Eindevaluatie experiment persoonsvolgende bekostiging aangeboden aan Tweede Kamer

Minister Hugo de Jonge heeft de eindevaluatie van het experiment persoonsvolgende bekostiging aangeboden aan de Tweede Kamer. Binnen dit experiment hebben de zorgaanbieders Amsta, Archipel, Norschoten en ZZG Zorggroep met ondersteuning vanuit Waardigheid en trots, gewerkt aan de vormgeving van persoonsvolgende bekostiging.

De Jonge: ‘Ik vind dat er met de trajecten uit het programma Waardigheid en trots mooie resultaten zijn behaald. Het laat zien dat het mogelijk is om binnen de bestaande regelgeving op verschillende manieren persoonsvolgende zorg en –bekostiging vorm te geven.’

Het doel van het experiment was om verschillende vormen van persoonsvolgende bekostiging vorm te geven in de praktijk. Organisaties werden vrij gelaten in het kiezen van een vorm. Dit resulteerde in een veelheid aan manieren om de eigen regie van bewoners in verpleeghuizen te versterken. Enkele organisaties geven het budget virtueel aan de bewoner, anderen werken met  persoonsgebonden uren en weer anderen experimenteren met arrangementen in combinatie met punten die een bewoner te besteden heeft.

Ken je cliënt

Het experiment laat zien dat om goede persoonsgerichte zorg te bieden, het gaat om het kennen van je cliënt. Je moet als medewerker de wensen en behoeftes van cliënten bespreekbaar kunnen maken en deze omzetten tot concrete plannen. Daarnaast is het van belang om het netwerk goed in kaart te krijgen en deze te kunnen mobiliseren om een bijdrage te willen leveren aan het leven van de cliënt. Persoonsvolgende bekostiging zou hierbij een middel kunnen zijn, omdat het financiële transparantie en mogelijkheden biedt aan cliënten, netwerk en medewerker om wensen en behoeftes te vervullen. Het is een methode die inzicht kan geven in de zorg en ondersteuning die een cliënt daadwerkelijk nodig heeft en zorgt voor flexibiliteit in de uitvoering ervan.

Conclusies

De eindevaluatie levert drie conclusies op over persoonsvolgende bekostiging:

  • De eigen regie van de cliënten werd vergroot.
    Over het algemeen bestaat bij de organisaties de indruk dat de eigen regie van cliënten zich op positieve wijze heeft ontwikkeld. De organisaties ervaren dat het expliciet aanreiken van een budget, in geld, tijd of punten, gecombineerd met een gesprek waarin de wensen van de cliënt worden achterhaald, leidt tot een verhoogde eigen regie. Hierbij dient wel te worden opgemerkt dat in veel gevallen de cliënt die eigen regie alleen heeft voor een beperkt deel van het zorgaanbod en dat wensen en voorkeuren wel aan bepaalde voorwaarden moeten voldoen. Want deze moeten binnen het budget en de mogelijkheden van de organisatie passen.
  • Het inzicht ten aanzien van zorg en ondersteuning is bij cliënten en naasten vergroot.
    Het expliciet koppelen van diensten, activiteiten en andere handelingen aan kosten en/of tijd, leidt tot meer inzicht. In sommige gevallen leidt dit bij cliënten en hun naasten ook tot meer betrokkenheid bij de zorg of tot meer begrip voor de medewerkers.
  • Er is meer transparantie bij medewerkers.
    Het inzichtelijk maken van de kosten van activiteiten en handelingen leidt tot meer inzicht en bewustzijn bij de medewerkers. In sommige gevallen leidde dit tot beter geïnformeerde en overwogen keuzen, in samenspraak met cliënten.

De Jonge besluit zijn brief met de opmerking: ‘Het experiment heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan het meer persoonsvolgend maken van de zorg. Ondanks dat het experiment is afgerond, behoeft het persoonsvolgend organiseren van de zorg blijvende aandacht. Ik zal mij hiervoor ook permanent inzetten.’

Meer weten


Geplaatst op: 16 juli 2019
Laatst gewijzigd op: 6 september 2019