Gedicht cliëntenraden

Dichter David Mulder maakte tijdens het congres ‘De cliëntenraad, een sterke gesprekspartner’ een gedicht over cliëntenraden.

Waar de cijfers die ze roepen vroeger nog
voor grote groepen bingo spelers golden
– de balletjes rolden en koffielepeltjes rinkelden –
klinken nu  luidkeels de bedragen die bezuinigd worden
en hinkelen heren in pak door wetsvoorstellen
vol grafieken en tabellen.

Meters hoog zijn de rapporten op je bord
gestapeld en had je dat van tevoren geweten,
dan had je nu nooit in die vervloekte raad gezeten.
Of je je er vanmiddag maar even doorheen wilt eten.
Dus je kauwt de kramp in je kaken en als je mond bijna leeg is
en je een opmerking wilt maken, is je spreektijd net verstreken.

Welkom in de cliëntenraad waar je in gaat
omdat jij die rots in de branding wilt zijn
voor waardigheid en trots,
niet voor de aardigheid maar omdat
het je godsamme aan het hart gaat,
die ouderdomshuizen waar grijs gekrompen
muizen geluidloos door de gangen schuifelen
en die soms zo veel eenzaamheid verzamelen
dat het bijna een menigte is.

Het gaat je aan het hart omdat deze verzorgingsstaat
van iedereen is, dus je neemt zitting, draait je zoeklicht
in de fitting, je schroeft je ogen op stokjes:
links trekt het geld traag zijn baantjes
tussen instelling en verzekering, rechts werkt
personeel met portable prikklokjes.
Voor steunkousen twee minuten en het koffiemoment
een minuut vijftig, het is spijtig maar de marktwerking
is erop losgelaten en de kosten gaan uit voor de baten.

Je hebt er genoeg over te melden,
maar je kunt je keel wel blijven schrapen
of tegen je glas tikken met je vork,
soms moet je dan maar even die hork
zijn die het feestje verpest en die de dingen
bij hun naam noemt, want zo werkt ‘t het best.

Moet je nou dankbaar zijn dat je als simpele vrijwilliger
bij die snelle professionals, die geletterde lefgosers,
aan tafel mag zitten, hun pittige espresso mag drinken
en twintig minuten later weer buiten staan,
als een weggestuurd kind, met in je hand een lijstje
onbesproken gesprekspunten, wapperend in de wind?

Nee. Ze kunnen alle antwoorden
van enquêtes wel in de tombola gooien
en er een beetje mee in de rondte klooien
maar ze hebben u nodig om het allemaal te duiden.
U zwaait niet naar mensen achter de ruiten
maar staat erbij als de spruiten worden opgediend,
warm of koud, dat valt soms nog te bezien. En een negen
is wel heel gemakkelijk opgeschreven
en de verzorger denkt: ‘ah, relaxed,
bijna een tien’, maar ze missen de context
en die biedt de raad.
Het gaat om de mensen waar u voor staat.

Want als de hoge pief niet met zijn poten in de klei wil,
dan moet de klei maar naar de hoge pief.
Dan moet het Haagse kleed maar besmeurd,
of het ministeriële  bureau wat bruiner gekleurd.
Dan moet uw modderige vuist maar
vlekken maken op de bestuurdersdeur.

Want zo gemakkelijk is het niet om de pumps of de
gaatjesschoenen uit te trekken, de pijpen op te stropen
en dan zomaar de wei in te lopen en daarvan
iets te schrijven dat je als beleid kunt verkopen.

Wat blijft is het hopen op een waardig bestaan
en een waardig sterven. Voor dat recht,
dat zich laat lezen in de nerven van onze staat,
vertrouwen de cliënten op hun raad.

Dus vooruit met die borst
en omhoog met die kin
en met het volle gewicht erin.

U heeft een nobele en belangrijke taak.
En het is voor een hele
hele
goede zaak.

David Mulder, 12 oktober 2015.

Meer weten

 


Geplaatst op: 19 oktober 2015
Laatst gewijzigd op: 23 oktober 2015