzet geeft ruimte om per locatie van Zorgbalans een ander veranderpad te bewandelen’, legt Kamerling uit. ‘Neem als voorbeeld onze visie op wonen, wonen 2.0. De locatie Velserduin IJmuiden is er voor mensen met niet aangeboren hersenletsel, een revalidatiebehoefte, dementie en geronto-psychiatrie. Wil je alle 4 die cliëntgroepen bieden wat ze nodig hebben om te leven zoals dit binnen hun grenzen optimaal mogelijk is, dan moet om te beginnen het team op orde zijn. Ongeacht de cliëntgroep waartoe Joost behoort, moet dit huis voor hem een prettig herkenbare manier van leven bieden. Voor Astrid betekent dit dat ze in gesprek moet met de cliënt: ‘Hoe heeft uw leven er eerder uitgezien?’, ‘Wat is belangrijk voor u?’ Als ze antwoord  heeft op deze vragen, kan ze een zorgplan schrijven dat niet gebaseerd is op Joost’s probleem, maar op zijn wensen, verwachtingen en mogelijkheden. Een kwaliteit van leven plan dus eigenlijk. En dat geeft al aan dat hier ook een nadrukkelijke rol in zit voor Joost zelf en voor diens mantelzorgers.’

Dat toch is gekozen voor de term zorgplan, heeft een puur praktische reden: de Wet langdurige zorg stelt dat cliënten recht hebben op een zorgplan en dit ook moeten ondertekenen. Kiezen voor de benaming ‘kwaliteit van leven plan’ zou tot verwarring leiden.

Ruimte voor zelforganisatie

Kamerling vervolgt: ‘Is dit zorgplan er – en dit proces is nu in ontwikkeling – dan is de vervolgstap de cliënt daadwerkelijk gaan bieden wat die wil. Heel herkenbaar was dat een medewerker hierbij de vraag stelde: ‘Maar stel nu dat de cliënten willen dat we Chinees halen?’. Een terechte vraag, want als verpleeghuis zijn we gebonden aan HACCP-regels. Toch moet het antwoord zijn dat we dan dus inderdaad Chinees gaan halen. Onder water betekent dit dus dat eerst discussie binnen de organisatie moet plaatsvinden over de ruimte die het bestuur de teams kan geven voor zelforganisatie, en dat het bestuur ook de discussie moet aangaan met VWS en de Inspectie om regelruimte te creëren die het mogelijk maakt echt aan te sluiten bij de cliëntwensen.’

Het feit dat de ontwikkeling per huis anders kan zijn, betekent automatisch dat ook de personele inzet per huis kan verschillen. ‘Het is geen uitgemaakte zaak dat op alle locaties evenveel medewerkers met niveau 4 nodig zijn of dat alle teams dezelfde samenstelling hebben’, zegt Van den Berg. ‘Hierin zijn we nog zoekende, ook naar de vraag hoe groot de managementlaag om het team heen moet zijn. Er is niet één blauwdruk voor alle locaties.’

Net zoals thuis

Alle locaties zullen ook niet dezelfde opzet hebben. Zorgbalans wil dat het wonen voor mensen met dementie ‘net zoals thuis’ is. Van den Berg: ‘Voor de ene bewoner kan dit betekenen dat die in een kleinschalige woonvorm wil wonen. De andere bewoner woont misschien liever in een eigen woonruimte, van waaruit hij naar een ontmoetingsruimte kan als hij daaraan behoefte heeft. We zijn op twee locaties met deze ontwikkeling bezig en dit proces loopt op iedere locatie anders. Ook hier weer op basis van de gedachte: Joost moet zich thuisvoelen en Astrid moet dit ondersteunen. Dus bieden we geen dagbesteding – thuis bingoën mensen ook niet iedere dinsdag – maar vullen we de dagen met wat mensen thuis ook deden: aardappelen schillen, de krant lezen, de was opvouwen. Daaromheen moet het team de zorg bieden die nodig is. Kleinschalig, want ze moeten de cliënten echt kennen om hen het gevoel van thuis te kunnen geven. Echt een cultuuromslag voor de teams, want die zijn traditioneel heel taakgericht. En ook hier weer een verandering die discussie over de vereiste deskundigheidsniveaus met zich meebrengt, want als zo’n team 24/7 verantwoordelijk is voor de cliënten moet het die verantwoordelijkheid ook aankunnen.’

Zorgbalans hoopt met de pilot die het bij VWS heeft ingediend een inspiratiebron te zijn voor andere zorgaanbieders, zegt Kamerling. En natuurlijk wil het ook graag in aanmerking komen voor een meerjarencontract met het zorgkantoor en een opslag op het standaardtarief. ‘Al is het wel wat jammer dat all documentatie hiervoor in het format van het zorgkantoor moet passen’, zegt Van den Berg, ‘je zou eigenlijk gewoon dat boek willen geven.’

Interview door Frank van Wijck

Meer weten